De checkout en het uitchecken

door Henk Wolf

Een poosje geleden zat ik in een hotel in Duitsland. Zoals alle hotels had ook dit hotel een tijdstip vastgesteld waarop de gasten op hun laatste dag aan hun verplichtingen moesten hebben voldaan (sleutel inleveren, afrekenen etcetera). Al die verplichtingen heetten volgens het informatieboekje de Checkout en het bijbehorende werkwoord was auschecken.

Dat lijkt in Duitse hotels een patroon te zijn: het zelfstandig naamwoord is ook weleens Auscheck, maar zeker zo vaak is het helemaal Engels, terwijl het werkwoord doorgaans verder wordt verduitst.

In Nederlandse hotels lijkt er wat meer variatie te zijn tussen checkout en uitcheck, maar het werkwoord is ook in het Nederlands naar mijn indruk veel vaker het deels vertaalde uitchecken dan outchecken.

Ik vermoed dat de groep van scheidbaar samengestelde werkwoorden maar een beperkte mogelijkheid tot uitbreiding heeft; we hebben erg sterk de neiging om daarin het niet-werkwoordelijke stukje te kiezen uit een kleine groep ingeburgerde woordjes (zoals uit, in, af). Zolang je uit die woordjes kiest, kun je heel makkelijk goed klinkende nieuwe werkwoorden maken: nachecken, uitprinten, afkicken. In het Duits werkt het mutatis mutandis vast hetzelfde. Vandaar liever auschecken dan outchecken. En in het Fries gaat het ook zo: niet outtsjekke, maar úttsjekke.

Onze onbewuste afkeer van scheidbaar samengestelde werkwoorden met nieuwe elementen als niet-werkwoordelijk stukje kan trouwens verschillende resultaten geven. Bij uitchecken is het Engelse element out door z’n Nederlandse tegenhanger vervangen, maar bij workouten is het blijven staan en is het werkwoord niet-scheidbaar gemaakt: ‘Ik probeer te workouten’ en niet ‘ik probeer out/uit te worken’. Inchecken is wel weer een scheidbaar werkwoord met z’n originele niet-werkwoordelijke stuk, maar daar is dat geen probleem, omdat het overeenkomt met het al in het Nederlands aanwezige in.

Als de beide stukjes van het werkwoord direct naast elkaar staan, dan is er voor mijn gevoel nog net iets meer mogelijkheid om een anderstalige vorm te gebruiken dan wanneer ze van elkaar worden gescheiden: ‘we moeten outchecken‘ klinkt wel slecht, maar het wil bij mij toch nog net ietsjes beter dan ‘we zijn al outgecheckt‘ en ‘het is tijd om out te checken‘.

Dit bericht is geplaatst in column, taalkunde met de tags , , . Bookmark de permalink.

6 Responses to De checkout en het uitchecken

  1. Willem Huberts schreef:

    Voor wat het waard is: ik gebruik al jaren het scheidbaar samengestelde werkwoord ‘downloaden’. Voorbeelden:
    * Ik heb dat bestand downgeload
    * Is die film al down te loaden?
    * Load jij dat bestand even down?
    Ik moet toegeven dat ik met enige regelmaat vreemde blikken krijg toegeworpen, maar niemand heeft mij tot, nu toe gezegd mij niet te hebben begrepen. Diezelfde vreemde blikken ontvang ik overigens ook als ik ‘twintig acht’ zeg of ‘twintig dertien’ als ik 2008 en 2013 bedoel – maar dat terzijde.

  2. Gerard van der Leeuw schreef:

    Ik:

    ik heb dat bestand gedownload
    Kun je die film al downloaden?
    Wil jij dit bestand even downloaden?

    Elk vogeltje zingt zoals het gedownload is.

  3. DirkJan schreef:

    Dat we woorden als outchecken en workouten niet scheidbaar maken komt denk ik omdat het dan losse woordje out niet verder gebruikt wordt en onbekend is in het Nederlands. Het is een Engels woordje en daarom vertalen we die losse woordjes ook liever en worden deze woorden wel scheidbaar.

  4. Interessante observatie, die mogelijk nieuw licht werpt op dat wonderlijke fenomeen van het scheidbaar samengestelde werkwoord, al zie ik nog niet zo goed welk licht. Ik deel ook de oordelen die je aan het einde geeft.

    De vraag is ook wel waarom outchecken dan niet als een onanalyseerbare stam kan worden gebruikt (ik outcheckte, enz.) Je moet dus kennelijk verplicht morfologische structuur toekennen, en dat kan alleen die van een scheidbaar samengesteld werkwoord zijn, alleen is dat werkwoord vervolgens niet goed.

Laat een reactie achter