Gedicht: Victor J. Brunclair • De jonkheer

Uit een van de nieuwe titels in de DBNL

De jonkheer

Als hij in zicht komt van de vijver
loert hij terluiks eens naar de zwaan
en zet zijn opgezwollen krop wat stijver
om naar het bosprieel te gaan.

Daar wacht de rilde kamerjuffer
Hij schreef haar anoniem een brief
want hij de zelfvoldane bluffer
zei: Marguerite wordt mijn gerief

Het bosprieel heeft zijn secreten
– er is daar veel insektgekriel –
maar wis en waar is het geweten
dat er een dubbele oorvijg viel

De jonkheer ging dan rood van gramschap
naar ’t huisje van de hovenier
hij zond het zoontje om een boodschap
en vroeg de vrouw om een glas bier

Zij nam haar enige kristallen beker
en lei wat kant op het tablet
hij speelde met zijn sigaretontsteker
maar wierp haar onverhoeds op ’t bed

De dagen kwamen na de dagen
en als de boreling werd gedoopt
heeft men de hovenier ontslagen
voor ’t feest had hij een wild konijn gestroopt.

Victor J. Brunclair (1899-1944)
uit: Sluiereffekten (1936)

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter