Bourgondische raadsels uit Den Hof der Liefde

HofDerLiefde

Door Marti Roos

Den hof der liefde is een 18e-eeuwse, kleine handleiding voor het hofmaken. Het bevat raadgevingen over houding en gedrag, voorbeelden voor de jongen om een meisje aan te spreken, hetgeen al snel wordt gevolgd door het huwelijksaanzoek en het katholieke doopritueel, met daartussen een aantal gedichten. Hierop volgt een verzameling van 110 genoeglijke raadsels en 41 minneraadsels, en het geheel wordt afgesloten met vier korte minnebrieven en een lied. De raadsels beslaan ongeveer de helft van het 72 pagina’s tellende boekje.

Er zijn maar vijf exemplaren van Den hof der liefde bewaard gebleven, waaronder een druk uit 1728 in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag, en een druk uit 1738 in de Universiteitsbibliotheek van Gent. De veilingcatalogus van de Gentse uitgeverij Gimblet uit 1806 vermeldt nog een voorraad van 527 exemplaren.

Lappendeken

Een originele handleiding voor de vrijerij is Den hof der liefde niet, want het boekje is een complexe lappendeken van oudere teksten uit voornamelijk de 16e en 17e eeuw. De belangrijkste bronnen zijn enerzijds Le jardin d’amour, où il est enseigné la methode & addresse, pour bien entretenir une maistresse, een boekje voor de populaire markt, waarvan de oudst bekende druk uit 1671 is, en anderzijds de Nederlandstalige bewerking van Ovidius’ De arte amandi door Andries Nuts, De conste der minnen, waarvan de approbatie dateert van 29 augustus 1587.

De raadsels uit Den hof der liefde gaan grotendeels terug op twee oudere Franstalige werken, namelijk de Demandes joyeuses en de Demandes d’amours, die voor het eerst in druk verschenen aan het einde van de 15e eeuw, maar vaker zijn herdrukt. Een kleinere groep raadsels is afkomstig uit het boekje met recreatieve vragen Questions et demandes recreatives, dat voor het eerst werd gedrukt in 1568.

OvidiusConste

Bourgondische raadsels: Demandes joyeuses

De genoeglijke raadsels behoren tot de oudste groep van teksten in Den hof der liefde. Ongeveer de helft ervan is afkomstig uit de Demandes joyeuses, een boekje met ongeveer 80 raadsels en schertsvragen (raadselmoppen) die voor het eerst in druk verschenen aan het einde van de 15e eeuw en tot in de vroege 17e eeuw zijn herdrukt. Er zijn maar een tiental exemplaren van dit boekje bekend, en nog minder bewaard gebleven. Opvallend is het grote aantal expliciet scatologische en seksuele schertsvragen. De laatste zijn overigens weggelaten uit Den hof der liefde. De oudst bekende en tevens grootste verzameling van dergelijke raadsels is te vinden in een kostbaar handschrift uit rond 1470, dat waarschijnlijk is vervaardigd te Gent of Brugge, waaruit wordt afgeleid dat deze raadsels behoorden tot het amusement van aristocratische kringen in de Bourgondische tijd. Roy (1977) bezorgde een editie van de raadsels uit dit handschrift (Chantilly 654) en aanverwante werken.

  • vra. Wanneer doen de tanden het meeste pyn aen den Wolf?
  • ant. Als de Honden hem aen de bille byten.
  • vra. Wat is’t hoe men’t meerder stoot, hoe het minder ingaet?
  • ant. Eenen stront als men kakt.
  • vra. Welk blad van den Bosch is het zuyverste?
  • ant. Het blad van den Hulst, want niemand en derft synen eers daer mede vagen.
  • vra. Wat beeste heeft den steirt tusschen de twee oogen, en maekt de Moesele nae?
  • ant. Een Katte als sy haeren eers lekt

De aanvulling en maekt de Moesele nae ontbreekt in de Franse teksten, maar de vergelijking tussen een kat die zich wast en een moezelzak of doedelzak is treffend (zowel voor de kat als de moezelzak).

