Ander literatuuronderwijs vergt tijd

Door Aukje van Hout

Afgelopen weekeind schreef Coen Peppelenbos voor Tzum over het conceptvoorstel van curriculum.nu voor het schoolvak Nederlands (tevens gepubliceerd op Neerlandistiek). Dat conceptvoorstel presenteert de plannen die Curriculum.nu heeft om het vak van basisschool tot en met het vwo te herzien. Er wordt daarin stevig ingezet op het gebied van literatuuronderwijs. Nu is daar volgens mij niets mis mee: ik ben een van die docenten Nederlands die literatuuronderwijs zeer belangrijk vinden. Een pleidooi voor meer literatuur in het onderwijs wil ik dan ook enkel toejuichen. In het conceptplan wordt o.a. een voorstel gedaan voor een ruimere opvatting van literatuur, een voorstel dat ik graag onderschrijf. Het impliceren van vertaalde wereldliteratuur (bij voorkeur in vergelijking met de Nederlandse literatuur) en literaire non-fictie in het literatuuronderwijs lijkt me een uitstekend idee. Maar ik sluit me verder aan bij Peppelenbos’ stelling dat veel van de aanbevelingen van curriculum.nu – nota bene opgericht om het schoolvak Nederlands te vernieuwen – nogal achterhaald zijn. Met name als het gaat om de nadruk die wordt gelegd op literaire procedés uit de structuralistische analyse, die – in de woorden van Peppelenbos – ‘al zo’n vijftig jaar het literatuuronderwijs kapot hebben gemaakt’. Voor de bovenbouw worden slechts ‘aanbevelingen’ gedaan, waaronder het verplicht stellen van achttien titels voor de literatuurlijst. Opvallend genoeg staat drie zinnen daarvoor dat leesmotivatie ook een speerpunt moet zijn. Die twee aanbevelingen bijten elkaar mijns inziens. 

  Het verplicht stellen van een minimum aan literatuur zal weinig motiveren zolang we ons niet (ook) bezinnen op de vraag hoé we die literatuur aan de man/vrouw brengen. Het onderwijs moet eens loskomen van die gedateerde structuuranalyse, die ieder leesplezier in de kiem smoort. Dat geldt overigens ook voor de lesmethoden, die zich ook nog steeds beperken tot een gemankeerde versie van de traditionele structuuranalyse. Termen als verteller en perspectief worden daarin bijvoorbeeld structureel onjuist gebruikt, een begrip als focalisatie is vaak überhaupt afwezig. Daarmee wil ik niet zeggen dat een structuuranalyse niet zinvol kan zijn – integendeel – maar zij moet niet het einddoel zijn. Er zijn talloze andere manieren om literatuur te benaderen, methoden die in de academische wereld al tientallen jaren worden toegepast. Denk aan een ideologiekritische of postkoloniale benadering, discoursanalyse (contextualiseren van literatuur), aandacht voor canonvorming en literaire receptie. 

Zonder een herziening van de manier waarop we literatuuronderwijs geven, heeft het opschroeven van de hoeveelheid literatuur geen enkele zin. Leerlingen zullen niet meer gaan lezen. Ander literatuuronderwijs vergt tijd. Het zal betekenen dat je wellicht meer samen moet lezen, de tijd moet nemen om over literatuur te praten en leerlingen onderzoek te laten doen. Een voor alle partijen onbevredigend leesdossier op basis van scholieren.com zal niet meer voldoen. Er moet kortom meer tijd komen voor literatuuronderwijs. Dat zal ten koste gaan van tijd voor bijvoorbeeld het centraal examen, maar levert naar mijn idee veel meer op. Dus curriculum.nu: mag meer tijd voor literatuur in de klas alsjeblieft ook een aanbeveling zijn?