Gedicht: H.H. ter Balkt • Aan de mensen die machines geworden zijn

Uit Stilstaand leeft alles hier, de pas verschenen bloemlezing die dichter Alfred Schaffer samenstelde uit het werk van H.H. ter Balkt.

Aan de mensen die machines geworden zijn

Overal jan gassen in de straten van oud kwaad-
sprekersland. Wij leven nu stukken sneller dan
de insecten! Felle zandstormen waaien op Mars;
permafrost beeldhouwt de bodem in een ijzeren

vorm. Ik steek mijn hand op naar de mensen die
machines geworden zijn: wandelend in de straten
zenden zij hun lokstoffen uit; er brandt rood,
flikkerend, een oud radiolicht in hun oog. Dat

– koud als permafrost – zendt het signaal uit ‘Ik
ben een machine; vorst in mijn hart; poolkappen
van Mars zijn mijn hersens en hart’. Laforgue, of

jij, Mallarmé, Tristan Tzara, waren jullie dan
de wegbereiders van de ijzige koude? Want groot
is nu de haat en bosbranden stormen in de ziel.

10 oktober 1991

H.H. ter Balkt (1938-2015)
uit: Laaglandse hymnen (1993)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter