Waar vind je nog frisisten?

door Goffe Jensma en Henk Wolf

Een ijzeren wet in universitair Nederland is dat de grote vissen de kleine eten. Om financieel het hoofd boven water te houden openen Colleges van Bestuur en Faculteitsbesturen aan hun geesteswetenschappelijke faculteiten steeds bredere opleidingen om daarmee steeds omvangrijkere groepen studenten te interesseren. Het visje Fries heeft in deze vijver in de afgelopen decennia een bewogen geschiedenis achter de rug. Hoe kon en kan het overleven?

Ooit kon je naar verluidt aan vijf van de zes klassieke universiteiten in Nederland Fries studeren en werd er schande van gesproken dat de Radboud-Universiteit in Nijmegen niet ook Fries aanbood. Die tijden zijn voorbij. De voorzieningen aan de Leidse en de Utrechtse universiteiten zijn volledig verdwenen, evenals ook de volledige opleiding aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De Universiteit van Amsterdam hief haar studierichting Friese taal- en letterkunde in 1999 op en ging verder als minor Fries.

De ontwikkeling in de frisistiek – de studie van de Friese taalkunde, letterkunde en geschiedenis – laat zo zien dat een bestaande, evenwichtig uitgebalanceerde wetenschappelijke infrastructuur in een paar decennia dreigt te worden opgeslokt. Onder dwang verdwijnt er echter niet alleen van alles, maar ontstaan ook nieuwe initiatieven en samenwerkingsverbanden. In dit stuk zetten wij op een rijtje wat er aan Friese opleidingen bestaat.

De frisistiek kan worden beschouwd als een soort van seismograaf en proefveld tegelijk. Frisisten voelen de trillingen in het universitaire veld het eerst en ze komen met mogelijke oplossingen, bijvoorbeeld door meer comparatief te gaan werken. ‘Meertaligheid’ is bijvoorbeeld tussen de nog bestaande programma’s een van de grootste gemene delers. Andere bedreigde wetenschapsgebieden, zoals de neerlandistiek, die er nu nog goed voor lijken te staan, zouden misschien lessen kunnen trekken.

Christian-Albrechts-Universität Kiel
Wie een klassieke – uitsluitend op het Fries gerichte – studie frisistiek op universitair niveau wil volgen, op bachelor- én op masterniveau, die kan vandaag de dag terecht in Duitsland, aan de Christian-Albrechts-Universität in Kiel. Daar is Jarich Hoekstra (Institut für Skandinavistik, Frisistik und Allgemeine Sprachwissenschaft), afkomstig uit de Nederlandse provincie Friesland, hoogleraar. Hoewel het Fries in Nederland ook aan bod komt, ligt het zwaartepunt van de studie op het Fries in het Duitse Noord-Friesland. Behalve een hoofdstudie kunnen studenten ook bijvakken op het gebied van de frisistiek volgen. Studenten volgen – zoals in Duitsland te doen gebruikelijk – een combinatie van twee programma’s: Fries en een andere studie, een omstandigheid die voor de studie van het Fries gelukkig uitpakt.

Rijksuniversiteit Groningen
Aan de Rijksuniversiteit Groningen valt het onderwijs in en onderzoek naar de Friese taal en cultuur onder de sinds 1941 bestaande leerstoel Friese Taal- en Letterkunde, die sinds 2008 door Goffe Jensma wordt bekleed. In 2012/2013 verbreedde de leerstoel de opleidingen Friese Taal en Cultuur tot internationale opleidingen onder de naam BA Minorities & Multilingualism | Frysk en MA Multilingualism. In beide programma’s is veel aandacht voor het Fries, In de BA is het bovendien mogelijk om een specialisatietrack Friese taal en cultuur van 60 ECTS te volgen. Daarnaast is het in Groningen mogelijk om (binnen het programma Europese Talen en Culturen) een master Fries te volgen en als vervolg daarop een educatieve master die opleidt tot leraar Fries op het hoogste niveau. De opleiding Minorities & Multilingualism | Frysk wordt  momenteel door zo’n 60 full time studenten gevolgd (en jaarlijks daarenboven circa 150 bijvak- en internationale uitwisselingsstudenten (Erasmus)), de optionele Friese vakken hebben zo’n vier tot tien studenten. De opleiding verzorgt tevens twee MOOCS (Fries en Multilingualism) die tot nu toe door respectievelijk ca.12000 en 6800 studenten zijn gevolgd. De leerstoel is bezig zijn programma te moderniseren en het onderwijs voortaan ook standaard in digitale vorm en daarnaast in de vorm van senioren-, emigranten- en ambtenarencolleges aan te bieden. Het breidt daarbij de aandacht voor het Fries uit in de vorm van een 90 ECTS specialisatietrack (waarvan 30 ECTS zijn bestemd voor ‘Frisian as a Foreign Language’).

