Is de literatuur te mooi voor theorievorming?

Door Marc van Oostendorp

Wat wil Rosa van Gool? Gisteren publiceerde deze ‘classicus en journalist’ een stukje in de Volkskrant waarvan de titel een duidelijk antwoord op die vraag lijkt te suggereren: ‘Red de studie Nederlands voor de literatuurliefhebber‘. Het stuk werd op Twitter bejubeld door bijvoorbeeld de schrijver Pieter Waterdrinker (‘Zolang mensen als Rosa van Gool dit soort geweldige stukken schrijven is er voor de letteren nog hoop…’). Maar nergens wordt duidelijk hoe Van Gool haar doel wil bereiken.

Ja, ze wil dat ‘nauwkeurig lezen’ van mooie boeken het hoofddoel wordt van de studie, en dat enge dingen zoals ‘hoogdravende literatuurtheorie’ en het gebruik van computers naar de achtergrond verdwijnen. Haar kennis over die theorie en die computers lijkt allemaal echter uit de tweede hand te komen: ze geeft slechts weer wat Kees ’t Hart erover zegt. Dat artikel gaat alleen over onderzoek. Over het onderwijs zegt ’t Hart niets, dus in weerwil van de titel komt dat bij Van Gool ook niet aan de orde – hoewel ze een mening heeft over ‘de studie Nederlands’ blijkt nergens uit dat ze ooit heeft opgezocht wat die studie inhoudt, welke vakken je krijgt, enzovoort.

Beroep

Ondertussen wil ze dus aandacht voor de noden van de literatuurliefhebber die vooral gedreven wordt door een wens tot ‘nauwkeurig lezen’. Hoe je je een studie moet voorstellen volgens die lijnen is onduidelijk: iedere dag lezen de studenten een roman of een dichtbundel en daarna komen ze bij elkaar om tegen elkaar te zeggen hoe ontstellend mooi de literatuur toch eigenlijk is? Het is een beetje alsof je wil dat de biologiestudie meer aandacht heeft voor het aaien van poezen. Biologiestudenten zullen bovengemiddeld vaak en bovengemiddeld veel van dieren houden, maar dat maakt hen nog niet tot biologen.

(Ze maakt het overigens nog gekker door eerst te zeggen dat alle theorie de literatuurliefhebbers afschrikt om vervolgens te stellen dat ze ervan uitgaat dat literatuurwetenschappers waarschijnlijk zoveel van literatuur houden dat ze er hun beroep van hebben willen maken. Ja, zolang schrijvers zich niets van de Wet van de Uitgesloten Derde aantrekken, is er nog hoop voor de letteren.)

Turven

Iedereen kan gelukkig altijd en overal net zo veel mooie boeken lezen als hij wil. Een opleiding tot literatuurwetenschapper doe je omdat je méér wilt weten. Sinds Karel van het Reven doen critici vaak alsof dit niet mogelijk is omdat literatuurwetenschap geen antwoord heeft op de vraag wat nu precies het onderscheidende kenmerk is van literatuur (waarom Anna Karenina wel literatuur is en de tweets van Leon de Winter niet), maar dat is dan ook zo’n beetje de lastigste vraag die er is, voor iedere discipline. De biologie gaat ook nauwelijks over de vraag wat leven nu precies is, en in ieder geval in de taalwetenschap fungeren allerlei tegenstrijdige definities van taal (is het bijvoorbeeld iets in je hoofd of tussen mensen).

Van Gool spreekt met name smalend over onderzoek dat vooral zou hebben bestaan uit het ‘turven van beroepen’, al heeft ze dat onderzoek dus niet gelezen. Volgens haar doet dit “aan niets wat literatuur interessant maakt recht”.

Te veel prostituées en/of ondernemers

Nu weet ik niet of er ergens een officiële lijst bestaat van zaken ‘die literatuur interessant maken’. Ik vind het juist aardig aan literatuur dat je haar op oneindig veel manieren kunt beschouwen en dat iedere lezer zelf mag bepalen wat interessant is. Iemand die er aardigheid in heeft om in De avonden op zoek te gaan naar de passages over kaalhoofdigheid, wie zal hem dat recht ontzeggen? In het onderhavige geval – waarin beroepen werden ‘geturfd’ – is de uitkomst ook nog eens daadwerkelijk wetenschappelijk interessant. Want wat blijkt? In Nederlandse romans uit 2013 (in ons verlichte land, in dat verlichte jaar) is het meest voorkomende beroep van vrouwelijke personages prostituée, en dat van mannelijke personages ondernemer.

Dat is een feit, en mij lijkt het een feit waar je interessante bespiegelingen aan kunt vastknopen: hoe komt het dat de fantasie die allerlei beroepen toekent uiteindelijk gemiddeld deze zaken voortovert in zo’n door en door van de grachtengordel en politieke correctheid doortrokken genre als de literaire roman? Nee, dat is geen manier om te genieten van ieder van die romans, maar wel een manier om te kijken naar de Nederlandse romankunst als geheel. Je zou het bijvoorbeeld ook bijzonder bevrijdend kunnen vinden dat de personages in Nederlandse romans tenminste niet op kantoor te zitten wachten op hun pensioen. Het is hoe dan ook geen gevaar voor iemands vrijheid. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit gehoord dat een neerlandicus heeft gepleit voor een commissie die gaat controleren of er niet te veel prostituées en/of ondernemers in Nederlandse romans voorkomen.

Diepe gedachten

Het gaat er daarbij trouwens in dit geval ook inderdaad niet om dat de beroepen die worden uitgeoefend in een roman het literaire gehalte van die roman uitmaken, maar om iets anders: dat die romans gewild of ongewild ook iets weerspiegelen van de dromen en obsessies van een samenleving.

Ik weet natuurlijk ook wel dat dit alleen maar een stukje in De Volkskrant is, een krant met een lange, lange traditie van feitenvrije aanvallen op de taal- en de letterkunde, en met name ook van zomerse stukjes waarin iemand Karel van het Reve samenvat alsof er sindsdien nooit iets is gebeurd. Ik vermoed dat het er in dat genre vooral om te doen is dat je laat zien dat je zelf zoveel van het Mysterie van de Literatuur houdt dat je niet kunt verdragen dat iemand anders een en ander rationeel bekijkt. En dat het gebrek aan logica en de vaagheid van Gool erbij horen omdat die nu eenmaal als een kenmerk worden beschouwd van het literaire.

Sorry voor de hoogdravende theorievorming in de laatste twee zinnen.

Ja, literatuur is vreselijk, vreselijk mooi. O, wat genieten we toch iedere dag weer van de meeslepende stijl van J.A. dèr Mouw, en de wijze gedachten van Louis Couperus. Maar mogen we het af en toe ook iets over iets anders hebben?

Zolang mensen als Rosa van Gool nog dit soort stukken kunnen publiceren, valt er heel wat zendingswerk te verrichten.