Deze Troonrede kon zoveel beter

Door Wouter van der Land

Vorige week probeerde ik hier het begin van de Troonrede te voorspellen. Ik zat er dichtbij. Mijn voorspelling luidde: ‘Leden van de Staten-Generaal, vandaag is het precies 75 jaar geleden dat operatie Market Garden plaatsvond.’ De koning begon als volgt: ‘Leden van de Staten-Generaal, vandaag precies 75 jaar geleden begon operatie Market Garden.’

Daarnaast dacht ik dat de regering het beroemde ‘zoet’ uit zou gaan delen, vanwege het naderende verkiezingsjaar. Daarmee zat ik er compleet naast; het werd een Troonrede van vaagheden, wegduiken en een ‘winstwaarschuwing’. 

Opening

De Troonrede is geen toespraak-toespraak, maar het is ook geen droog beleidsstuk, want anders zou het wel de ‘Troonnota’ heten. Meestal gaat aan de uiteenzetting van het voorgenomen beleid een bespreking van de stand van het land vooraf. De opening verwijst vaak naar een belangrijke gebeurtenis of herdenking. Dat was in dit geval het jubileum van Market Garden: 

Vandaag precies 75 jaar geleden begon operatie Market Garden. Na jaren van knechting en tirannie kwam de hoop op een betere toekomst die dag letterlijk van boven, in de vorm van duizenden geallieerde parachutisten. Ooggetuigen die op 17 september 1944 de lucht boven Eindhoven, Arnhem en Nijmegen donker zagen kleuren, zouden dat beeld nooit vergeten. 75 jaar later lijken vrijheid, democratie en een sterke rechtsstaat vanzelfsprekende waarden. Maar wie de wereld beschouwt, realiseert zich hoe bijzonder het is te leven in een land waarin mensen zich veilig kunnen voelen.

De tekst is geschreven door de premier, maar met de koning in gedachten. Koningen volgen niet het internationale nieuws, maar beschouwen de wereld. Het is verder geen elegant geformuleerde lead. Het noemen van Market Garden is hier niet veel meer dan een kalenderweetje. ‘De lucht donker (…) kleuren’ is een aankondiging van onheil, maar hier ongepast en ‘hoop [kwam] die dag letterlijk van boven’ is foutief gebruik van ‘letterlijk’, tenzij daarmee ‘een hoop soldaten’ wordt bedoeld. Een faux pas is het niet noemen van de genocide tijdens WO II.

Thema

De Troonrede van vorig jaar had een duidelijk thema: dit sterke land nog beter maken. Het thema van dit jaar zat verstopt in een moeizame zin van dertig woorden:

In het hart van het regeerakkoord ligt daarom de ambitie te bouwen aan een samenleving waarin mensen zich zeker voelen en vertrouwen in de toekomst kunnen hebben, houden of herwinnen.

Bouwen en vertrouwen dus. Dat doet denken aan slagzinnen op bestelbusjes: ‘Aannemer De Beukering, daar kunt u op bouwen’; ‘Volt Elektronica, daar kunt u op vertrouwen’. Vertrouwen begint – zou je zeggen – met politici die zich aan hun beloftes houden, maar Rutte ziet dat anders:

Dat vertrouwen begint bij een sterke rechtsstaat die beschermt tegen criminaliteit, willekeur en machtsmisbruik. Bij waardevol werk en een fatsoenlijk inkomen. Bij gezondheid en goede, toegankelijke zorg. Bij een opleiding die kansen biedt. Bij een stevig sociaal netwerk van familie, vrienden, geloofsgemeenschappen en verenigingen. En bij een betaalbaar huis in een veilige buurt.

Wanneer je dit als één zin mag zien, telt deze maar liefst 53 woorden. In gesproken tekst werkt dit niet.

Vertrouwenstruc

Meestal worden er in de Troonrede ter onderbouwing enkele cijfers genoemd. Maar zoals de dichter Apollinaire ooit alle interpunctie uit een dichtbundel liet verwijderen, zo heeft de premier dit jaar alle cijfers uit zijn tekst gehaald. De tekst geeft er de volgende smoes voor:

Vaak voeren we discussies aan de hand van cijfers. Maar de levens van ruim 17 miljoen individuele Nederlanders passen niet in een mal. Mensen volgen een opleiding, veranderen van baan, (…) of worden getroffen door ziekte of verlies van een dierbare. Het zijn dit soort keuzes en gebeurtenissen die grote impact hebben. Veel groter dan een koopkrachtcijfer, een macro-economisch groeipercentage of een belastingmaatregel.

