Papa komen zwemmen moeten

De taal van Nene

Door Marc van Oostendorp

Wandelen

Nene is vijfeneenhalf jaar, ze is geboren in Hongarije, en ze woont sinds drie maanden in Nederland waar mensen geen Hongaars meer tegen haar spreken. Zelf spreekt ze normaliter inmiddels ook geen Hongaars meer, op een enkel woord na. Dat geldt ook als ze bijvoorbeeld alleen zit te spelen of iets zegt in haar slaap.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat dit Nederlands hetzelfde is als dat van andere vijfjarigen. Ze heeft nog veel woorden in te halen: waar die andere kinderen al jaren bezig zijn iedere dag wat woorden op te pikken, is zij natuurlijk niet na een paar maanden op hetzelfde niveau. Toch breidt die woordenschat zich steeds verder uit, en inmiddels zegt ze soms ook Nederlandse woorden die ik niet gebruik. Toen ik tegen haar zei is dat ze bij het eten moest blijven zitten, zei ze ‘billen zitten’, wat waarschijnlijk de taal is van de juf op school.

Haar syntaxis loopt geloof ik een beetje voor op haar morfologie. Ze maakt al tamelijk ingewikkelde zinnen, maar verbuigt de werkwoorden nog niet. “Papa zeggen lekkers eten” betekent dat papa heeft gezegd dat we nu lekkers gingen eten: dat is dus een bijzin ingebed in een hoofdzin.

Recent zei ze zelfs ‘papa komen zwemmen moeten’, met een cluster van drie in elkaar ingebedde werkwoorden. Die stonden weliswaar in een volgorde die in geen enkele variëteit van het Nederlands voorkomt, maar dat laat zien dat ze die structuur helemaal zelf gemaakt heeft.

De enige werkwoorden die niet in de onbepaalde wijs staan zijn hulpwerkwoorden ‘Dat kan niet’, ‘Mag niet praten’, enzovoort. Misschien is het een frequentieaffect. Af en toe gebruikt Nene trouwens ook een soort ondersteunend doen (‘regenen doen’), maar voor zover ik kan nagaan staat dat dan ook altijd in de onbepaalde wijs

Het gaat zo snel! De neerlandicus Gabor Pusztai uit Debrecen vertelde me dat hij onderzoek heeft gedaan naar Hongaarse kinderen die na de Tweede Wereldoorlog een paar maanden kwamen aansterken in Nederland. Als ze teruggingen, konden ze hun ouders soms nauwelijks nog vertellen wat ze hadden meegemaakt: dat was allemaal in het Nederlands opgeslagen.

Ik vind het moeilijk te zeggen wat er met Nene zou gebeuren, wanneer we onze Hongaarse buurvrouw tegenkomen, lijkt ze nog wel te begrijpen wat zij zegt. Het is helaas voor ons niet mogelijk om het Hongaars verder te ondersteunen. We spreken het zelf maar nauwelijks en er zijn geen Hongaarse kindjes in de buurt. Er is een Hongaarse school in Den Haag, maar dat is een beetje ver weg.