Ik vind hem weinig ondom

Door Marc van Oostendorp

Er zijn onderzoekers die mij altijd laten juichen als ze weer eens een artikel op internet laten circuleren. Karen De Clercq is zo iemand: er is altijd op zijn minst wel een aardige observatie in haar werk, iets over het Nederlands dat volkomen overeenstemt met mijn taalgevoel maar waarover nog nooit iemand anders iets heeft gezegd of geschreven.

Nu staat er dus weer een encyclopedisch artikel van haar op Lingbuzz, een archief waar taalkundigen hun nog niet gepubliceerd materiaal kunnen plaatsen. Het artikel gaat onder andere over de observatie (die niet van De Clercq is, maar al in 1883 schijnt te zijn gedaan door de Duitse jurist Rudolf von Jhering) dat voorvoegsels als on- wel aan positieve adjectieven zoals gelukkig en wijs kunnen worden gehecht, maar niet aan negatieve zoals droevig en dom:

  • ongelukkig, onwijs, onvriendelijk, ongezond,….
  • ondroevig, ondom, ongrimmig, onziek,…. [vreemd/uitgesloten]

Er is lange tijd gedacht dat dit een beperking was op bepaalde negatieve voorvoegsels: die zouden niet kunnen worden gehecht aan woorden die zelf al negatief zijn. Als we niet zien als een equivalent van on- dat syntactisch is – het is een apart woord –, dan kan alles ineens natuurlijk wel:

  • niet gelukkig, niet wijs, niet vriendelijk, niet gezond,….
  • niet droevig, niet dom, niet grimmig, niet ziek,….

De Clercq laat echter zien dat het Nederlandse woord weinig een soortgelijke beperking heeft als on-: je kunt wel weinig actief zijn, maar niet goed weinig passief, je buurman kan er weinig gezond uitzien, maar als hij dan weer opknapt noem je hem niet weinig ziek. Weinig laat het zelfs zien in combinatie met on-: weinig geloofwaardig is beter dan weinig ongeloofwaardig, weinig verstandig beter dan weinig onverstandig.

De Clercq schrijft dit toe aan een algemene weerstand om twee woorden met ontkenningen achter elkaar te zetten. Het ieders dan dus dat er in droevig of dom ook een ontkenning verborgen zit; bovendien ondergaat niet het effect niet omdat het een ander soort ontkenning is, waar een voorvoegsel als on- en een woord als weinig alleen het bijvoeglijk naamwoord ontkennen, kan niet ook de hele zin ontkennen, zoals je kunt zien in zinnen zoals ‘hij is niet gezond, hij lijkt het alleen maar’. Je kunt niet zeggen ‘hij is ongezond, hij lijkt het alleen maar’ of ‘hij is weinig gezond, hij lijkt het alleen maar’.

Het gaat er dus om dat je twee van die kleine ontkenners niet achter elkaar kunt zetten, of ze nu voorvoegsels zijn of aparte woorden.

Als ik eerlijk ben, verwijst De Clercq voor de hier gedane observatie naar eerder werk; maar dat was werk van haarzelf met Guido Vanden Wyngaerd, dat dit jaar verschenen is in het prestigieuze tijdschrift Natural Language and Linguistic Theory.