‘De diamanten ring’ (1842)

Jeugdverhalen over joden (58)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Mary Howitt (1799-1888)
Vertaald uit het Engels, waarschijnlijk door J.H. Laarman

Herkomst en drukgeschiedenis

Het verhaal ‘De diamanten ring’ is in 1842 gepubliceerd in Philarete, tijdschrift voor de jeugd. Dit weekblad werd uitgegeven door J.H. Laarman in Amsterdam. Het gaat om een vertaling van ‘The Little Jew Merchant’ van Mary Howitt, in 1830 gepubliceerd in The New Year’s Gift and Juvenile Souvenir.Mary Howitt was in haar tijd een geliefde Britse auteur en dichteres. Zij publiceerde tientallen boeken en gedichten. Haar gedicht ‘The Spider and the Fly’ (1828) wordt nog altijd gelezen. ‘The Little Jew Merchant’ behoort tot haar vroegste verhalen.

In Philarete (wat ‘liefde door deugd’ betekent) wordt Howitt niet als auteur genoemd. De vertaling is ondertekend met ‘L’; hoogstwaarschijnlijk de initiaal van Laarman. In 1843 publiceerde hij ‘De diamanten ring’ nogmaals in de bundel Viooltjes, verhalen en mengelingen voor de jeugd.

Samenvatting

Benoni de Leucada is een joodse marskramer van ongeveer veertien jaar oud. Hij verkoopt vingerhoedjes, pennen en ‘zilveren galanteriewaren’. Hij draagt zijn handel ‘in een plat maghonijhouten kastje’ om zijn schouder. Zijn handel is zijn enige bezit.

Op een dag belt Benoni in Londen aan bij het huis van de rijke mevrouw Graham. Zij heeft een vingerhoedje nodig. Terwijl zij Benoni’s handelswaar bekijkt, staart de jongen naar de ring om haar vinger. Mevrouw Graham heeft die ring, met een kostbare diamant, enkele maanden daarvoor van haar zoon gekregen.

Benoni barst in tranen uit. ‘Deze ring behoorde eens aan mij, deze ring was het eigendom mijner moeder!’ Mevrouw Graham en haar zoon reageren wantrouwend, maar Benoni laat zien dat de kostbare diamant met een ‘fijne verborgen veder’ kan worden losgemaakt. Eronder zijn de initialen van zijn moeder gegraveerd: A.L., voor Adah de Leucada.

Hierop krijgt Benoni de gelegenheid zijn levensverhaal te vertellen. Hij blijkt de jongste zoon van een rijke Portugese bankier die naar Engeland heeft moeten vluchten. Eerst stierven zijn broers en zussen, daarna zijn moeder. Vervolgens werd zijn vader ziek. Die schonk hem de ring op zijn sterfbed. Na zijn vaders dood vraagt Benoni aan een vriend van zijn vader om de ring te verkopen aan een betrouwbare juwelier. Die ‘vermeende vriend’ – ook een jood – gaat er met de opbrengst vandoor. Van zijn laatste geld koopt Benoni handelswaar voor zijn mars.

Hij eindigt zijn verhaal met de woorden: ‘Ik heb niemand die getuigenis mijner eerlijkheid kan geven, maar de God onzer natie, die, ofschoon over ons vertoornd, ons echter niet verlaten heeft, roep ik tot getuige aan, dat de woorden, die ik gesproken heb, waarheid zijn.’

Mevrouw Grahams zoon doet navraag bij de juwelier van wie hij de ring heeft gekocht. Die bevestigt dat het sieraad aan een rijke Portugees heeft toebehoord. De juwelier heeft zo met Benoni te doen, dat hij ‘met eene zeldzame edelmoedigheid’ hem de ‘volle waarde’ van de ring uitbetaalt. Bovendien kan Benoni bij hem komen werken. Na dit vijf jaar te hebben gedaan, deels gesteund door goede giften van mevrouw Graham, begint Benoni voor zichzelf.

De Nederlandse vertaling eindigt met deze boodschap, die ontbreekt in het Engelse origineel: ‘Onze jeugdige lezers leeren uit dit verhaal, dat God zich dikwerf van kleine, schijnbaar toevallige omstandigheden bedient, om de onschuld te beschermen en de waarheid te doen zegevieren.’

Doelgroep

Het tijdschrift Philarete was bestemd voor kinderen van twaalf tot zestien jaar.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter