Complexe emoties – het centraal examen vwo-Nederlands moet vanaf nu echt anders

Door Anneke Neijt

De Juniorkennisbank leert ons wat complexe emoties zijn: “Sommige emoties leer je. Baby’s kunnen boos zijn, verdrietig of bang. Maar heb je wel eens een jaloerse baby gezien of een baby die zich schaamt? Spijt, jaloezie, schaamte, schuld, heimwee en medelijden zijn ingewikkelde emoties. Wetenschappers noemen het complexe emoties.” Xandra Schutte gebruikt complexe emoties terloops in een van haar teksten (2016), en ze geeft er een andere betekenis aan. De makers van het vwo-examen van 2019 kozen haar tekst, pasten hem aan, en gaven aan complexe emoties een prominente plaats. Dat zat me dwars toen ik het examen van 2019 maakte. Voortdurend kwelde me de vraag wat er bedoeld wordt met complexe emoties. Gelukkig maar dat ik de kennisbank niet mocht raadplegen tijdens het maken van het examen, want in Schuttes tekst gaat het niet om emoties zoals jaloezie, maar betekent het zoiets als gemengde gevoelens of genuanceerd denken.

Sinds jaar en dag ligt het centraal examen vwo-Nederlands onder vuur. Steeds redenen voor ontevredenheid, en dit keer kunnen ze geïllustreerd worden aan de hand van de vragen bij Schuttes tekst en de aanpassingen die in die tekst zijn aangebracht. 

De oorspronkelijke tekst gaat helemaal niet over complexe emoties. De samenvattende introductie luidt: “De media bedienen in toenemende mate het hart en de buik van de lezer en de kijker, met de rationele nuance als verliezer. Dit hoeft niet per se een probleem te zijn.” Dat roept bij de lezer de vraag op waarom. Een mooie smaakmaker dus, maar die is weggelaten in de examentekst. Het woord nuance komt vaker voor in de oorspronkelijke tekst. In de examentekst slechts één keer, en de nadruk in de vragen bij de examentekst ligt niet op de nuance, maar op het onderscheid tussen enkelvoudige en complexe emoties. 

Wat complexe emoties zijn, wordt in de gewijzigde tekst niet goed wordt uitgelegd. Uit de oorspronkelijke omschrijving van de auteur (en de inbedding in het geheel, met die nadruk op nuances) blijkt dat het om genuanceerd denken gaat: “Als vreugde niet verdriet en boosheid wegduwt, maar ze elkaar de ruimte gunnen. Van enkelvoudige emoties zijn ze zo samen in een complexe emotie veranderd.” Uit de gewijzigde examentekst kun je slechts opmaken dat een combinatie van emoties nodig is: “Uiteindelijk leert Riley vrede te hebben met de verhuizing, als vreugde, verdriet en boosheid samenwerken. Enkelvoudige emoties zijn zo in een complexe emotie veranderd.” De examentekst maakt van genuanceerd denken zoiets als het hebben van meer emoties tegelijkertijd. Dan denk je aan boos omdat het gebeurd is en tegelijk blij dat het goed is afgelopen. Maar dat past niet bij de strekking van de tekst. 

De veranderingen in de tekst brengen vormfouten met zich mee, zoals een foute verwijzing (Ze in r. 230 had voluit De psychologen moeten zijn). En de prominente rol die aan complexe gevoelens wordt toegekend, leidt tot een vraag over tussenkopjes waarbij het goede antwoord een vormelijk onlogisch antwoord is, namelijk een onevenwichtige verdeling van alinea’s (2, 3, 6, 1 en 3 alinea’s). Een instinkertje dus, net als de vermelding dat de lijst mogelijkheden in een vraag alfabetisch geordend is, terwijl het antwoord toch de alfabetische reeks b, c, d, e moet zijn. Over de vergelijking van standpunten zijn twee vragen gesteld die je tegelijkertijd moet behartigen, want bij noem twee inzichten van A die verschillen van de inzichten van B  moet je nagaan of B iets zegt dat niet strookt met de inzichten van A. Dan heb je dus al het antwoord op noem twee inzichten van B die verschillen van de inzichten van A. Raadselachtig is dan dat het correctiemodel een inzicht waarover B niets zegt (we zijn verslaafd aan emoties/sensaties) toch goed rekent als een van de inzichten van A. 

De oneffenheden in de gemanipuleerde tekst en in de vragen hebben een langetermijneffect, want ieder examen wordt gebruikt als leerstof en vormt het doel waar de schoolboeken op afstevenen. En dan kun je als docent niet uitleggen waarom tekst en vragen zo zijn. Natuurlijk, het niveau van vwo-leerlingen moet hoog zijn. Het is essentieel voor elke vervolgstudie dat je moeilijke teksten vlot kunt lezen. Als examenmaker moet je dat kunnen bepalen door originele teksten te gebruiken en daar een paar vragen over te stellen die de kern betreffen of door de tekst te laten samenvatten. 

De beoordeling van een samenvatting hoeft wat mij betreft niet in een cijfer te worden uitgedrukt, maar kan een voldoende of onvoldoende zijn, en in geval van twijfel een herkansing. Is het om wat voor reden dan ook wenselijk dat leerlingen een cijfer krijgen voor hun taalvaardigheid, wees dan reëel en accepteer dat de meerderheid van de leerlingen een hoog cijfer verdient. Onderzoek ook de mogelijkheid om taalvaardigheid te toetsen via de woordenschat. Over het verband tussen  iemands woordenschatomvang en taalvaardigheid is veel geschreven (zie bijvoorbeeld Coxhead, Nation & Sim, 2015). Maar begin met tittel noch jota aan mooie teksten te veranderen.