Honden hebben drie poten

Door Marc van Oostendorp

Veel van wat we elkaar vertellen over de wereld bestaat uit algemene waarheden die bijvoorbeeld de volgende vorm hebben:

  • Tijgers hebben strepen.

Het ligt voor de hand om te denken dat die zin betekent: alle tijgers hebben strepen. Maar dat kan niet kloppen, zeggen de Amsterdamse taalkundigen Robert van Rooij en Katrin Schulz in een nieuw artikel in Linguistics & Philosophy. Kijk maar naar zinnen als de volgende:

  • Leeuwen hebben manen.
  • Muggen brengen het westnijlvirus over.

Deze zinnen zijn zeker niet waar voor alle leeuwen of alle muggen. Slechts minder dan de helft van alle leeuwen heeft manen (de mannetjes zijn in de minderheid) en een nog veel kleiner deel van de muggen brengt het westnijlvirus over.

Jakhalzen

Het heeft, zeggen Van Rooij en Schulz, meer te maken met typische kenmerken. Tijgers hebben als typisch kenmerk dat ze strepen hebben: dat is wat ze onderscheidt van andere katachtigen (als we er even vanuitgaan dat dit een logische groep is om de tijgerpopulatie mee te vergelijken). In die zin is het ook een typisch kenmerk van leeuwen dat ze manen hebben: ook al heeft slechts minder dan vijftig procent van de leeuwen manen, dan is dat nog steeds een veel hoger percentage dan geldt onder andere katachtigen. Zo’n redenering kun je ook houden voor muggen wanneer je ze vergelijkt met andere insecten.

Het gaat daarbij echter ook weer niet puur om de vergelijking met andere soorten. Als dat zo was, zouden we de volgende zin voor waar houden en dat doen de meeste mensen niet:

  • Honden hebben drie poten. [raar]

In vergelijking met andere hondachtigen, zoals wolven, hebben honden een veel grotere kans om te overleven als ze een poot missen – simpelweg omdat er voor ze gezorgd wordt en niet voor driepotige wolven en jakhalzen. Toch maakt dat deze zin niet waar. De reden daarvoor. is volgens Van Rooij en Schulz dat het aantal honden met drie poten zo klein is dat we het missen van een poot niet als een ‘typische’ eigenschap kunnen zien.

Lopers

Een enkele keer kunnen we zelfs dit soort uitspraken doen over entiteiten waar geen enkel voorbeeld van is. Je kunt zeggen dat in een bepaald bedrijf ‘post uit Antarctica door Tanja wordt behandeld’, ook al komt er nooit dergelijke post. Dan is het eigenlijk een kwestie van definitie; je spreekt over een afspraak die je hebt gemaakt. Zulke definities vind je ook in de wiskunde (‘cirkels zijn verzamelingen punten op gelijke afstand van het middelpunt’) of bijvoorbeeld het schaken (‘lopers bewegen over diagonalen’). Ook dan gaat het altijd over eigenschappen die de genoemde zaken onderscheiden van andere zaken.

Typisch

Omgekeerd zijn zinnen van deze vorm ook niet automatisch waar als wel een meerderheid van de individuen de genoemde eigenschap heeft. De volgende zin klinkt bijvoorbeeld eveneens vreemd:

  • Boeken zijn paperbacks.

Gesteld dat de meeste boeken inderdaad geen harde kaft hebben, zijn de meeste boeken paperbacks, en toch is het vreemd om dat te zeggen. Dat is omdat er geen vergelijkingsmateriaal is. In de zin over de gestreepte tijgers keken we naar andere katachtigen om te zien of die strepen hadden, maar in dit geval kan dat niet: er zijn geen andere zaken die zelfs maar in aanmerking komen om ‘paperback’ te zijn dan boeken.

Als een kenmerk ‘typisch’ wil zijn voor een bepaalde categorie zaken, moet het voldoende vaak voorkomen in de categorie en in ieder geval aanzienlijk vaker dan in groepen die verder op deze categorie lijken. En als een kenmerk Y typisch is voor een groep X, kunnen we zeggen: X zijn Y.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

3 Responses to Honden hebben drie poten

  1. Irina schreef:

    De meeste honden hebben drie poten! En de meeste honden die drie poten hebben, hebben ook een vierde.

    • Ja, maar hier geldt een ander belangrijk interpretatieprincipe van menselijke taal: we gaan ervan uit dat de ander precieze informatie geeft. Wie tegen zijn partner zegt dat hij de halve appeltaart heeft opgegeten terwijl hij de héle taart heeft opgegeten, mag op woede rekenen, al is wat hij heeft gezegd feitelijk correct. Ik schreef daar bijvoorbeeld hier over.

  2. Harry Reintjes schreef:

    bij “leeuwen hebben manen” klopt nog iets niet. er zijn ook planeten die manen hebben

Laat een reactie achter