Centraal eindexamen Nederlands vwo 2019: mijn antwoorden

Door Marc van Oostendorp

Zoals nu al een aantal jaar op rij heb ik vlak nadat het CE Nederlands vwo online kwam, zelf het examen gemaakt. Omdat er nog geen officieel correctievoorschrift is, zijn hier mijn antwoorden. Ik heb mijn best gedaan, maar kan niet garanderen dat alles goed is. De afgelopen jaren haalde ik gemiddeld ongeveer een 8. Eventueel commentaar (correcties) graag hieronder! (Wie het zelf wil proberen: het examen staat hier.)

1. Alinea 6.

2. Alinea 12.

3. Zinnen 3 en 4

4. 1. “emoties zijn enkelvoudig en staan lijnrecht tegenover elkaar”; 2. “Onversneden woede strijdt tegen onbeperkt mededogen, argwaan tegen goedgelovigheid”; 3. “de rede speelt een ondergeschikte rol”.

5. B

6. Volgens Safranski kunnen we in de eerste plaats door overprikkeling geen afstand nemen van de gebeurtenissen en stompen we in de tweede plaats af door alle prikkels die op ons afkomen.

7. Volgens de moderne psychologie en neurobiologie zetten emoties aan tot maatschappelijke betrokkenheid en empathie; en in de tweede plaats zijn emoties geen rivalen.

8. D

9. B

10. b,c,d,e

11.D

12. 1a. De media hebben zich in een ratrace gestort om de eerste te zijn.
1b. De media zouden moeten vertragen.
2a. Journalisten zijn te sterk gericht op enkelvoudige emoties.
2b.Journalisten moeten het simpele verhaal wantrouwen en meer aandacht hebben voor complexiteit.
3a. versterking van de polarisatie
3b. De lezer voeden met informatie, waardoor deze empathischer wordt.

13. In de hedendaagse filosofie, psychologie en neurowetenschappen is er het besef da emoties aanzetten tot maatschappelijke betrokkenheid.

14. Konijn stelt nadrukkelijk dat het niet gaat om het ‘tijdelijk meeleven met een personage’, maar Schutte heeft het juist wel over het in de hoofden van mensen kijken.

15. 1 B; 2 B; 3 A; 4 A

16. Volgens beide teksten is het profijtelijk voor journalisten om een extreem beeld van de werkelijkheid te schilderen.

17. Journalisten moeten afstandelijker te werk gaan.

18. “We worden daarbij met zo veel emotionele prikkels geconfronteerd dat we ze niet meer kunnen omzetten in handelingen.”

19. 1a. Simpele verhalen met enkelvoudige emoties.
1b. Negatieve, sensationele en sterk versimpelde verhalen.
2a. Journalistieke verhalen waarvoor de tijd en
de ruimte is genomen.
2b. Niet-journalistieke bronnen zoals het onderwijs, boeken of hulporganisaties.

20. ‘konstigen’, onderwijzers, verzorgenden, wetenschappers.

21. Door ‘kunst’ in regels te willen vangen gaat die kunst juist verloren.

22. C

23. 1a. Je kunt vanaf dag 1 aan de slag. 1b. Je moet opgeleid worden.
2a. Je kunt meteen zien of iemand zijn werk goed doet. 2b. Je kunt moeilijk specificeren wanneer iemand zijn werk goed doet.
3a. Regels kunnen betrekkelijk weinig kwaad. 3b. Regels zijn schadelijk.

24. In ervaringsgerichte beroepen groeien regels het snelst doordat buitenstaanders behoefte hebben aan houvast. Tegelijkertijd richten ze daar de meeste schade aan doordat zulk werk zich niet in regels laat vatten.

25. 1a. Konstigen hebben een hekel aan regels. 1b. Onkonstigen zoeken houvast in regels.
2a. Konstigen vinden intrinsieke motivatie in hun werk. 2b. Onkonstigen zien werk primair als bron van inkomsten.

26. B

27. “Mensen die ver afstaan van de dagelijkse praktijk, bedenken
oplossingen, altijd uitgedrukt in geld, die los staan van de werkelijke
problemen.”

28. De kosten stijgen en de klanten zijn ontevreden.

29. D

30. “Wat niet rendeert, verdient het niet overeind te blijven.”

31. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom consumenten niet kiezen voor Fairtrade-koffie.

32. 1. De supermarktketens willen vooral graag hun producten verkopen.
2. Daarom verlagen ze de prijzen zonder erbij te vertellen op welke manier ze aan die lage prijzen gekomen zijn.

33. B

34. D

35. C

36. Supermarkten zouden op een eerlijke manier met hun leveranciers moeten omgaan en geen misbruik maken van hun machtspositie. Supermarkten zouden hun klanten eerlijk moeten voorlichten over de manier waarop ze aan hun waren zijn gekomen.