Raadsels van een raadsman: Questions et demandes recreatives

Ongeveer een zesde van de raadsels uit Den hof der liefde gaat terug op een ander Frans boekje met recreatieve vragen, Questions et demandes recreatives, toegeschreven aan Antoine du Verdier, bibliograaf en lid van de hofraad van het Franse Hof. De eerste druk verscheen in 1568, en ook dit werk werd verschillende malen herdrukt. Het bevat geen seksueel expliciete raadsels, maar wel een groot aantal met bedekte toespelingen.

  • vra. Wat is ’t dat wit is, lang, rond, hairachtig op een eynde, sterft zonder kinderen, en word geboren hangende.
  • ant. Het is eene Keirsse.
  • vra. Wat is dit: ik hebben’t levende gezien, ik hebbe’t dood gezien, en hebbe’t wederom levende gezien korten tyd naer syne dood.
  • ant. Het is een Keirsse die men uyt-blaest, en daer naer wederom ontsteékt.
  • vra. Wat is wit van binnen, hairachtig in ’t midden, en tanden van buyten?
  • ant. Het is een Kastanie
  • vra. Wie heeft een ooge in den steirt?
  • ant. Een braed-panne.

Eén van de merkwaardigste vraagstukken uit de Questions et demandes recreatives is een uit verschillende, soms ouder bekende raadselmotieven samengesteld verhaal, dat in deze vorm vermoedelijk teruggaat op een spotprognosticatie uit 1512. In de 15e en 16e eeuw waren prognosticaties of jaarsvoorspellingen erg populair, en al spoedig verschenen er ook parodieën hierop: de spotprognosticaties. Kenmerkend is dat raadselachtige en onheilspellende beschrijvingen uiteindelijk verwijzen naar alledaagse zaken. Het vraagstuk circuleerde internationaal: een soortgelijke constellatie met kaartspel, haan en kerkdienst wordt ook aangetroffen in een Duitstalige spotprognosticatie uit 1536.

  • vra. Wat is dit: dit jaer zalder grooten Oorlog zyn tusschen Koningen en Koninginnen, die eyndigen zal door het vuer op het eerste geschreeuw van een vervaerlyke beeste, de welke heeft den mond van hoorne en eenen baert van vleesch? De dooden zonder medelyden zullen opstaen uyt hunne graven, en zullen wandelen op een van de vellen van de vier Evangelisten en zullen gaen tot de fonteyne, de welke distileert het water door eenen zyden draed. En verroerende vele vellen van de doode beesten, zullen roepen en zingen, tot dat den Zone zal synen Vader g’eten hebben in het herte van syne Moeder?
  • ant. Den Oorlog, dat is van de Kaert-speelders, de welke spelen tot dat den Haen kraeyd, dan worpen sy de Kaerten in’t vuer. De dooden zonder medelyden, dat zyn de Religieusen, die uyt de weireld zyn, en staen ’s morgens uyt hunne bedde op om nae de Kerke te gaen, alwaer genomen hebbende Wy-water met den Wy-water quispel gaen zitten voor den Lessenaer, en verroerende eenen grooten Boek, wiëns bladeren van perkement zyn, zingen tot dat de Misse uyt is, hebbende aen hunne voeten schoenen, ofte pantoeffels, de welke solen hebben van ossen leder.

Een raadsel van Nederlandse bodem: Coenens Visboeck

Het laatste raadsel uit Den hof der liefde is het enige dat nawijsbaar van Nederlandse bodem is: het is een korte versie van een gedicht over de haring uit het Visboeck van Coenen, een rijk geïllustreerd handschrift uit 1578 over het mariene leven, dat wordt bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De volledige versie van dit raadselgedicht duikt in verschillende oude raadselboeken op, en is zelfs vertaald naar het Duits.

  • vra. Wat is dit: het was eenen Koning van grooter macht,
    die leefde by dagen en by nachte,
    nochtans en heeft hy Huys, nogte Kasteel,
    nogte naermaels eenig deel?
  • ant. Eenen Boxharing.

Overige raadsels

De overige raadsels en schertsvragen in Den hof der liefde zijn van onbekende herkomst. Een aantal betreft internationaal bekende raadsels in eigenlijke zin, waarin een op verhullende wijze omschreven object geraden moet worden, zoals het koe-raadsel en mens-raadsel.

