De Geschiedenis van een Joodsch jongetje (1851)

Jeugdverhalen over Joden (36)

Door Ewoud Sanders

Herkomst en drukgeschiedenis

‘De Geschiedenis van een Joodsch jongetje’ is in 1851 gepubliceerd in Het zendelingsblad voor de jeugd. Het is vertaald uit het Duits en wordt gepresenteerd als een waargebeurd verhaal dat door een ‘handswerkman in Berlijn’ aan een ‘zendeling onder de joden’ is verteld. Het gaat om een terugblik: de hoofdpersoon, Mozes, is inmiddels overleden. De titel van de oorspronkelijke uitgave is niet bekend.

Samenvatting

Mozes woont in een kleine stad in de provincie Thuringen in Duitsland. Hij speelt graag met de kinderen van een vrome hoogleraar. Op een dag nemen de kinderen het ‘Joodsche knaapje’ mee naar huis. Mozes is erg onder de indruk van de Bijbelverhalen die de professor vertelt. De professor ziet dat ‘in het hart van dit lammetje uit de kudde Israels een genadewerk aangevangen’ is. Hij leert Mozes lezen, want dat kan het jongetje niet.

Mozes vraagt aan zijn vader of hij voor hem een bijbel wil kopen, want hij heeft besloten om Christen te worden. Maar – ‘gelijk men denken kan’ – ontsteekt Mozes’ vader in grote woede. Mozes krijgt ‘een duchtig pak slagen’ en huisarrest. Zijn vader verbiedt hem om nog langer met de monsters (‘zoo noemde hij de Christenkinderen’) te spelen.

Maar zodra Mozes het huis mag verlaten, gaat hij weer op bezoek bij de professor. Die raadt Mozes aan om zijn vader nogmaals om een bijbel te vragen. De ‘lieven jongen’ wordt nu niet alleen ‘onbarmhartig’ door zijn vader geslagen, maar ook dagenlang in een donkere kamer opgesloten. Mozes krijgt nauwelijks te eten, want zijn vader vindt het ‘beter dat zijn zoon stierf, dan dat hij een afvallige werd’. Pas nadat Mozes heeft beloofd dat hij geen christen zal worden, wordt hij vrijgelaten.

Andermaal vlucht Mozes naar de professor. De jongen slaat zijn armen om de knieën van de hoogleraar en smeekt of deze zich over hem wil ontfermen. Hij gelooft dat Jezus de Messias is, zegt Mozes, en niets op aarde zal hem ervan weerhouden om een volgeling van Jezus te worden.

De professor schakelt het gerecht in. Mozes wordt verhoord in aanwezigheid van zijn ouders. ‘Het kind legde een goede belijdenis af. Zijne antwoorden op de vragen die men hem voorlegde, waren eerder die van een oud, beproefd Christen, dan van een Joodsch jongetje.’ Ook veel andere joden en een rabbijn zijn bij het verhoor aanwezig. De ouders van Mozes zijn vermogend; zij bieden hun jonge zoon geld aan om tot het jodendom terug te keren, ‘maar alles te vergeefs’.

‘De kleine Mozes’ wordt in het gezin van de hoogleraar opgenomen, gaat theologie studeren en wordt uiteindelijk een succesvolle dominee, die velen tot Jezus brengt. Hij weet ook een joodse jongen te bekeren.

Doelgroep

Het zendelingsblad voor de jeugd was het eerste zendingsblad voor kinderen. Het verscheen tussen 1850 en 1868 en was een orthodox-protestants maandblad. Het blad besluit dit verhaal met een boodschap aan de jonge lezers: ‘Zeg mij, mijn lezer! gaat gij ook wel eens met Joodsche kinderen om, en drijft gij dan den spot met hen, of maakt gij hen ook met den eenigen Naam [Jezus, ES] bekend (…) door welken wij moeten zalig worden?’

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter