Gedicht: Carel Vosmaer • ’t Raapt al kogels

Nieuwe titels in de DBNL (van o.a. Carel Vosmaer).

’t Raapt al kogels

De vorsten spelen ’t hooge spel,
’t Volkerenmoordende, roovende spel.

Waar ’t kamp gekozen is, wordt al
Wat oogst beloofde
Groen weggemaaid;
’t Hinderlaagbiedende struikgewas,
En ’t breed gekruinde hout geveld;
Bloemrijke villaas en nijvere hoeven geslecht;
En vóor den oorlog
Is reeds het schoone land geschonden,
Natuur verkracht.

Dan woedt de krijg op ’t leeg gevluchte land.
Volken, in vrede wedijverend,
Vrienden door kunst en verstand,
– Vrienden wêer na de bedwelming, –
Storten, waanzinnigen,
Opgezweept en verdwaasd
Door heerschersgeweld en bedrog,
Elkander op ’t lijf.
Trompetten en trommen verdoven ’t gevoel;
De glorie, vuige deern,
Meestbiedenden, meestbloedoffrenden veil,
Viert de beestlijke tochten.
Uit bloedroes en kruidwalm ontwakend
Heet éen de verwinnaar!

Versplinterd
Ligt het vernuftige moordtuig;
Des vredes werk verwoest; verminkt
De duizenden;
Wee! wee! wee! over der duizenden
Kindren en ouders.

En ginds raapt, welbewaakt,
Het keizerskind van ’t slagveld
Wat kogels spelend op,
En lacht.

(1870)


Carel Vosmaer (1826-1888)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.