Mijn behoeften lijken op die van Willem Alexander

Door Marc van Oostendorp

Wie had ooit gedacht dat moeten een ding kon zijn? Jullie! Want je kent de uitdrukking “het heilig moeten” waarin moeten als zelfstandig naamwoord functioneert en je hebt er nooit een probleem mee gehad.

In een mooi overzichtsartikel bespreekt de semanticus Frederike Moltmann het curieuze onderwerp van genominaliseerde modale werkwoorden: werkwoorden als verplichten, wensen en behoeven, maar dan gebruikt als zelfstandig naamwoord (verplichting, wens, behoefte).

Moltmann gebruikt het Engels voor haar voorbeelden, maar die taal heeft de eigenaardige eigenschap dat je juist de modale hulpwerkwoorden zoals must en can niet als zelfstandig naamwoord kunt gebruiken: je kunt niet zeggen musting eating potatoes of the canning believe that, terwijl je in bijvoorbeeld het Nederlands best kunt zeggen het moeten eten van aardappelen of het kunnen geloven van sprookjes was Hendrik goed bevallen. Moltmann moet het daarom doen met wat gezochtere nominalisaties als obligation, desire en need. Waarom het Engels zo raar doet over die hulpwerkwoorden wordt niet duidelijk, maar Moltmanns bevindingen lijken me verder ook van toepassing op het Nederlands. (Overigens zijn in het Nederlands het moeten of het kunnen ook niet echt voorbeelden van fraaie stijl, maar dat is iets anders dan totaal onmogelijk, zoals in het Engels.)

Overtuigend laat ze zien hoe de taal ons leert hoe wij over dingen denken. En dat we verplichtingen en behoefte echt als dingen kunnen zien. Dingen die je soms kunt tellen en die ook uit delen kunnen bestaan.

  • Een van onze drie verplichtingen is om iedere dag het tuinhek te sluiten.
  • Met dit ijsje is voor een deel aan onze behoefte aan kou voldaan.

Je kunt ze bovendien met elkaar vergelijken:

  • Mijn behoeften lijken op die van Willem Alexander.

We denken over genominaliseerde modale werkwoorden aantoonbaar ook anderszins als concrete objecten. Ze kunnen bijvoorbeeld in een oorzakelijke relatie staan: mijn behoeften kunnen mijn gedrag verklaren, mijn verplichtingen kunnen me tot wanhoop drijven.

Goed analyseren hoe taal werkt, hoe mensen over dingen praten, kan zo licht werpen op hoe we precies over de dingen denken. Moltmanns werk bevindt zich dan ook op het snijvlak van de taalkunde en de filosofie. Kennelijk denken we over ons moeten en kunnen als het zo uitkomt ook als vrij concrete dingen.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

1 Response to Mijn behoeften lijken op die van Willem Alexander

  1. Sarah schreef:

    Interessant!

    Ik denk dat de naamwoorden bij uitstek de modaliteit-als-faciliteit van deze werkwoorden tonen. Een verplichting op zichzelf is leeg – iedereen wil weten wat er dan precies verplicht is, of waaraan er behoefte leeft. Het lijkt me daarom ook logisch en zelfs onvermijdelijk dat we heel concreet denken en spreken over deze dingen.

    Ik heb het artikel (nog) niet gelezen, maar ik ben wel benieuwd of modale werkwoorden in het Engels echt zo lastig naamwoordelijk te maken zijn. Ik heb een te kleine basis in taalkunde dus ik haal vast categorieën door elkaar, maar dit is waar ik meteen aan dacht:

    a must have
    a needy person

    Ik geloof dat we voor beiden geen echt hapklaar alternatief in het Nederlands hebben. A must have is best wel uniek denk ik: een zelfstandig naamwoord bestaan uit een modaal + koppelwerkwoord, supervaag wat er dan gewild wordt, en toch heel helder waar het om gaat. En a needy person vind ik veel ruimer dan ‘een behoeftige persoon’, want needy gaat volgens mij over emoties en behoeftes over dingen als eten en een slaapplek. Denk ik.

Laat een reactie achter