De lengte van een proefvisitatie

Iemand heeft een nieuwe rol in ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

“Dames en heren”, zei Wouter Pieterse, de voormalig hoogleraar Financiële Letterkunde die inmiddels al weer lang geleden in een manager veranderd was en sindsdien promotie had gemaakt tot hoofd Human Resource Management van de universiteit maar soms nog iets aan zijn oude vak wilde doen, zoals vandaag. “Voor u zit de commissie, waarvan ik de eer heb de voorzitter te zijn.”

Hij keek zijn voormalige medewerkers vriendelijk glimlachend aan, alsof hij wilde zeggen “wees niet bevreesd”. “Links van mij”, zei hij, “zit onze Vlaamse collega professor Josef De Bruyne, u kent hem natuurlijk allemaal van zijn standaardwerk Vlaams modernisme anno nu.

“Hallo”, zei De Bruyne, terwijl hij even van zijn iPad opkeek, waarop hij al minuten iets aan het zoeken leek.

“Rechts”, vervolgde Wouter, “ziet u Mia Bravo, de huidige bestuursvoorzitter van de Arba Hogeschool.”

Mevrouw Bravo glimlachte. “Ik heb zelf ooit ook een blauwe maandag Nederlands gestudeerd”, verklaarde ze haar aanwezigheid nader. “Daarna ben ik overgestapt op beleidswetenschappen, wat natuurlijk niet betekent dat ik nu op u neerkijk.”

“Momentje, Wouter”, zei Maribella, de nieuwe hoogleraar Dutch Studies, “hoe lang gaat dit allemaal nog duren? Er komt vanmiddag ook nog een redacteur op bezoek om te praten over een nieuw boek van me.”

“Ik neem aan dat u dat toch tevoren duidelijk is medegedeeld”, zei een kalend mannetje dat naast Wouter zat en die daarom de secretaris van de commissie moest zijn. “Deze proefvisitatie duurt even lang als een gewone visitatie, namelijk twee dagen.”

“Twee dagen!” Maribella was een jaar eerder ingevlogen uit Amerika, en sinds die tijd was haar inderdaad op allerlei tijden gevraagd tijd vrij te maken voor deze ‘proefvisitatie’. Niet alleen had ze een lijvige ‘zelfstudie’ moeten schrijven – daar draaide ze haar hand niet voor om, en het manuscript had ze omgewerkt tot het nieuwe boek waarover ze die middag zou praten met haar redacteur, Arie De Jager and a New Programme for Dutch Studies. Maar dat ze nu twee dagen met deze commissie moest oefenen voor als er over twee jaar een échte visitatie zou komen, was haar ontgaan. (De eerste schrijfrondes voor die echte visitatie waren, toevallig of niet, twee weken eerder begonnen.)

“Ja”, zei het kalende mannetje, “dit is toch echt belangrijk, ik hoop dat we mekaar goed begrijpen. De opleiding heeft bij de vorige visitatie een aantal kritische opmerkingen gekregen, het is van belang dat de volgende keer alles vlekkeloos verloopt.”

Ook dat was nieuw voor Maribella. “Maar”, zei ze tegen Wouter, “de vorige keer was jij toch voorzitter van de afdeling?”

Hij glimlachte. “Ik ben bijzonder blij dat ik je daarover nu een paar vragen kan stellen”, zei hij. “Vanuit mijn nieuwe rol.”

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter