Het weblog als genre: vier karakteristieken

Door Marc van Oostendorp

Het wordt een jubileum dat vermoedelijk niemand viert: het Nederlandse weblog viert deze zomer zijn twintigjarig bestaan. Ik schreef in 2003 op Neder-L (de voorloper van Neerlandistiek, maar indertijd nog geen blog) dat in dat jaar het blog was doorgebroken, en toen was het genre nog bijzonder hip. Vijf jaar geleden vierde ik hier het vijftienjarig bestaan en was de glans er al een beetje vanaf. Wie staat er nu nog stil bij deze heuglijke gebeurtenis?

Het Wikipedia-artikel over het weblog ziet er hopeloos verouderd uit, en lijkt sinds ongeveer 2009 nauwelijks meer inhoudelijk bijgewerkt. Vorig jaar plaatste iemand nog een waarschuwing dat het artikel als het zo verwaarloosd was eigenlijk niet meer in de encyclopedie paste, maar het belangrijkste dat sindsdien lijkt te zijn gebeurd is dat die waarschuwing weer is weggehaald.

We mogen dus wel stellen dat de hype voorbij is. Er is in Nederland ook maar één echt beroemd blog is, Geen Stijl. Afgelopen vrijdag verblijden ze Neerlandistiek met een paar honderd extra bezoekers, door in hun lijstje met links naar foto’s van schaars geklede vrouwen ook een link naar een artikel op onze site te plaatsen. Eerder die week wisten ze enige politieke ophef te genereren door een geheim ‘intern rapport’ van Forum voor Democratie over voormalig penningmeester Otten naar buiten te brengen.

Literair nieuws

Heel attent, kortom, van Jona Lendering om op zijn blog Mainzer Beobachter vrijdag een saluut te brengen aan onze site en te zeggen dat hij ons graag leest. Ik wil de complimenten ook wel retourneren, want de Mainzer Beobachter is het enige Nederlandse blog dat ik iedere dag lees. Maar we kunnen niet om de constatering heen dat we ons in een niche bevinden.

Daarbij moet gezegd dat de grenzen van het genre weblog wel wat vaag zijn. Tzum, dat ik ook iedere dag lees, noemt zich bijvoorbeeld een ‘literair weblog’ terwijl Neerlandistiek zich een ‘elektronisch tijdschrift’ noemt maar in de praktijk lijkt Tzum volgens mij meer op een tijdschrift dan Neerlandistiek. Dat ligt aan de opmaak, maar vooral door de focus op nieuwsberichten. Waar de kern van Neerlandistiek bestaat uit min of meer persoonlijke beschouwingen, gelardeerd met aankondigingen van congressen en nieuwe boeken, enz., lijkt het Tzum vooral te doen om een krant te zijn voor literair Nederland, met ook her en der een column.

Men zou Tzum iedere dag een pagina in een dagblad kunnen geven, en de lezer zou alleen merken dat er nu ineens wel heel veel literair nieuws in staat.

Wederwaardigheden

Het is misschien dat diffuse karakter van het weblog dat het zo ongrijpbaar maakt, zo weinig geschikt voor jubileumvieringen. Tijd dus om een en ander af te bakenen.

Er zijn geloof ik tot vier samenhangende karakteristieken die het blog onderscheiden van andere publicatievormen: een over de auteur, een over het onderwerp, een over de stijl en een over het publiek.

Het lijkt me bij blogs belangrijk dat er een bepaalde stem klinkt, of een groep stemmen. Sommige stemmen kun je verafschuwen, van andere kun je houden, maar ze moeten herkenbaar zijn. Wanneer op Neerlandistiek iemand over onderzoek schrijft, is die iemand doorgaans zelf ook een onderzoeker, met zijn eigen voor- en afkeuren, en die blijken. De artikelen van Kijk of Onze Taal passen doorgaans niet op een blog. Lendering noemt Frontaal Naakt als een van zijn voorbeelden en dat lijkt me inderdaad te drijven op de stem van hoofdredacteur Peter Breedveld – een nogal opgewonden stem die uitnodigt tot grote afkeur of grote waardering, dat is juist de aardigheid van zijn site.

Het is daarnaast ook van belang dat er een thema is voor het blog: Lendering schreef daar al over. Dat thema mag doorsneden worden met af en toe een obsessie van de blogger die helemaal niets met dat thema te maken heeft, dat is zelfs welkom. In weerwil van het vorige punt moet dat thema iets anders zijn dan de persoon van de blogger zelf. Bij vlogs werkt dat wel, en het blog is ook vijfentwintig jaar geleden begonnen als op internet geknalde dagboeken – in Nederland werd Merel Roze er beroemd mee – maar ik ken eigenlijk geen voorbeeld van een hedendaags blog dat alleen maar over de wederwaardigheden van de auteur gaat. (Afgezien misschien van de enkele literaire schrijver die op internet zijn kunsten vertoont, zoals Arnon Grunberg of Henk van Straten.)

Deze eerste twee criteria samennemend zou je kunnen zeggen dat een goed blog een ‘zakelijk’ onderwerp neemt (de biologische chemie, de geschiedenis van Bilthoven, de nakende ondergang van het vrije westen) en dit persoonlijk maakt. Alle goede blogs die ik ken voldoen aan deze voorwaarde.

Privé-besognes

Voor de stijl geldt dat deze een beetje rafelig moet zijn. Stukjes op een blog moeten de suggestie wekken er binnen een paar minuten op geknald te zijn, en ze moeten net niet helemaal af zijn. Af en toe een tikfout is verplicht, net als een soms geheel ontwrichte structuur. Dit aspect heeft het misschien nog wel over uit het dagboekverleden. De schrijver moet misschien wel zijn best doen om publiek te trekken en dat te behagen, maar moet dit niet teveel laten merken. Het voelt een beetje ongemakkelijk om hier voorbeelden te geven, want dat ‘onaffe’ ziet men snel als kritiek – terwijl het dus een stijlkenmerk is. Laat ik hier dus ons eigen Neerlandistiek opvoeren.

Die drie dingen samen hebben ook invloed op het publiek. Dat moet bijna even zichtbaar zijn als de auteurs. Ik bedoel daarmee niet dat een reactiepaneel verplicht is, maar eerder dat de stukjes zelf een publiek moeten oproepen. Bij de Mainzer Beobachter lees je er bijvoorbeeld vanaf dat hier een groep wat oudere mensen met een goede opleiding worden aangesproken die zelf bijvoorbeeld een beta-studie hebben gedaan maar het gymnasium nooit zijn vergeten en nu smullen van hun ontdekkingen dat over de oudheid steeds wat te leren valt.

In al deze opzichten lijken blogs dus het meest op openbare brieven, zoals je die in het Nieuwe Testament vindt (de brieven van Paulus aan die en die of van Petrus aan zus en zo), zoals die werden gepubliceerd in de Spectators in de achttiende eeuw, of de wetenschappelijke tijdschriften uit die periode, enzovoort. Omdat ze brieven zijn laat de auteur zich zien en spreekt hij de veronderstelde lezers aan; omdat ze openbaar zijn bevatten ze niet alleen maar privé-besognes en is de stijl niet al te gepolijst.

De hype van het weblog is misschien voorbij, het genre gaat zo bezien nooit verloren.