Moedwil en misverstand: de neerlandistiek in het publieke debat

Door Redactie Boekengids

Het gebeurt al jaar en dag: schrijvers, critici en andere lieden uit ‘het veld’ verwijten academisch letterkundigen dat ze te veel met theorie bezig zijn en te weinig met ‘echt lezen’. Nu de academische neerlandistiek steeds minder studenten trekt, klinkt dit verwijt weer vaak op: eigen schuld, neerlandici! Hadden jullie, met theorie als die van Bourdieu in de hand, de waarde van je eigen onderzoeksobject, de literaire canon, maar niet moeten ondermijnen!

Hoogleraar moderne letterkunde aan de Universiteit Leiden, Yra van Dijk, keek de discussie de afgelopen tijd met lede ogen aan. In een lange, bevlogen maar vooral heldere bijdrage aan een essayreeks in de Nederlandse Boekengids 2019#4 reconstrueert ze de belangrijkste argumenten in de discussie, en scheidt ze – onderbouwd met cijfers – zin van onzin. Ze laat zien welke échte oorzaken van de problemen in het Nederlands-onderwijs worden verdoezeld door de discussie over Bourdieu: ‘Na deze opsomming van misverstanden resteert de vraag aan de vermoeide Witteman, de bezorgde Gerbrandy en de miskende Pfeijffer of hun vijand werkelijk de neerlandistiek is. Of misschien eerder een cynische houding van een overheid die verzuimt om een degelijk taal- en cultuurbeleid te maken?’ Aan het eind formuleert Van Dijk een aantal duidelijke taken voor de neerlandistiek. 

Volg de essayreeks over de urgente taak van de hedendaagse neerlandistiek en een heleboel andere actuele discussies door onder deze link abonnee te worden van de Nederlandse Boekengids, een jong, tweemaandelijks, oprecht intellectueel maar toegankelijk tijdschrift, gerund door twintigers.