‘Dat waterrecht in drie kolommen’ : een praktische werkeditie van de Kopenhager fragmenten van de (Middelnederduitse) bewerking van de Vonnissen van Oleron

Door Willem Kuiper

Hoewel het eiland Oléron dezer dagen in het middelpunt van het Franse nieuws staat in verband met een rechtszaak die door getergde vakantiegasten aangespannen is tegen de haan Maurice, een waardige opvolger van de haan Chantecler uit de Roman de Renart, gaat mijn belangstelling toch vooral uit naar de middeleeuwse Rôles d’Oléron. De Rollen van Oleron alias de Vonnissen van Oleron zijn 24 juridische uitspraken over de middeleeuwse koopvaardij die in het derde kwart van de dertiende eeuw in de (Franse) volktaal op schrift gesteld werden, en waarvoor kennelijk het recht van Oléron model gestaan heeft. Tot voor kort kende ik noch de naam noch wist ik van het bestaan van Oléron, dacht in eerste instantie dat het een mens was, maar Oléron is een eiland voor de Franse westkust, halverwege La Rochelle en Bordeaux, tegenover de monding van de rivier de Charantes. Voor de relatief kleine vrachtschepen waarmee men gedurende de Middeleeuwen voer, zal het een veilige haven geboden hebben van en naar Bordeaux. Vaten wijn vormden zo te lezen de bulk van de lading.
     De oudste bewaard gebleven Rôles d’Oléron worden bewaard in Londen, achterin het zogeheten Liber Horn, fol. 355v-360r, maar deze bladzijden zijn helaas nog niet gedigitaliseerd en online gezet. Een e-mail hierover is verstuurd.
     De tekst van deze redactie is echter wel gepubliceerd, het meest recent in: Karl-Friedrich Krieger, Ursprung und Wurzeln der Rôles d’Oléron. Köln usw. 1970, p. 122-145.

Deze Rôles d’Oléron zijn ook in het Middelnederlands vertaald, en die vertaling is bewaard gebleven in het (vijftiende-eeuwse) handschrift Stadsarchief Brugge, Oud Archief, nr. 96. Stadscartularia, 22, fol. 3r-5v als: “Dit es de coppie vanden Rollen van Oleron vanden vonnesse van[der zee]”. Al op 19 juni j.l., twee dagen na mijn stukje over het Kopenhaagse fragment, stuurde hoofdarchivaris Jan D’hondt mij digitale foto’s van de bladzijden met daarop deze vonnissen. Strikt genomen is ‘vonnissen’ een betere aanduiding dan ‘rollen’. Rollen slaat op de manier waarop de vonnissen oorspronkelijk bewaard zullen zijn, namelijk als boekrol. Vonnissen slaat op de inhoud van deze tekst, opgebouwd uit 24 paragrafen, waarvan de meeste eindigen met: “ende dit es tvonnesse”.

U begrijpt dat ik heel even de gelukkigste filoloog boven het IJ was, maar die extase verdampte vrij snel na het zien van de eerste foto. Zie hier het begin van de tekst op fol. 3 recto: Gelukkig worden de foto’s naar het einde toe steeds beter en de laatste bladzijde (fol. 5v) is heel goed leesbaar: Heb inmiddels al het een en ander afgeschreven en mijn afschrift vergeleken met de editie van Warnkönig 1846. Die editie bevat heel weinig echte fouten maar heel veel onnauwkeurigheden en normaliseringen, en is dus dringend aan vervanging toe. Maar eerst de editie van de Kopenhaagse fragmenten. Mocht iemand zich afvragen wat deze editie van Middelnederduitse fragmenten te zoeken heeft in een tijdschrift als neerlandistiek.nl dan luidt het antwoord dat deze Middelnederduitse tekst niet uit het Frans maar uit het Middelnederlands vertaald is. Iemand uit Hamburg heeft in Brugge de hand weten te leggen op een Vlaamse tekst en die onderweg naar huis in Hanze Duits vertaald.
     Voor deze editie van de vijf dubbelbladen, alle afkomstig uit hetzelfde katern van een papieren handschrift dat mijns inziens dateert van het eerste kwart van vijftiende eeuw, maar dat, gelet op paleografische eigenaardigheden als een punt op de letter ‘y’ en het gebruik van de bovengeschreven letter ‘a’ als abbreviatuur, gekopieerd zal zijn naar een handschrift uit de veertiende eeuw, heb ik gebruik gemaakt van de volgende foto’s: 2580, 2581, 2582, 2583,  2584 (met dank aan dr. Ulrich Oppitz) en H. Deiter (ed.), ‘Dat waterrecht nach einer Emder und Auricher Handschrift.’, in: Jahrbuch des Vereins für niederdeutsche Sprachforschung. Jahrgang 1881, p. 34-62. Mijn editie Dat waterrecht in drie kolommen heeft geen andere pretentie dan onderzoekers die het Middelnederduits beheersen – ik kan het alleen maar lezen – een diplomatische voorzet te geven die zij kritisch mogen inkoppen. Ik ga verder met de Brugse Coppie vanden Rollen van Oleron vanden vonnesse vander zee.