  • vra. Wat is dit vier die den hemel aenzien, vier die den weg slaen, en vier die t’eten dragen?
  • antw. Een Koey, de welke heeft vier voeten, vier memmen, twee horens, en twee ooren.
  • vra. Ik hebbe gezien op het Veld twee pilaeren, op dese twee pilaeren een fonteyn, een schuere en een oven, een wyde op den oven, en beesten die daer rondom wyden.
  • ant. Het is eenen recht-staenden man, die water pist met den blooten hoofde.

Vertaalproblemen

De vertaling van de genoeglijke raadsels in Den hof der liefde is niet geheel vlekkeloos. Enerzijds gaat het om lees- of zetfouten, anderzijds om woordspelingen die in de Nederlandse vertaling zijn gesneuveld, waardoor de tekst obscuur is geworden. Pas door lezing van de originele Franse tekst kunnen ze worden opgelost.

De Nederlandse oplossing van het volgende raadsel berust op een lees- of zetfout: het juist antwoord is Kam, als instrument om de luizen te verwijderen, en niet Ram, als beest uit de weide.

  • vra. Het en heeft vleesch nogte beenderen, nogte kleederen en zit onder de beesten uyt de wyde.
  • ant. Eenen Ram.
  • Tel n’a ne chair, ne os, ne vesture, / Met cent bestes hors de pasture. – C’est un pigne.

De onderstaande schertsvraag berust op een onvertaalbare woordspeling in het Frans van l’avez ‘u heeft hem’ en laver ‘wassen’. De oplossing boter-stamper is niet goed verklaarbaar.

  • vra. Wat is dit? is’t dat gy niet en hebt, zoo leent gy my, en is’t dat gy het hebt en leent het my niet?
  • ant. Het is eenen Boter-stamper.
  • D. Qu’est-ce: si vous ne l’avez point, prêtez-le moi, si vous l’avez, ne me le prêtez pas?
  • R. C’est un battoir à battre le linge.

Minneraadsels: Demandes d’amour

Naast de genoeglijke raadsels bevat Den hof der liefde een verzameling van minneraadsels, waarin het wezen van de liefde en erotische dilemma’s aan de orde worden gesteld. Ze zijn afkomstig uit de Demandes d’amour, een boekje met twee reeksen van vragen dat voor het eerst in druk verscheen aan het einde van de 15e eeuw en waarvan ongeveer 20 drukken bekend zijn. Van de Franstalige minneraadsels bestaan overigens een groot aantal handschriften en drukken, die door Felberg-Levitt (1991) in een kritische editie zijn behandeld.

Rond 1530 verscheen er ook een Nederlandse bewerking hiervan getiteld Int paradijs van venus (in facsimile uitgegeven door Braekman in 1981), waaruit het Clucht boecxken, een 16e-eeuws raadselboek, ook een aantal raadsels overnam.

De minneraadsels in Den hof der liefde vertegenwoordigen een andere vertaling. Gezien bepaalde corrupties zijn ze waarschijnlijk afkomstig uit een latere druk van de Demandes d’amour, zoals opgenomen in een bundel die vanaf het midden van de 16e eeuw verscheen onder titels als Recreation et devis d’amours (1558) en La recreation, devis et mignardise amoureuse (rond 1570), waarin allerlei teksten rondom het thema van liefde en het hofmaken zijn samengebracht. Deze bundel is ook vertaald naar het Nederlands onder de titel De recreative devisen, ende amoureuse lieflijcheden

In De conste der minnen, een van de bronnen van Den hof der liefde, komen woordelijk dezelfde minneraadsels voor, maar enkele ontbreken. Mogelijk hebben zowel Den hof der liefde als ook De conste der minnen hun minneraadsels uit De recreative devisen overgenomen, maar dit valt vooralsnog niet nader vast te stellen, omdat de druk van dit werk uit 1582 zoek is, en het desbetreffende katern uit de druk van 1599 eveneens.

  • vraege. Ik vraege, oft de Liefde haeren Naem verloren hadde, hoe zoud gyse noemen?
  • ant. Genoegelyke zoetigheyd.
  • vra. Ik vraege u, welk is beter eenen stouten Vryer, oft eenen beschaemden Vryer?
  • ant. Eenen Vryer stout by manieren.

Tussen de minneraadsels staat één vraag, van onbekende herkomst overigens, die hier niet thuishoort; het lijkt te gaan om een kunstje.

