Het raad?

Door Henk Wolf

  • Zeker, en we weten daar nog altijd geen goed raad mee.

Bovenstaande zin stond op 1 juli in de Volkskrant. Hij is opgetekend uit de mond van historicus Gert Oostindië, die geïnterviewd werd door Sander van Walsum. Het is een aparte zin, althans het stukje geen goed raad is onverwacht.

Waarom? Wel, raad is allereerst geen het-woord, maar een de-woord. En tussen geen en een de-woord krijgen bijvoeglijke naamwoorden de uitgang -e. Kijk maar:

  • geen goed huis (‘het huis’)
  • geen goede schuur (‘de schuur’)

Natuurlijk kan ‘geen goed raad’ een typfoutje zijn, dus ik heb even gegoogeld om te kijken of het vaker is gebruikt. Dat bleek zo te zijn. De woordreeks ‘geen goed raad’ komt honderden keren op internet voor. Er lijkt dus iets aan de hand te zijn.

Er is nog meer apart aan de zin van Oostindië dan alleen een -e die wegvalt. We krijgen namelijk geen normaal klinkende Nederlandse zin als we het uitgangetje -e aan goed toevoegen, zoals dat bij een de-woord gebruikelijk is. Kijk maar:

  • We weten daar nog altijd geen goede raad mee. <vreemd>

Raad heeft in deze zin vanouds de betekenis van ‘nuttige kennis’. In die betekenis kennen we het alleen nog in een aantal vaste verbindingen. Het lukt niet goed om daarin bijvoeglijke naamwoorden te stoppen. Kijk maar:

  • We weten daar nog altijd geen beste raad mee. <vreemd>
  • Hij wist zich geen goede raad van de pijn. <vreemd>
  • Gelukkig wisten de neefjes snelle raad. <vreemd>

Maar, zo kan men tegenwerpen, je kunt toch wel het volgende zeggen:

  • Ze weten daar nog altijd niet goed raad mee.

Dat is waar, maar het bijwoord niet gebruiken we niet om zelfstandige naamwoorden te ontkennen, daar hebben we geen voor. Niet ontkent goed, dat hier alleen als bijwoord kan worden begrepen, niet als bijvoeglijk naamwoord. Niet goed of goed is een bijwoordelijke bepaling bij het hele stuk raad weten, dat een werkwoordelijke uitdrukking of andersoortige nauwe eenheid is gaan vormen.

Ook de ontkennende versie geen raad weten is zo’n eenheid geworden. Daardoor komen de volgende zinnen allebei voor in het Nederlands:

  • Ze weten daar nog altijd niet goed raad mee.
  • Ze weten daar nog altijd geen raad mee.

Daarbij ligt kruisbesmetting (contaminatie) natuurlijk op de loer. Verder komt ook het volgende zinstype voor:

  • Ze weten daar nog altijd goed raad mee.

Wie dat laatste type zin vaak hoort, kan het bijwoord goed zomaar als bijvoeglijk naamwoord bij raad gaan interpreteren, zodat raad als het-woord wordt opgevat.

Wat we hier dus mogelijk zien is dat een werkwoordelijke uitdrukking weer wordt geanalyseerd als wat ze oorspronkelijk was: een lijdend voorwerp met een werkwoord. Door dat heranalyseren wordt alleen raad als een het-woord opgevat en niet meer als een de-woord.