NHL Stenden Hogeschool (Leeuwarden en Groningen)
Een lerarenopleiding Fries is ook te volgen aan de NHL Stenden Hogeschool. Er zijn een driejarige en een vierjarige bachelor in Leeuwarden, zowel in deeltijd als in voltijd, en er is een driejarige masterstudie in Groningen. De hogeschool leidt ook de docenten Fries van cursusorganisatie Afûk op, verzorgt cursussen Fries op de pabo en biedt studenten van andere opleidingen de mogelijkheid om een minor van 30 EC of bijvak Fries te volgen. Momenteel heeft NHL Stenden rond de veertig studenten die geheel of gedeeltelijk het bachelor- of masterprogramma Fries volgen. De studie Fries wordt deels door de provincie Friesland bekostigd. Onderzoek op het gebied van het Fries in het onderwijs werd gedaan door een team van vijf onderzoekers rond lector Fries en meertaligheid Alex Riemersma, die in mei 2019 met pensioen is gegaan. De onderzoeksgroep is gefuseerd met een andere kenniskring en heet nu ‘meertaligheid en geletterdheid’. Welke rol het Fries er in de toekomst in speelt, is onbekend.

Universiteit van Amsterdam
De Universiteit van Amsterdam heeft in de persoon van Arjen Versloot een Hoogleraar Germaanse taalkunde, in het bijzonder van de Duitse, Scandinavische en Friese talen, maar geen volledige studie Fries meer. Wel kunnen studenten vanuit een ander hoofdvak er een minor Fries van 24 EC volgen. Daarin komt ook de positie van minderheidstalen in het algemeen aan bod. Deze minor wordt grotendeels verzorgd door medewerkers van de Fryske Akademy. Om een groter publiek te trekken wordt de minor sinds een paar jaar gedeeltelijk in het Engels aangeboden.

Europa-Universität Flensburg
De Europa-Universität Flensburg is haar hoofdvak Fries al lang geleden kwijtgeraakt. Er is een hoogleraar met Fries in zijn takenpakket, Nils Langer, die een klein team van onderzoekers leidt. In samenwerking met het Nordfriisk Instituut in Bredstedt bieden zij bijvakken Fries aan. Studenten met germanistiek (Duits) als hoofdstudie zijn verplicht Nederduits of Fries als bijvak te volgen. Zo’n zestig studenten germanistiek volgen het verplichte bijvak en nog eens twaalf studenten volgen een uitgebreider aantal Friese vakken. Het bijvak geeft toelating tot het Refendariat, de lerarenopleiding Fries.

Carl-von-Ossietzky-Universität Oldenburg
Aan de universiteit in Oldenburg werkt Jörg Peters (Hoogleraar Duitse taal, Pragmatiek en Sociolinguïstiek / Nederduits) als hoogleraar voor onder andere het Saterfries. Er wordt door Peters op kleine schaal taalkundig en taalsociologisch onderzoek naar het Saterfries gedaan. De mogelijkheid om als bijvak Saterfries te volgen is een paar jaar geleden verdwenen.

Fryske Akademy (Leeuwarden)
De sinds 1938 bestaande Fryske Akademy is een aan de Koninklijke Academie van Wetenschappen gelieerd instituut. Behalve aan taalkundig onderzoek naar het Fries heeft de Fryske Akademy een functie door zijn lexicografisch werk. Daarnaast vindt er (in toenemende mate) taalsociologisch/sociolinguïstisch onderzoek plaats. De Akademy heeft 24 onderzoekers in dienst, die grotendeels in deeltijd en/of op tijdelijke contracten werken. Bijzonder aan de Fryske Akademy is Mercator, een netwerkinstituut dat zich toelegt op (onderwijs over en in) minderheidstalen vooral  binnen Europa.

Nordfriisk Instituut (Bredstedt)
Het Nordfriisk Instituut in Bredstedt is een klein onderzoeksinstituut, met een handjevol medewerkers, die naast onderzoek ook aan taalpromotie doen. Medewerkers van het Nordfriisk Instituut verzorgen tevens colleges op het gebied van de frisistiek aan de universiteit in Flensburg.

Wat opvalt aan deze toch uiteindelijk niet onaanzienlijke lijst is ten eerste dat in bijna alle gevallen de studie naar het Fries is ingebed in bredere verbanden (een studie Nederlands, een internationaal vergelijkende studie, een afdeling germanistiek, enz). Het is het resultaat van de ‘opschaling’ van het hoger onderwijs als geheel. Studenten prefereren tegenwoordig – althans de universiteiten denken dat de student dat doet  – op Amerikaanse leest geschoeide brede, liberal arts-achtige opleidingen. Voor de frisistiek ligt daar een bedreiging maar ook een kans, mits ze erin slaagt om als expertiseveld daarbinnen herkenbaar en vindbaar te blijven. En dat laatste hangt ook weer sterk af van de wil van de frisisten zelf om met elkaar samen te werken en massa te maken.

Dit bericht is geplaatst in column, vakgeschiedenis met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter