Boeken zijn als getallen

Door Marc van Oostendorp

De kleine Johannes, Mari Andriessen. Frederickspark, Haarlem.
(Bron: WIkipedia)

Wat zijn boeken voor dingen? Over die vraag gaat een artikel dat de beroemde Amerikaanse taalkundige Paul Postal onlangs op internet plaatste.

Dat boeken vreemde dingen zijn, was al meer mensen opgevallen. Ze zijn abstract en lijken in die zin op bijvoorbeeld getallen. De kleine Johannes bevindt zich net zo min als het getal 26 op een bepaalde plaats in de fysieke werkelijkheid. Er zijn natuurlijk allerlei tastbare objecten waarop de letters De kleine Johannes staan en die binnenin eveneens reeksen letters hebben in telkens dezelfde volgorde – het verhaal van de kleine Johannes. Maar geen van die voorwerpen ís De kleine Johannes.

Tegelijkertijd beschouwen we boeken als dingen die op een zeker moment geschreven zijn door een concreet persoon. Als Frederik van Eeden nooit had geleefd, hadden we ook geen Kleine Johannes gehad. Voor ons gevoel heeft Van Eeden die letters in een bepaalde volgorde gezet. Hij heeft op een goed moment de Kleine Johannes gemaakt, en dat boek bestaat dus wel in een bepaalde tijdsspanne: voor 1884 bestond het nog niet.

Menselijke geest

Dat is een paradoxale situatie, want abstracte voorwerpen zoals getallen bevinden zich normaliter niet alleen buiten de fysieke ruimte, maar ook buiten de tijd. Er is geen moment waarop het getal 26 is ontstaan of door iemand gecreëerd. Ook toen de mens zich nog niet op aarde bevond, was het getal 26 er volgens de meeste denkers al.

Sommige filosofen en taalkundigen nemen daarom aan dat boeken kennelijk toch anders zijn dan getallen: namelijk abstracte objecten die door de menselijke geest zijn gemaakt. Postal vindt dat absurd. Boeken moeten als getallen zijn en dus eeuwig bestaan buiten de fysieke werkelijkheid. (Hij bespreekt overigens niet dat er ook filosofen zijn die menen dat alle abstracte voorwerpen, inclusief getallen, producten zijn van de menselijke geest.)

Hij vergelijkt De kleine Johannes (nu ja, dat boek noemt hij niet, maar je begrijpt wat ik bedoel) daarom met getallen als het volgende:

7.987.923.892.274

Voor zover ik heb kunnen nagaan, is dit getal nooit eerder genoemd op het internet. Het is waarschijnlijk dat nooit iemand eerder aan dit getal heeft gedacht. Toch zou niemand zeggen dat ik er de auteur van ben, of dat we het nooit zouden hebben gehad als ik er niet was geweest.

Euler

Wat ik hierboven doe is als het ware dat reeds bestaande getal ontdekken en dan aan jullie aanwijzen: ik heb een aantal toetsen ingedrukt die een aantal symbolen achter elkaar zette. Jullie kijken naar een vermoedelijk elektronische reproductie van die oorspronkelijke reeks. Omdat wij het getalssysteem kennen, interpreteren we dit als een verwijzing naar het abstracte getal, dat er al bestond toen wij er nog niet waren en dat er nog zal zijn als de laatste die aan dit getal dacht allang gestorven is.

De kleine Johannes is nu volgens Postal een abstract voorwerp op dezelfde manier: abstract, dus tijd- en ruimteloos. Alleen heeft Van Eeden op dat abstracte object, dat wel enige dimensies complexer is dan een geheel getal, gewezen. Die complexiteit verklaart dan waarom we wel de naam van Frederik van Eeden verbinden aan De kleine Johannes en niet de mijne aan bovengenoemd getal.

(Een aardige illustratie die Postal niet noemt lijkt mij dat aan een ‘ingewikkeld’ maar betekenisvol getal als e wel degelijk de naam van een wiskundige is verbonden, namelijk Euler, die het ‘ontdekte’. Voor Euler bestond e wel, maar je had er niks aan.)

Wederwaardigheden

De situatie wordt wat gecompliceerd doordat boeken autobiografisch kunnen zijn en daardoor op een specifieke manier met de auteur verbonden. Maar bij nader inzien is dit geen bezwaar: het gaat dan om het ontdekken van een tekst die op een abstract niveau (dat van het verhaal) overeenkomsten vertoont met het verhaal van het eigen leven.

Postal heeft daarbij een misschien wat erg taalkundige kijk op wat een boek is: hij beschouwt het als een verzameling zinnen die in een bepaalde volgorde staan. Wanneer je De kleine Johannes vertaalt of hertaalt, heb je volgens zijn definitie dus niet meer hetzelfde boek (terwijl een luisterboek nog wel een instantie is van hetzelfde boek, want dat heeft alleen een andere vorm voor dezelfde zinnen).

Dat lijkt mij wel een beetje problematisch, net zoals het feit dat personages – in dit geval bijvoorbeeld Windekind en Wistik – natuurlijk ook abstracte objecten zijn die buiten ruimte en tijd staan en ook door Frederik van Eeden zijn ‘aangewezen’, terwijl ze toch niet uit zinnen bestaan. Misschien zou Postal zeggen dat ze ontstaan in de semantische dimensie van al die zinnen in hun onderling verband. Maar dat doet dan toch afbreuk aan de gedachte dat Le petit Johannes een heel ander boek is, want dat lijkt over precies dezelfde wederwaardigheden van de precies dezelfde personen te gaan.

Toch vind ik Postals gedachte wel stimulerend. Hij gaat natuurlijk niet alleen op voor een boek maar ook voor een tekst van iedere lengte. Wat ik hier zit te doen terwijl ik met een kop koffie en een koekje bij de hand dit stukje tik is niet iets maken maar iets ontdekken. En hiermee heb ik het dan voor altijd aangewezen!