Oudere mensen spreken preciezer

Door Marc van Oostendorp

Een van de vele wonderlijke vermogens van de mens is dat hij van andere mensen vrij nauwkeurig kan inschatten hoe oud ze zijn, niet alleen als hij ze ziet, maar ook als hij ze alleen maar hoort praten.

Uit een nieuw artikel in het Journal of Phonetics  komt mogelijk een reden naar voren: oudere mensen articuleren preciezer. Of wat ze vooral doen: ze  maken een net wat groter verschil in hun mond tussen de verschillende klinkers.

Je ziet dat aan de grafiek hiernaast, waar staat ingetekend welk deel van de mondholte wordt gebruikt om verschillende klinkers te maken. Het lichtgrijze gedeelte, dat gaat over mensen van 49, is net wat groter dan het donkergrijze, met mensen van 21.

Soepeler

Hoe komt dit nu? Een deel van het effect valt misschien te verklaren doordat mensen als ze ouder worden iets langzamer gaan praten. Je hebt dan eenvoudigweg meer tijd om de uithoeken van je mond te bereiken met je tong. Maar volgens de auteurs kan die relatieve traagheid niet het hele effect verklaren: ook korte klinkers zijn bij oudere sprekers net wat preciezer dan bij jongere.

De interessante alternatieve verklaring die de auteurs bieden, is: oefening. In 28 jaar tijd praten mensen heel wat af, en oefenen zich dus in het steeds sneller en soepeler bewegen van hun spraakorganen.

Tachtigjarigen

Er is een interessant argument voor deze veronderstelling: we vinden een soortgelijk effect als we woorden onderling vergelijken. De klinkers in woorden die we veel gebruiken, zoals als niet, ja en doe blijken ook net wat verder uit elkaar te liggen dan die in woorden die de meeste mensen minder gebruiken, zoals spitz, graal en vroed. Op die frequente woorden hebben mensen kennelijk net wat beter kunnen oefenen. Overigens is het in dit geval wel wat lastiger vast te stellen, omdat hoogfrequente woorden ook gemakkelijker herkend worden door de luisteraar en sprekers daarom de neiging hebben ze wat sneller uit te spreken.

We worden dus steeds een beetje beter in het uitspreken van woorden. Wat dat betreft is het jammer dat het onderzoek stopt als de sprekers 49 zijn, waarschijnlijk een punt dat de aftakeling nog niet zo ver gevorderd is dat deze de eindeloze training weer te niet doet. Zouden tachtigjarigen nog preciezer spreken? Hopelijk komen we dat snel te weten.