Voor kinderen doen we meer ons best op onze /t/

Door Marc van Oostendorp

Dat mensen anders praten tegen kleine kinderen – ik schrijf er de laatste tijd wel vaker over, want het lijkt ineens een onderwerp te zijn geworden in de literatuur. Want wat zijn de verschillen precies en hoe verklaren we ze?

Een duidelijke functie van dat anders praten is dat het in veel opzichten duidelijker is. Mensen praten zodra hun gesprekspartner jonger is wat langzamer, ze leggen meer klemtonen en ze articuleren ook beter. Dat helpt kinderen, want die hebben de enorm ingewikkelde taak om van alles te leren over hun moedertaal zonder dat iemand het ze gedegen kan uitleggen. Ze moeten het dus doen aan de hand van voorbeelden en dan helpt het als die voorbeelden duidelijk zijn.

In een nieuw artikel in het Journal of Phonetics bestudeerde een groep Amerikaanse onderzoekers dit voor drie Engelse medeklinkers: de t, de d en de n. Voor de liefhebber: dat zijn alle drie tandmedeklinkers, die je maakt door je tong vlak achter je tanden tegen het harde verhemelte te houden.

Verwarren

Wat niet verrassend is: de t werd veel vaker ‘duidelijk’ uitgesproken tegen kinderen dan tegen volwassenen. Wat wel verrassend is: dit gold eigenlijk niet voor de d of de n.

Hoe meet je de duidelijkheid van uitspraak? In het Engels is, trouwens, net als in het Nederlands, de t extreem variabel. In water wordt hij vaak uitgesproken als een zogenaamde flap, met alleen een heel kort tikje van de tongpunt tegen het verhemelte. Aan het eind van een woord wordt hij vaak weggelaten. Aan het begin kan hij een extra putje lucht krijgen en (in het Engels) wat extra druk vanuit de stembanden. Maar die extra druk kan ook wegblijven.

Die laatste vorm is de ‘canonieke’: degene die het vaakst voorkomt, en degene waarvan we aannemen dat sprekers hem in hun hoofd hebben – met dan regels over hoe hij soms in specifieke contexten kan worden aangepast.

Maar als kind moet je dus uitvinden wat die canonieke vorm is, en dat valt vooral voor de t met al zijn variabiliteit nog niet mee. Misschien is dat de reden dat volwassenen onbewust beter hun best doen om voor die klank de canonieke vorm te maken.

In de grafiek hierboven valt bovendien te zien dat de canonieke vorm in het geval van de t niet eens in de grootste minderheid van de gevallen wordt gebruikt in ‘normale’ spraak. Die spraak is dus waarschijnlijk extreem verwarrend als je systeem probeert te ontdekken. Daar lijken volwassenen rekening mee te houden als ze met kinderen praten. We willen de nieuwe generatie niet verwarren.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter