De vloeibare neerlandistiek komt eraan!

Door Marc van Oostendorp

De ambities spatten van het artikel dat Bram Ieven en Esther Op de Beek deze week publiceerden in het Journal of Dutch Literature. Waar anderen klagen over de crisis waar de neerlandistiek in verzeild is geraakt, stellen zij een ambitieus programma voor het vak voor. (Of althans, voor de moderne letterkunde, want in het taalgebruik van modern letterkundigen is dat het hele vak.)

Het vak moet gaan over de tijd waarin we leven, moet ons helpen die tijd beter te begrijpen: het verkruimelen van de politiek, ecologische rampspoed, wereldwijde migratiestromen, enzovoort. (Ieven en Op de Beek noemen dat de ‘laatmoderne tijd’.) De literatuur biedt daarbij nog altijd een uniek inkijkje in hoe mensen zulke gebeurtenissen beleven, en kritische analyse van en reflectie op die literatuur kan dat weer naar een algemener niveau trekken van de analyse van onze tijd.

Gigantische systemen

Ieven en Op de Beek laten zien hoe effectief je daarin kunt zijn door twee recente romans te bespreken: Klont van Maxim Februari en Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman (allebei uit 2017). De twee boeken hebben oppervlakkig al gezien met elkaar gemeen dat ze over kwesties gaan in onze laatmoderne tijd – huiselijk gezegd het feit dat mensen steeds meer tot enorme clusters van data in computer netwerken worden, en de klimaatproblematiek – maar ze gaan allebei ook onder andere over de relatie tussen individu en samenleving, over de wetenschap, over de grenzen van de roman omdat ze allebei behalve verhalende ook expliciet essayistische passages hebben.

Ieven en Op de Beek laten mooi zien hoe bepaalde kenmerken van de laatmoderne wereld die andere denkers hebben aangewezen terugkeren in beide romans. Een thema in de laatmoderne tijd is dat het individu geconfronteerd wordt met gigantische, uiteindelijk door mensen veroorzaakte systemen die niemand meer in de hand heeft: dat is in ieder geval deels een samenvatting van beide boeken.

Opgepast!

De filosoof Zygmunt Bauman beschreef bijvoorbeeld hoe allerlei vroeger vanzelfsprekende zaken ‘vloeibaar’ zijn geworden, zoals relaties: ook huwelijken en zelfs familiebanden zijn lang niet meer zo hard als ze ooit waren. Dat komt dus in beide boeken al terug doordat ‘de roman’ zelf vloeibaar is geworden en overloopt in essayistiek (en bij Marsman ook in gedichten). Concreter nog speelt in beide romans water een belangrijke rol:

In Klont, which obviously refers to a solid shape itself, it rains incessantly. The eagerness with which the story of Krups is received, reveals how the felt threat of fluidity also becomes a desire for a solid form: a solid story of an expert, Alexei Krups, which perhaps consists of lies, but in which something is made intelligible that we experience as a serious threat but that we cannot oversee. In Het tegenovergestelde van een mens, the rising water, due to heavy rainfall, threatens to destroy a dam. The perpetual rain, in climatic terms caused by depression, reflects the emotional world of the main character in a fairly classical way: Ida is also depressed.

Het is een inspirerend betoog, vooral ook doordat Ieven en Op de Beek laten zien dat er al allerlei aanzetten zijn tot het soort neerlandistiek dat zij voorstaan, met name in het werk van collega’s van hun eigen, jonge generatie. Opgepast, de laatmoderne neerlandistiek, nee, de vloeibare neerlandistiek komt eraan!

Jargon

Het betoog is ook prikkelend en dwingt tot verder nadenken, bijvoorbeeld waar het gaat over de plaats van de wetenschap. Want als je als literatuurwetenschapper de recente literatuur wil plaatsen in de huidige tijd, ontkom je er natuurlijk niet aan om ook na te denken over wat er in die literatuur wordt gezegd over de wetenschap. Ieven en Op de Beek zeggen weliswaar (over Ida, de hoofdpersoon van Het tegenovergestelde, die gepromoveerd is maar twijfelt over een wetenschappelijke carrière, en Krups, de hoofdpersoon van Klont, die een

She denounces the insecurity, the intellectual exile of science. Scientists may produce knowledge that can change the world – disturbing and critical data that could spur action – but they are not heard and do not choose to be heard. Unless, like Krups, they capitalise on the fears and anxieties of the mass by presenting over-simplified data. Ida is looking for another way to relate to the world, just like Marsman herself is in another concrete form, with this novel. And perhaps we should indeed look for new ways, for a new form, too?

Tegelijkertijd kiezen de auteurs zelf voor de solide vorm van een wetenschappelijk artikel met een paragraaf Introduction en een paragraaf Conclusions, met betrekkelijk veel jargon en literatuurverwijzingen. De ‘new ways’ zoeken ze vooralsnog vooral in meer interdisciplinaire samenwerking en daarvoor is het weer nodig om in het Engels te publiceren. Tegelijkertijd is er daarmee natuurlijk het gevaar van een zelfgekozen ‘intellectual exile of science’.

Doordruppelen

De kans dat je ‘gehoord’ wordt met een dergelijk artikel is niet zo groot. Via Twitter, dat vloeibare medium van wetenschappelijke communicatie, had ik deze week contact met Ieven en Op de Beek, die toegaven dat hier nog een loshangend draadje zit. Maar dat is dan juist ook weer wél in lijn met hun betoog: niet alle problemen kunnen in één klap worden opgelost.

Ik hoop dat ze dan in ieder geval in eerste instantie door onze collega’s gehoord worden, en dat dit ertoe kan leiden dat inderdaad interessante analyses van onze tijd op deze manier, om ook maar een watermetafoor te gebruiken, mogen doordruppelen naar de rest van de samenleving.