  • vra. Wat zoud gy doen om zoo veel glasen als een Meysen oft andere komt te spoelen, te doen breken?
  • ant. Men moet de glasen stryken met look aen de boorden ofte kanten en die spoelende met water, zullen zonder faelen breken.

De mysterieuze drukker: Alexander Limman

Over de drukker van Den hof der liefde, Alexander Limman te Amsterdam, is niets naders bekend. De enige andere uitgave op zijn naam is een ongedateerde, maar vermoedelijk 18e-eeuwse, volksuitgave van de Singende klucht van pekelhaering van Isaac de Vos. De veilingcatalogus van Gimblet uit Gent, en de namen van de latere drukkers van Den hof der liefde wijzen in ieder geval op een herkomst uit de zuidelijke Nederlanden.

Nu zijn er wel meer uitgaven uit de zuidelijke Nederlanden die fictief gebruik maakten een bestaande drukker uit de noordelijke Nederlanden om de (kerkelijke) censuur te ontwijken. Eventueel zou de naam Alexander Limman kunnen berusten op een zetfout in de naam Alexander Lintman, een drukker die werkzaam was in Amsterdam tussen 1664 en 1684 (een slecht gedrukte nt kan als m worden gelezen).

Het woordgebruik in Den hof der liefde wijst ook op een zuidelijke herkomst, zoals moesele (doedelzak), boxharing (bokking), kattinne (kat), moeille (baktrog), marmiton (ketel), karsouwe (madeliefje), kekelen (kijven), prot (geluidsnabootsing), herten (erwten), hove (oven), en, in de druk van 1738, geraetselen (raadsels). Sommige van deze woorden waren in de 16e en vroege 17e eeuw ook in de noordelijke Nederlanden bekend, maar zijn naderhand in onbruik geraakt. Opvallend is verder dat de spelling in de druk van Den hof der liefde uit 1728 moderner is dan die van de druk uit 1738.

Voorgangers en navolgers

Van de genoeglijke raadsels zijn geen vroegere Nederlandse vertalingen bekend dan die in Den hof der liefde. Het is denkbaar dat ze vanwege hun scabreuze karakter ook niet eerder in druk zijn verschenen. Wel circuleerden dergelijke raadsels en schertsvragen in handschriften.

Samuel van Huls, die in de 17e eeuw een verzameling van grappen en spreuken voor zichzelf aanlegde, moet ook bekend zijn geweest met deze oude Franse raadsels: meestal hij heeft ze evenwel niet als raadsel genoteerd, maar als de pointe van een grap. Hij vermeldt ook één van de seksueel expliciete raadsels (taers of teers betekent mannelijk lid) die zijn weggelaten in Den hof der liefde:

  • Contraria – Taers en Varcke krouwt d’ een sij sal staen, d’ander gaet legge,
  • Demande. Qui est la chose plus contraire a vng porc.
  • Response. Cest vng vit car frotez vng porc il se couche mais vng vit se dresse.

Ongeveer driekwart van de genoeglijke raadsels is ook opgenomen in een nogmaals omgewerkte editie van De conste der minnen, getiteld De arte amandi ofte de konst der minnen, die vermoedelijk in de loop van de 18e eeuw is ontstaan en tot het begin van de 20e eeuw is herdrukt.

Daarbuiten hebben de genoeglijke raadsels weinig navolging gehad. Soms duiken enkele van dergelijke raadsels op in een almanak of als bladvulling in andere boekjes voor de populaire markt, zoals in een 19e-eeuwse uitgave van het Droomboek. Een aantal raadsels en schertsvragen is ook opgenomen in de door Joos bijeengebrachte verzameling Raadsels van het Vlaamsche volk uit 1888.

In de 18e eeuw verscheen er ook nog een van Den hof der liefde en de Conste der minnen afgeleid werkje in de vorm van een klein vrijerijboekje van 16 of later van 8 pagina’s met richtlijnen voor het gedrag, voorbeelden voor brieven, en idealen in het huwelijk, maar dit boekje bevat geen raadsels.

De tekst van Den hof der liefde is uitgegeven op de site van de Opleiding Nederlands in Leiden; daar is ook een document met literatuuropgave en details omtrent de bronnen.

Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter