De kleine stappen van het kabinet-Den Uyl (1): van kladderadatsch en de colere

Door Siemon Reker

Terugkijken was wat de Wiardi Beckmanstichting van de Partij van de Arbeid in 1978 deed in de bundel De kleine stappen van het kabinet-Den Uyl, een jaar na de val ervan. Rouwverwerking allicht, want Van Agt-Wiegel was inmiddels aan de macht. De WBS (met Wouter Gortzak als directeur) koos voor interviews met PvdA-bewindslieden en liet fractievoorzitter Ed van Thijn afrondend reflecteren op dat terugblikken. Den Uyl, Duisenberg, Van Dam, Schaefer, Van Kemenade, Ger Klein, Wim Meijer, Van der Stoel, Pronk, Stemerdink werden door Gortzak en andere journalisten (althans vooral journalisten) ondervraagd over wat ze gerealiseerd hadden, vooral van het verkiezingsprogramma Keerpunt ‘72. Niet alle bewindslieden waren beschikbaar, zo ontbreken Irene Vorrink (ziek), de Amsterdamse burgemeester Polak (te druk) en Vredeling (ver weg, Eurocommissaris in Brussel). Dat is jammer. Tegenover hun gemis staat een interview met Bram Peper, tijdens Den Uyl voor twee dagen in de week in een nieuwe rol van politiek adviseur op het ministerie van CRM.

Peper valt het meest op in zijn taal, maar ook bij andere geïnterviewden valt hier en daar wel wat op. Zo spreekt Wim Duisenberg van “macht, een politieke issue bij uitstek”. Issue is dan dus nog niet een het-woord zoals het niet veel later zal zijn geworden. Het Engelse the issue heeft in het Nederlands vast het onzijdige lidwoord gekregen onder invloed van de betekenis ‘het onderwerp’ of ‘het thema’. Duisenberg heeft het ook over “fantastische ombuigingen” en dat moet er bijna op wijzen dat het bijvoeglijk naamwoord oorspronkelijk niet alleen een positieve context vereiste.
Wim Duisenberg deelt met enkele anderen in deze bundel een vorm van spreken die we aan de jaren ‘70 van de vorige eeuw kunnen koppelen. Duisenberg op blz. 29: “Alleen naar de partij toe waren mijn contacten het slechtst ontwikkeld.” NHet betreft een voorzetsel dat als het ware uit twee stukjes bestaat: naar… toe.
Jan Pronk zegt iets vergelijkbaars op blz. 100 over “politieke adviseurs naar het departement toe”, zoals Bram Stemerdink het 8 bladzijden verderop heeft over een “F-16-effect naar de achterban toe” en later geciteerd wordt met: “Vanuit dat dubbele compromis, eerst naar de PvdA toe en dan nog eens naar het CDA”. Bram Peper stelt vast dat hij veel missiewerk “naar Wim Meijer toe” heeft moeten verrichten (118) en hij was ook “naar de fractie toe” bezig (121). Van Dale spreekt in dit verband van een “passe-partoutvoorzetsel met onduidelijke betekenis” – laten we zeggen ‘in de richting van’ maar dan eerder abstract gebruikt.

Ger Klein (oud-staatssecretaris van het Hoger Onderwijs onder minister Van Kemenade) beschrijft hoe hij met het WO toelichtend sprak over zijn nota Hoger Onderwijs in de Toekomst en in Eindhoven te horen kreeg dat hij daarvoor wél de medewerking van de onderwijsgevenden nodig zou hebben. Dat werd gekoppeld aan de vraag: “Welke faciliteiten geeft u ze om die medewerking te krijgen?” Het gevolg beschrijft Klein met de woorden: “Ik schiet toch in de colere.” (blz. 70) In de kleren schieten lijkt hier gekozen voor gebruik met het vormverwante maar wel heel andere woord kolere dat het verwensende cholera betreft (< Fra. colère ‘woede’).

Max van der Stoel gold binnen de PvdA als vertegenwoordiger van de rechterzijde, maar hij was voor het rechterdeel van de Tweede Kamer de linkse vertegenwoordiger in het buitenland en de man van de getuigenispolitiek. Hoewel dat etiket niet voor het eerst op hem geplakt werd, is hij er wel bij uitstek mee gekarakteriseerd in deze jaren. Z’n rehabilitatie volgde later na zijn ministerschap. Zijn collega en partijgenoot Pronk – op hetzelfde departement zonder portefeuille Ontwikkelingssamenwerking beherend – was juist de linksbuiten en dat verschil in opstelling tussen beide ministers ontging de buitenwacht niet altijd. Sterker: “Dat heeft (…) voor de nodige kladderadatsch gezorgd”, aldus Van der Stoel (blz. 92). Hier is dat onmiskenbaar iets als ‘tumult’ terwijl Van Dale alleen ‘economische of morele ineenstorting’ als betekenis noemt.

Zoals gezegd, Bram Peper valt het meest op in zijn taal en er is voldoende aanleiding voor om hem in een aparte aflevering apart te belichten.

Deze post verscheen eerder op het blog van Siemon Reker. Wordt vervolgd.

Dit bericht is geplaatst in column. Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter