Taal = Vormen en normen. Ofwel:  Ik was misschien een Taalspijbelaar geweest

Door Paul Van Bouchaute

Hieronder formuleer ik mijn eigen bescheiden, maar kordate en onwrikbare inzet voor ‘mijn’ Nederlands in een programmaverklaring van tien punten.

1 Ik ben ervan overtuigd dat een samenleving in al haar verschijningsvormen normen nodig heeft.  De taal is zo’n verschijningsvorm.

2 Alles evolueert, ook de taal – dat spreekt vanzelf.  Dat betekent onder meer dat er verschillende ‘soorten’ Nederlands bestaan:  standaardtaal, dialecten, taalregisters, tussentaal enzovoorts.

3 Ik aanvaard dat iedereen spreekt en schrijft zoals hij dat wil, maar ik sta erop dat een vlot, stijlvol, spontaan, fris en algemeen aanvaardbaar communicatiesysteem mogelijk blijft in omstandigheden die zo’n taalgebruik vereisen, bijvoorbeeld in het onderwijs, in interviews, publicaties, optredens voor een vreemd publiek.  Dit veronderstelt een intensief leerproces. 

4 Ik aanvaard niet dat veel Vlamingen, vooral door onverschilligheid en luiheid, ook soms vanwege het onderwijs en de media – ‘als het maar leuk is!’ – er niet meer toe in staat (willen?) zijn zich (mondeling of schriftelijk) uit te drukken in een omgangstaal die helder, soepel, stijlvol, intelligent en levendig overkomt, en die opvalt door een mooie uitspraak en articulatie, een foutloze spelling en variaties in overvloed.

5 Ik aanvaard niet dat zelfs sommige leerkrachten Nederlands en andere vakken er niet meer toe in staat zijn zo’n rijke, genuanceerde en moderne taal aan hun leerlingen door te geven, doordat ze de norm zelf niet meer beheersen.

6 Ik aanvaard niet dat sommige hoogleraren en specialisten van allerlei slag, die met de geschiedenis en de actuele toestand van het Nederlands te maken hebben, zich daar blijkbaar geen zorgen over maken, en dat ze zich niet met hand en tand samen verzetten tegen de afkalving van de standaardtaal.

7 Ik ben er geweldig trots op dat ik in mijn lessen Nederlands altijd mijn uiterste best gedaan heb om mijn leerlingen de standaardtaal aan te leren en ik ben er erg dankbaar voor dat dat mooie resultaten opgeleverd heeft.  Velen van hen behoren duidelijk niet tot de Vlamingen van punt 4.

8 Ik zal me voortaan nóg sterker inzetten voor het gebruik en de verspreiding van de standaardtaal, elke dag opnieuw, zeker ook voor de vreemde vrienden, van wie velen hard hun best doen om zich uit te drukken in keurig Nederlands;  helaas vinden ze almaar minder inspirerende voorbeelden.

9 Ik zal er dankzij mijn inzet altijd toe in staat zijn om mijn gedachten en gevoelens duidelijk en onbeschroomd en spontaan uit te drukken, en dat te doen op een manier die niemand voor het hoofd stoot en die geen ondertiteling nodig heeft.

10 Wie tóch meent dat mijn gebruik van de standaardtaal aftands en wereldvreemd is, moet er maar voor zorgen dat hij zich op een andere manier even goed voelt in een andere soort Nederlands, waarin hij een ten minste even grote rijkdom vindt, en waar hij ál zijn lezers of luisteraars aangenaam mee kan verrassen.  Ik daag hem uit.