Gedicht: Annie MG Schmidt • Herinnering

Herinnering

Ik heb jou eens ontmoet in achttien-zeven
Of achttienhonderd-acht, zoo ongeveer……
In elk geval was ’t in een vorig leven
En aan je oogen kende ik je weer.

We waren toen óók twintig, en ik zag je
In ’t roefje van de schuit naar Overschie
Je hebt nu weer precies hetzelfde lachje……
Alleen zit je nu naast me, in lijn drie.

Je bent wel érg veranderd in die jaren!
Je droeg toen niet zoo’n blauw confectie-lor.
Je had een kniebroek aan, en lange haren
Je had nog een geweten en een snor.

En ik … ik droeg een luifelhoed met rozen
en sloeg mijn oogen aldoor zedig neer
ik had een crinolien, en kon nog blozen,
Dat kan ik nu helaas sinds lang niet meer.

Is er dan niets hetzelfde gebleven?
Ja toch, die kleine primula’s in ’t groen!
En ook die ééne zeemeeuw is nog even
statig en zilverwit en rank als toen!

Wat doet het er dan toe, of alle dingen
veranderd waren en wijzelf het meest?
Jouw oogen en de geur van de seringen
zijn altijddoor hetzelfde geweest!

Adieu! tot over honderdzooveel jaren!
Ik zie je dan weer in de stratosfeer
Je beeld kan ik zoolang niet meer bewaren
maar aan je oogen ken ik je toch weer.


Annie M.G. Schmidt (1911-1995)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.