Altijd maar weer revoluties in de wetenschap

Door Marc van Oostendorp

Het is kennelijk tijd om de digitale geesteswetenschappen (digital humanities) te evalueren: de afgelopen week las ik minstens twee stukken die dat probeerden: één positief en één negatief, dus dat schiet op. Ze gaan ook allebei over een specifiek aspect: de literatuurwetenschap.

De jongens en meisjes van de digital humanities zijn inmiddels ook al wel enige tijd bezig, en je moet je altijd afvragen wanneer komen de resultaten?

Toevallig is het deze week vijf jaar geleden dat ik schreef over het boek Uncharted. Big Data as a Lens on Human Culture, waarin twee biologen weleens even zouden laten zien hoe de toekomst gearriveerd was: door gebruik te maken van de gigantische hoeveelheden data in Google Books zouden we nu eindelijk eens écht de geesteswetenschappen in kaart kunnen brengen.

Jonge mensen

Ik schreef toen dat diezelfde auteurs vier jaar eerder in een artikel in Science hetzelfde hadden beweerd en dat het ze sindsdien niet was gelukt met een overtuigend ander voorbeeld te komen. Dat alles overigens in het licht van het feit dat ik in 2010 (negen jaar geleden) als medewerker van een geesteswetenschappelijk instituut van de KNAW al te horen had gekregen van de institutendirecteur dat het hoog tijd was dat er nu een revolutie kwam, en dat we in 2025 met ons allen vol verbazing zouden terugkijken op het jaar 2010 omdat de revolutie toen begon. 2025, dat is nog maar 6 jaar. Ik kondig nu maar vast aan dat wij op Neerlandistiek dan uitgebreid gaan terugblikken.

(Vorig jaar nog werd ik nog berispend toegesproken door iemand die mij evalueerde omdat ik niet zag dat de digital humanities toch echt de toekomst waren. Dat ik te oud was om dat te begrijpen, want als bejaarde snapte ik niks van computers, maar dat jonge mensen…)

Deeltjesfysicus

Wat we sindsdien hebben gezien, zijn een aantal aardige en interessante pogingen. Wat je daar ook verder over kunt zeggen, ik denk in ieder geval niet dat iemand met enig verstand nu vindt dat we in de afgelopen 9 jaar enorm veel meer zijn opgeschoten in ons begrip van de menselijke cultuur dan in pakweg het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw.

Het probleem is en blijft dat de menselijke geest – het uiteindelijke object van onderzoek van de geesteswetenschappen – zo onbegrijpelijk is. Dat we niet echt weten waar we moeten beginnen. We verwerven wel inzicht, maar dat gaat heel langzaam, of we daar nu de computer voor gebruiken of dat we op een ouderwetse manier blijven lezen. Iedere poging is waardevol, en daarom lijkt me iedere euro aan serieus digital humanities-onderzoek welbesteed, maar de menselijke geest is nu eenmaal vele malen ingewikkelder dan het handjevol elementaire deeltjes dat de gemiddelde deeltjesfysicus in zijn versneller heeft zitten.

Gewoon weer wat anders

Dit feit is en blijft helaas altijd moeilijk te begrijpen. Het blijft verleidelijk voor biologen en andere natuurwetenschappers om te denken dat de geesteswetenschappen maar zo langzaam vooruit komen omdat de geesteswetenschappers zo dom zijn. Laat ons maar even, met onze computers, en dan komt het allemaal goed.

Ik verwacht dan eigenlijk ook dat er vrij binnenkort, als we de digital humanities hebben geëvalueerd wel weer een nieuwe revolutie. Ik ben inmiddels nog bejaarder zodat mij dan al mijn recht van spreken zal worden ontzegd. Dit gaat het namelijk helemaal worden! En op het moment dat dit het dan ook niet geworden is, komt er gewoon weer wat anders.