Historischewoordenboekquiz

Door Roland de Bonth

Voor alle vakantiegangers en thuisblijvers – in Nederland en ver daarbuiten – die zich even geen raad weten met de grote hitte en de dito hoeveelheid vrije tijd, presenteer ik hier de historischewoordenboekenquiz. Het enige wat u ervoor nodig hebt is de Geïntegreerde Taalbank van het Instituut voor de Nederlandse taal (gtb.ivdnt.org). Op deze website vindt u de vier grote historische woordenboeken van het Nederlands: het Oudnederlands Woordenboek (ONW), het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (VMNW), het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW) en het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Naast de woordenboeken treft u in deze internetapplicatie informatie aan over de woordenboeken zelf en over het zoeken in de woordenboeken (onder het tabblad Help & Info).

De antwoorden op alle vragen zijn – met enig zoekwerk – in deze online applicatie te vinden. Als u de eerste letter van de juiste antwoorden achter elkaar zet, leest u een korte zin. De antwoorden op de 19 vragen én de korte zin kunt u tot 17 augustus 2019 opsturen naar r.de.bonth@hotmail.com. Uit alle correcte inzendingen zal één winnaar worden getrokken. Deze ontvangt naast de eeuwige roem een exemplaar van het boek Kids, koffietjes & comfortzone. Waarom taal soms zo irritant is van Vivien Waszink & Laura van Eerten.

Hopelijk biedt het maken van deze quiz u het nodige vermaak én leert u quizenderwijs hoe u optimaal kunt zoeken in deze webapplicatie. Veel succes!

  1. Wat is de volgende letter van het woord dat in de lijst met afkortingen van het WNT is afgekort tot “tr.”?
  2. Na rondvraag en onderzoek in het veld werd het Oudnederlandse materiaal van Maurits Gysseling voor het ONW uitgebreid met onder andere een runeninscriptie. Deze inscriptie draagt de naam van de Gelderse plaats waar de inscriptie in 1996 werd gevonden. Hoe heet die plaats?
  3. Van de kleren die hij in Pruisen had aangetrokken, had de Spaanse koning Alfonso XII in Parijs een weinig last. Om welk kledingstuk handelt het hier?
  4. Een van de grootste woordenboekartikelen van het WNT is water. Verspreid in het WNT staan ook tal van samenstellingen met water als tweede lid. Welk van deze woorden wordt gedefinieerd met de volgende woorden: “Zeker vocht dat zich tengevolge van een ziekelijke aandoening in de gewrichten bevindt.”
  5. Met wie besprak Mattias de Vries in 1852 in Berlijn zijn plannen tot het samenstellen van het Woordenboek der Nederlandsche Taal?
  6. Van de zestien treffers die je vindt als je zoekt op bronnen met een datering tot 600 maakt nummer 10 melding van een eenletterige naam voor een boom die een belangrijke rol speelde in de Germaanse mythologie. Welke boom wordt hier bedoeld?
  7. Aan wie is het VMNW opgedragen? Noteer de achternaam van die persoon.
  8. Hoe luidt de voornaam van degene die bekend staat als de bedenker van het woord toonsel in de betekenis ‘staaltje’?
  9. De zoekopdracht “s?r?n” bij origineel trefwoord geeft alle vijflettergrepige woorden waarbij op de tweede en vierde positie willekeurige karakters mogen staan. Noteer het woord Welke letter staat er bij de treffer uit het ONW? letter staat er bij de treffer uit het ONW op de plaats van het vraagteken?
  10. Welke afdeling van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie voegde in 2004 aan alle trefwoorden van het WNT, die de spelling van De Vries & Te Winkel kenden (Origineel trefwoord in de applicatie), equivalenten toe in de spelling van het Groene Boekje uit 1995 (Modern Nederlands trefwoord in de applicatie)?
  11. Als je in de historischewoordenboekenapplicatie bij origineel trefwoord “*heid” intypt, krijg je 8601 trefwoorden die eindigen op -heid. Wat is met deze zoekopdracht de 1345e treffer?
  12. Hoe noemde men in de middeleeuwen een soort van gebak in de vorm van onze hedendaagse kerstkransen?
  13. Met welke letter begint het eerste citaat van de derde betekenis van taleI in het VMNW?
  14. Wat is de achternaam van de persoon die in de jaren zestig aan de universiteiten Münster in Westfalen en Freiburg im Breisgau – onder andere – Nederlands studeerde?
  15. Dasypodius sprak in zijn Dictionarivm Germanicolatinum over een “vuyl bye die gheen angel en heeft ende niet en arbeyt”. Wij kennen dit dier tegenwoordig als een dar, maar hoe noemde Dasypodius het?
  16. Hoe luidt de achternaam van de vermaarde dichter over wie P. Boddaert een levensgeschiedenis schreef, waarvan de derde druk uit 1827 door de WNT-redactie is gebruikt.
  17. Met lam als tweede lid worden in het WNT elf samenstellingen genoemd. Welk woord ontbreekt in de volgende opsomming: altaarlam, beitlam, hanslam, lijstlam, offerlam, paaschlam, potlam, ramlam, weerlam, zuiglam, dat overigens in het gedrukte exemplaar van het WNT een deel besluit.
  18. Hoe noemde Shell in 1965 een groep van producerende putten op het aardgasveld Slochteren?
  19. Op voorstel van J.A. Alberdingk Thijm wordt in 1850 een commissie benoemd die zich moet buigen over een plan tot het maken van wat later het WNT zou worden. Wat is de achternaam van het Vlaamse commissielid voor het ‘gewenschte Woordenboek’ dat als tweede wordt genoemd?