Vraag: ‘Geachte regering, waarom zijn mijn kosten zo gestegen?’ Antwoord: ‘U bent toch van baan veranderd? Dat is veel belangrijker.’ Dit is geen vertrouwen wekken, maar een vertrouwenstruc. Het vermijden van cijfers maakt de Troonrede ook psychologisch minder overtuigend. Dat zou Rutte moeten weten, want juist in deze passage gebruikt hij wél een cijfer.

Langs lijnen van vaagheid

Deze Troonrede lijkt doelbewust vaag te zijn. Dat zit ’m niet alleen in het weglaten van cijfers, maar ook in het ontbreken van concrete beloftes en doelstellingen. De tekst over het beleidsterrein onderwijs is illustratief, ik citeer deze compleet:

De regering realiseert zich terdege dat niet elk vraagstuk met een financiële injectie meteen is opgelost. Zo is er een forse extra investering gedaan om het vak van leraar aantrekkelijker te maken, met een lagere werkdruk en meer werkplezier als resultaat. Ook zien we een toenemende belangstelling voor de pabo en voor zij-instroom in het primair onderwijs. Desondanks blijft het probleem van het lerarentekort nijpend. De regering blijft bevorderen dat nog meer mensen voor dit mooie beroep kiezen.

Dit zou een goede tekst voor het eindexamen Nederlands zijn, met de vraag: hoe duikt de regering hier weg voor de verantwoordelijkheid voor goed basisonderwijs? Is dat met het woord ‘meteen’ in de eerste zin? Door de vrijblijvendheid van ‘blijft bevorderen’? Of door de vaagheid van ‘forse extra investering’?

De mooiste vage zin uit de Troonrede 2019:

Het doel is specifieke projecten mogelijk te maken in de sfeer van kennisontwikkeling, innovatie en infrastructuur, die het fundament onder de economie van de toekomst sterker maken.

Deltaplan

Toch staan tussen alle vaagheden, algemeenheden en vrijblijvendheden ook een paar grote woorden:

De grote veranderingen die nodig zijn, vragen een vooruitziende blik – zoals ooit de ingrijpende besluiten om Nederland veilig te houden met de Afsluitdijk en de Deltawerken.

Wanneer het een persbericht zou zijn, zou dit in de kopregel staan: regering start nieuw deltaplan! Maar deze passage staat ergens verdwaald in het midden en de vraag wat het plan precies inhoudt wordt beantwoord met een dat-hoor-je-nog. Krachtiger zou zijn geweest: ‘We werken aan een deltaplan voor het klimaat, de zorg, het onderwijs en de pensioenen en dat presenteren we volgend jaar, vóór de komende Tweede Kamerverkiezingen.’

Je sterkste punten moet je benadrukken in een speech. Ook ergens in het midden viel de opmerking: ‘Niet eerder hadden zoveel mensen betaald werk.’ Dat geweldige nieuws had in de eerste alinea moeten staan.

In verzet

Nee, dit was geen lekkere Troonrede. De enige sterke beeldspraak was die van Nederland als bedrijf. Dat is geen originele metafoor, maar hij verheldert de visie van de regering. Wij burgers mogen nergens op rekenen want we zijn een soort aandeelhouders die een winstwaarschuwing hebben gekregen. En het verhogen van de lonen van leraren is een ‘investering’ in toekomstige belastingbetalers. 

De rede eindigde met opnieuw een verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog:

Een 96-jarige oud-Engelandvaarder (…) zei laatst het volgende: ‘Ik voel me verantwoordelijk om door te geven aan jongere generaties dat je in verzet moet komen als het nodig is.’ (…) Dat is niet alleen inspirerend – het is een opdracht aan ons allen.

Dat zijn wijze woorden, maar een oproep om in verzet te komen is ook de vreemdste afsluiting van een Troonrede uit de geschiedenis.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter