Het gaat juist goed met de geesteswetenschappen

Door Marc van Oostendorp

Het is een ijzeren wet van de geschiedenis dat iedereen altijd overal kaalslag ziet, en denkt dat het vroeger allemaal beter was.

Het komt deels door de menselijke neiging te focussen op de problemen en veel minder op de mooie dingen die er in de eigen tijd gebeuren.

Ik kan de gamma- en de medische wetenschappen niet goed overzien, maar volgens mij beleven de geesteswetenschappen momenteel een ongekend interessante periode. Er is misschien geen sprake van bloei, maar toch eerder van opgang dan van neergang.

Allerlei problemen uit het verleden lijken langzaam te worden opgelost. Steeds meer tijdschriften en zelfs boeken verschijnen open access, en sowieso wordt er geëxperimenteerd met nieuwe publicatievormen. Het publiek buiten de muren van de universiteit wordt steeds nadrukkelijker en met steeds meer succes opgezocht. Grote aantallen studenten worden opgeleid in tal van prachtige vakken.

Tot staan gebracht

Laat ik het verdee versmallen tot mijn eigen vak, de neerlandistiek. Juist in al het tumult over ons vak hoor je tal van verhalen over hoe het nog maar enkele decennia geleden toeging: docenten die geen enkele interesse hadden voor wat de studenten nu echt meekregen van hun vak, laat staan voor de loopbaan die deze studenten later zouden afleggen. de manier waarop menige wetenschapper een levenlang ongestoord met zijn rug naar de maatschappij ging staan die de taal sprak die hij bestudeerde. Het dedain voor het middelbaar onderwijs dat juist traditioneel een belangrijke bestaansgrond biedt aan het vak. De eindeloze onderlinge kibbelarijen die men zich permitteerde over onbenullige vakinhoudelijke details en die menigeen het vak volkomen hebben tegengemaakt.

Het is allemaal nog niet helemaal voorbij, maar er wordt sinds een paar jaar met verve aan gewerkt. Het vak raakt georganiseerd – de Raad voor de Neerlandistiek verenigt alle universitaire neerlandici, en bijvoorbeeld via de Meesterschapsteams is er inmiddels een levendig contact tussen de universiteiten en het middelbaar onderwijs. Neerlandici treden op allerlei manieren naar buiten (iedere week hoor je bijvoorbeeld wel een collega bij De Taalstaat, waar werken voor de radio twintig jaar geleden nog niet bon ton was). Voor zover ik kan overzien zijn alle universitaire programma’s levendig en interessant; studenten zijn overal tevreden en hoewel de cijfers nog niet precies zijn, is mijn indruk dat de teruggang min of meer tot staan is gebracht.

Vervaarlijk

We zijn er nog niet, maar we zijn op de goede weg. Daar komt bij dat er de eerste voorzichtige tekenen zijn dat het heilloze eenheidsworstmodel van de wetenschap –die zogenaamd alleen voortgang kan maken in peer reviewed artikeltjes volgens een vast stramien en van ten hoogste 6 pagina’s – langzaam uit de gratie raakt, en er sowieso steeds meer kritiek klinkt op de neiging om alles in Excel-sheets te stoppen, wat doet hopen dat ons vak de komende decennia misschien wel meer kan bloeien dan ooit.

En precies dat alles gaat nu oneindig veel lastiger worden dankzij de botte bijl die minister Ingrid van Engelshoven (D66) vervaarlijk om zich heen zwaait. Kom daarom a.s. maandag 2 september (15.00-17.00) meeprotesteren aan Het Gerecht in Leiden!