Eersame lieve soen: een gemiste kans

Door Marc van Oostendorp

Michiel Heusch was een Hamburgse jongeman uit een Antwerps geslacht. In 1664 en 1665 reisde hij net als iedereen uit zijn kringen naar Italië. Met zijn familie onderhield hij contact per brief; zijn eigen brieven zijn niet bewaard gebleven, maar enkele van de brieven die zijn familie aan de ‘eersame, lieve soen’ schreef, wel.

Deze brief zijn nu door Verloren uitgegeven in een heel fraai geïllustreerd koffietafelboek, voorzien van annotaties door de taalkundige Marijke van der Wal die ook een inleiding schreef.

Het boek is werkelijk een lust voor het oog – eigenaardig genoeg wordt in het colofon wel een omslagontwerper en een typograaf genoemd, maar geen ontwerper voor het binnenwerk. Die persoon had best in het zonnetje worden gezet, want Michiel Heusch is een lust voor het oog.

Houterigheid

Wat wel jammer is: het is niet duidelijk voor wie het boek precies bedoeld is. De tekst van Van der Wal is nogal oppervlakkig – voor echte analyses van het werk van Heusch verwijst ze naar een Engelstalig artikel dat elders verscheen, en in dit boek doet ze niet veel meer dan een paar verschijnselen opsommen waaruit je kunt opmaken dat de familie Heusch in Hamburg woonde en dus af en toe Duits en Platduits hoorde. Zo gebruikten ze bijvoorbeeld af en toe warempel een Duits woord! Het meest opvallend is daarbij het gebruik van so als betrekkelijk voornaamwoord (‘Hem manquert een pacxken so van Nantes soude hem hier gesonden sijn’, Hij mist een pakje dat uit Nantes zou zijn gestuurd). Van dit gebruik geeft Van der Wal weliswaar een paar voorbeelden, maar een inzichtelijke analyse ontbreekt. Waarom werd bijvoorbeeld bij uitstek zo’n woordje opgepikt?

Tegelijkertijd lijkt het me het boek ook niet bedoeld voor een breder publiek. Daarvoor is Van der Wals stijl te flets en te schools. Zo wordt de passage over so afgesloten met de zin “Duidelijk is in elk geval dat we bij de overname van het Duitse relatieve so in Nederlandse brieven te maken hebben met evidente invloed van de taalcontactsituatie”. Die houterigheid van uitdrukking karakteriseert het hele boekje; het woord thuisfront in de ondertitel (‘Brieven van het thuisfront 1664-1665’) valt bijvoorbeeld ook volkomen uit de toon bij de zakelijke titel als een ‘populaire’ term uit de jaren vijftig. Daarbij wekt het de indruk dat Van der Wal zelf ook niet echt enthousiast is over haar hoofdpersoon die dan ook niet echt tot leven wil komen.

Als ze Michiel Heusch wél voor een breder publiek bedoeld heeft had ze daar misschien beter over moeten nadenken: haar materiaal moeten selecteren met dat publiek voor ogen en werken aan een wat aantrekkelijker stijl. Ze maakt nu een beginnersfout, namelijk van het letterlijk ‘populariseren’: je neemt precies wat jij als onderzoeker interessant vindt en schrijft dat dan op met wat minder moeilijke woorden.

Dat is allemaal heel betreurenswaardig. De brieven aan Heusch zijn interessant genoeg om er een echte wetenschappelijke studie aan te wijden, en het verhaal van zijn Italiëreis vanuit Hamburg zou in handen van een enthousiaste schrijver tot een voorbeeld kunnen worden van hoe internationaal sommige Nederlandstaligen al waren. Dat is het nu allemaal niet, het voelt nu allemaal eigenlijk als een verplicht nummer. Al ziet het boek er dus gelukkig wel oogverblindend uit en is het in die zin een aanwinst voor elke koffietafel.

Marijke van der Wal. Koopmanszoon Michiel Heusch op Italië reis. Brieven van het thuisfront 1664-1665. Hilversum: Verloren, 2019. Bestelinformatie van de uitgever.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, recensies met de tags , , , . Bookmark de permalink.

1 Response to Eersame lieve soen: een gemiste kans

  1. Renaat Gaspar schreef:

    ‘So’ als betr. vnw. hoeft niet per se onder Duitse invloed gebruikt te zijn. Ook in de Nederlanden werd dat woordje in die functie gebezigd. Zie WNT s.v. ZOO (II), III, 34 in deel XXVIII, kol. 2108-2109, met aldaar ook twee zeventiende-eeuwse vindplaatsen. Maar wellicht heeft Marijke van der Wal deze bron eveneens vermeld. Dat is me uit de bovenstaande (wel erg kritische, zelfs bepaald onwelwillende) bespreking niet duidelijk geworden.

Laat een reactie achter