De vertilburgisering van de wetenschap

Door Marc van Oostendorp

Tilburg University. Bron: Wikipedia

Mijn leven is getekend doordat ik een groot deel van mijn studietijd (eind jaren tachtig) en mijn hele promotietijd (begin jaren negentig) heb doorgebracht aan Faculteit der Letteren van de Katholieke Universiteit Brabant.

Ik zie ik het academisch bedrijf nog vaak door een Tilburgse bril. En dat maakt me soms een beetje angstig.

Het was een curieuze faculteit – ik spreek in de verleden tijd, want ik weet niet veel over de huidige structuur, maar wel dat hij geheel anders is. Ze was nog maar kort tevoren opgericht en had daardoor een heel jonge staf. Als student besef je dat niet, maar ik geloof dat er toen ik aankwam geen enkele docent ouder was dan ik nu ben. Terwijl ik momenteel in Nijmegen nu niet speciaal de jongste, maar net zo goed ook niet de oudste ben van de staf.

Die jonge mensen wilden allemaal wel wat en er hing dus veel energie in de lucht. Bovendien was de staf inhoudelijk heel divers: van de literatuursociologen van Hugo Verdaasdonk tot en met de lezers van Jaap Goedegebuure, van de computertaalkundigen van Harry Bunt tot en met de psycholinguïsten van Leo Noordman. Ik geloof niet dat er ooit een opleiding is geweest waar je een rijkere dis aan wetenschapsopvattingen kreeg voorgeschoteld. Het was geloof ik, mede daardoor, ook een goede opleiding.

Het veld ruimen

Al die opvattingen botsten regelmatig, want al die jonge lieden vonden allemaal hun jonge eigen paradigma natuurlijk niet alleen het interessantst, maar ook het enig juiste.

Ondertussen was er een permanente dreiging. Terwijl men aan de andere Nederlandse universiteiten nog rustig voortsukkelde van dag tot dag, omdat de studenten toch wel altijd zouden komen, werd er in Tilburg wel altijd iets opgeheven. Ik was me er niet alleen van bewust dat ik de eerste was die de specifieke opleiding deed die ik volgde, maar waarschijnlijk ook de laatste, omdat alles volgend jaar weer anders moest.

Als de universiteit niet als geheel moest worden geschrapt van het ministerie, dan was het wel de faculteit (die overigens zo groot was als een fikse vakgroep en ook maar één vakgroep had). En als de faculteit niet werd opgeheven, dan moest hij worden ingekrompen en ging het er dus om welk van al die nieuwe paradigma’s eigenlijk het veld moest ruimen.

Echte dreiging

Alle ellende die je nu overal ziet, zag je dus het eerst in Tilburg: onderling wantrouwen, permanente zorg. Ik heb nog meegemaakt dat Henk van Riemsdijk en Jaap Goedegebuure om de faculteit te redden met het idee kwamen om een traditionele opleiding Neerlandistiek in te richten. Dat zou tenminste een permanente stroom studenten trekken.

Ha!

Als ik me goed herinner, vonden andere opleidingen in den lande het niet goed.

Maar feitelijk was er dus altijd onrust, en die onrust vertaalde zich in onderlinge spanningen, en leidde er uiteindelijk toe dat er weinig meer over is van dat Tilburg. Er werken nog heel goede onderzoekers, die vast inspirerend college geven in de taalkunde en in de letterkunde ook, maar een eigen opleiding is er niet meer.

Dat is waar ik de laatste tijd vaak aan denk. Bedreigingen leveren vechtlust op, maar die vechtlust slaat gemakkelijk naar binnen. Terwijl de echte dreiging eigenlijk nooit komt van collega’s, maar altijd van het beleid.

Mensen vroegen mij waar de ‘acties’ waren tegen de onzalige plannen van Van Engelshoven die ik maandag heb aangekondigd. Welnu, vrijdag vergadert WO in Actie om 17 uur bij het AOb in Utrecht over nieuwe acties. Komt allen! (Op de website gaat het over ‘de opening van het academisch jaar’, maar wat mij betreft maken we er een hete zomer van.)