Het kan gebeuren dat mensen door die verandering het woord raad ook in andere contexten en betekenissen als het-woord gaan beschouwen. Het is niet zo makkelijk na te gaan of dat gebeurt, maar er zijn inderdaad gevallen te vinden waarin raad als het-woord wordt gebruikt. Een paar voorbeelden van internet:

  • Na de verkiezingen van afgelopen woensdag zal er donderdag aanstaande een nieuw raad geïnstalleerd worden.
  • Deze periode is een geschikt moment om te bekijken wat er voor u verandert met de komst van een nieuw raad.
  • Het raad van toezicht heeft een toezichthoudende rol.
  • De verantwoordelijkheid voor het besturen en het realiseren van de doelen van de stichting is belegd bij het Raad van Bestuur.
  • Zet dit gemeenteraad eens een dag vol met kinderen, kijken wat er dan gebeurt

In principe kan elk van die gevallen een typ- of redactiefout zijn, maar op verschillende internetpagina’s wordt raad meermaals als het-woord gebruikt in keurig geschreven Nederlandse teksten, wat in elk geval het vermoeden voedt dat het de-geslacht van raad niet voor iedereen meer vanzelfsprekend is.

Dit bericht is geplaatst in column, taalkunde met de tags , , . Bookmark de permalink.

6 Responses to Het raad?

  1. HansB schreef:

    ik heb veel gestreden tegen de verharing van de raad. Zinnen als: “De raad heeft in haar besluit van.. “ komen in ambtelijke teksten veel meer voor dan wenselijk en vele parafen later stuurde de gemeentesecretaris de zaak weer terug naar de steller voor directe ontharing.

  2. DirkJan schreef:

    Ik heb geen plausibele verklaring voor ogen, maar ik zet wel wat vraagtekens bij de theorie dat het om een soort verkapt opgevat het-woord zou gaan. We zeggen toch gewoon correct bijvoorbeeld, Goede raad is duur, of, Voor goede raad ga je naar de advocaat. Raad voelen we doorgaans gewoon aan als een de-woord. Maar ik denk dat, Ik weet daar geen goed raad (advies) mee, een vaste versteende uitdrukking is en een uitzondering vormt. Misschien heeft het oorspronkelijk ook te maken dat we raad zelden gebruiken met het lidwoord ‘een’? Dat laten we doorgaans weg, zoals ook in mijn twee voorbeelden. En dan heeft Goed raad weten ook de betekenis van stevig eten en drinken. Mijn conclusie, raad is een raadselachtig woord.

    • DirkJan schreef:

      NB: Van Dale labelt huisraad zowel als de- en als het-woord. Raad betekent hier goederen, of hulpmiddelen zoals ook raad in voorraad. In de Van Dale uit 1864 staat huisraad alleen als onzijdig genoteerd.

  3. M. Helder schreef:

    Ik vraag me evenals Dirk-Jan af of het hier wel om herinterpreteren/heranalyseren gaat. Er is ook een andere, simpeler verklaring mogelijk. Flink wat mensen zeggen ‘geeneens’ ipv ‘niet eens’. Dan ga je misschien ook in andere ‘niet’-combinaties ‘geen’ zeggen. Ik heb het idee dat daar meer voorbeelden van zijn, vooral in het zuiden van het land, maar ze willen me nu niet te binnen schieten.

  4. Jan Uyttendaele schreef:

    De analyse klopt. ‘Raad weten met’ is een werkwoordelijke uitdrukking. Je kunt daar wel een ontkenning of een bijwoordelijke bepaling aan toevoegen (‘geen raad weten met’, goed raad weten met’), maar geen bijvoeglijke bepaling bij het woord ‘raad’. ‘Goede raad weten met’ of ‘raad van de specialist weten met’ kan dus niet. Dat is nu eenmaal een beperking van alle werkwoordelijke uitdrukkingen. Vergelijk: je kunt wel ‘een oog in het zeil houden, maar geen ‘blauw oog in het zeil houden’ of ‘een oog van de meester in het zeil houden’.

  5. M. Helder schreef:

    Ja, dat was al duidelijk. Het gaat erom wat iemand ertoe brengt om hier ‘geen’ te zeggen ipv. ‘niet’. Wolf noemt daarvoor 2 hypothesen: herinterpretatie (resultaat: ‘de raad’ wordt ‘het raad’) en contaminatie. Ik opper een 3e mogelijkheid.

Laat een reactie achter