Komt een bijwoordelijke bepaling bij de dokter

door Peter-Arno Coppen

Vandaag zag ik op twitter een tweet langskomen met allemaal Engelstalige varianten op het klassieke begin van een grap: ‘A man walks into a bar’. Het leuke was dat elke variant een grammaticale of literaire term uitlegde. Het begon bijvoorbeeld met ‘A bar was walked into by the passive voice’ (“Een café wordt binnengelopen door een lijdende vorm”).

Ik heb niet kunnen achterhalen wie de auteur hiervan is, de lijst staat op verschillende plaatsen op het internet, bijvoorbeeld hier. Het lijkt op iets wat op de sociale media door verschillende mensen bij elkaar verzonnen is. Maar dat kunnen wij in Nederland en België natuurlijk ook! Volgens mij begint de Nederlandstalige klassieke grap niet met iemand die een café binnenloopt, maar eerder met een man of vrouw die bij de dokter komt (er is zelfs een televisieprogramma dat zo heet. En een boek). Dus wij doen het met bij de dokter komen. Wie verzint er meer? Er zijn drie eisen:

  1. Het moet een variant zijn op ‘Komt een man/vrouw bij de dokter’
  2. Het onderwerp moet een neerlandistische (school)term zijn
  3. De zin moet op de een of andere manier de betekenis van de term uitleggen of illustreren.

Ik doe er een paar voor:

  • Er wordt door een lijdende vorm bij de dokter gekomen.
  • Zie ik toch een lijdend voorwerp bij de dokter komen!
  • Komt me daar een meewerkend voorwerp bij de dokter!
  • Komt een oudere, kalende, vermoeid ogende, brildragende man van ongeveer zestig jaar, met een baard en zijn arm in een verband bij de dokter en zegt: “Dokter, ik heb zo’n last van bijvoeglijke bepalingen.”
  • Is ineens een naamwoordelijk gezegde aanwezig bij de dokter.
  • Komt een richtingsbepaling naar de dokter toe.
  • Komt een plaatsonderwerp bij de dokter en zegt “Dokter, ik voel me zo overbodig”
  • Komt een bepaling van gesteldheid dodelijk vermoeid bij de dokter.
  • Loopt een resultatieve werkwoordbepaling de deur bij de dokter plat.
  • Vindt een werkwoordcomplement de dokter aantrekkelijk.
  • Komt een loos lijdend voorwerp bij de dokter en zegt: “Ik heb het benauwd”.
  • Komen drie intransitieve werkwoorden bij de dokter. Ze gaan zitten, praten, en vertrekken weer.
  • Komt een werkwoordpartikel bij de dokter binnen.
  • Komt een bezittelijk voornaamwoord bij mijn dokter.
  • Komt een onbepaald voornaamwoord bij een of andere dokter.
  • Komt een twijfelachtige foutieve samentrekking bij de dokter binnen en gaat zitten.
  • Komen ook nog maar eens een paar modaalpartikels bij de dokter.
  • Komt twee congruentiefouten bij de dokter.
  • Komt een foutieve beknopte bijzin bij de dokter en na zijn jas te hebben uitgedaan zegt de dokter…
  • Kome een aanvoegende wijs bij de dokter.
  • Er worden twee mannen door de dokter verzocht om hun getal te veranderen.
  • Er zal een ott bij de dokter komen.
  • Er is een vtt bij de dokter gekomen.
  • Er kwam een ovt bij de dokter.
  • Er had een plusquamperfectum bij de dokter kunnen komen.
  • Meldt zich een wederkerend werkwoord bij de dokter.
  • Vervoegt zich een werkwoord bij de dokter.
  • Komen twee aanhalingstekens bij de “dokter”.
  • Komt een vraagteken bij de dokter?
  • Arriveert een synoniem bij de geneesheer.
  • Vertrekt een antoniem bij de kwakzalver.
  • Komt een vergelijking bij de dokter als een uitgehongerde man bij de bakker.
  • Komt een negatie niet bij de dokter.
  • Komt Het bij de dokter en zegt: “Dokter ik voel me zo bepaald”
  • Komt de moeder eens lidwoords bij de dokter en zegt: “Mijn kind kan niet meer verbuigen”.
  • Er zou een irrealis bij de dokter gekomen zijn.
  • Er komt een vergrotende trap steeds vaker bij de dokter.
  • Er komt een overtreffende trap het vaakst van al bij de dokter.
  • Komt een dyslecticus bij de dotker.