Sterft ‘dromedaris’ uit?

Door Jona Lendering

Pasgeboren dromedarisjes kunnen meteen lopen, zoals deze in een karavanserai in Iran.
Foto: Jona Lendering

Om redenen die u morgen zult begrijpen, ben ik eens gaan turven of de dromedaris in het Nederlands aan het uitsterven is. Ik heb namelijk al jaren de indruk (en blogde daar al over) dat steeds meer mensen het normaal vinden een eenbulter aan te duiden als kameel, hoewel dat een totaal ander dier is, en niet alleen door het dubbele bultenaantal. De dromedaris leeft in het hete Syrië terwijl de kameel is gebouwd op de koude van Centraal-Azië. Meer hier. In mijn herinnering – opa spreekt – werd het onderscheid vroeger veel preciezer gemaakt. Niemand zou toen hebben gezegd dat het normaal is een dromedaris een kameel te noemen.

Maar goed, dat is slechts mijn indruk. Hoe weet je zeker of die indruk klopt? Ooit zou het uitzoeken eindeloos veel werk hebben gekost maar tegenwoordig zijn er allerlei digitale databanken en doe je het in een paar minuten. Ik heb het eerst geprobeerd bij Nederlab, wat beslist het leukste speeltje is in de taaltuin, maar dat bleek nog niet alle kranten van na 1900 te hebben, terwijl ik die het liefste had. Delpher bood uitkomst, het enorme archief van gedigitaliseerde kranten in de Nationale Bibliotheek.

Ik heb het mezelf niet al te ingewikkeld gemaakt en me beperkt tot de dromedarissen en kamelen sinds 1960 en voor 2000. Daarmee heb ik de periode in het vizier van mijn jeugdherinneringen tot en met het einde van de gedigitaliseerde krantenreeks. Ik heb gezocht op woordvarianten en per decennium, en heb niet gekeken of “dromedaris” misschien verwees naar een stadspoort, en evenmin naar “kameel” als afkorting van “scheepskameel”. Hier zijn de resultaten.

In de tweede kolom het aantal dromedarissen dat de krantenkolommen haalde, in de derde kolom de kamelen. Omdat niet in elk decennium evenveel krantenpagina’s zijn geproduceerd, kunnen we geen absolute getallen gebruiken maar neem ik in de vierde kolom het aantal dromedarissen per kameel. Dat loopt dus van ruim 36% terug naar ruim 12%. In grafiek:

Voor zover ik weet zijn er geen massale kamelenziektes geweest waardoor de tweebulters opvallend veel meer in het nieuws zijn gekomen. Ik heb gepiekerd of er andere vertekenende factoren zijn, maar die kan ik niet verzinnen. De enige verklaring die ik kan bedenken, is dat we er veel meer Engelse media bij hebben gekregen, waarin beide diersoorten camel heten. Misschien speelt eveneens mee dat er in onze contreien meer mensen zijn wier ouders Arabisch spreken. In die taal duidt jamal ook op beide dieren, maar ik denk dat Engelse invloed belangrijker is.

Als dit klopt – en eerlijk gezegd heb ik het idee van wel – dan zien we hier dat cultuurcontacten niet per se een verrijking zijn. Onder invloed van de wereldtaal Engels verliest het Nederlands een mogelijkheid een nuancering aan te brengen. Mij zul je niet snel horen spreken over taalverloedering, want taal verandert nu eenmaal voortdurend, maar hier heb ik toch zeg maar iets van hè.

Dit stuk verscheen eerder op de Mainzer Beobachter. Met dank aan Ewoud Sanders.