Met Nederlands word je niks

Door Bertram Mourits

drs. I.K. van Engelshoven

Toen minister Van Engelshoven op Radio1 de vraag werd gesteld wat je met de studie Nederlands eigenlijk kan doen, moest ze even nadenken, en zei toen onder andere dat je er ‘vertaler’ mee kan worden. Dat is geen goed antwoord – maar niet omdat je met de studie Nederlands geen vertaler zou kunnen worden. Dat kan namelijk heel goed. Het juiste antwoord is: je kunt met Nederlands helemaal niks worden. Mensen die de studie Nederlands hebben afgerond, heten ‘neerlandici’ en dat is geen beroep. Dat geldt overigens voor elke wetenschappelijke studie, alleen valt het bij de geesteswetenschappen wat meer op omdat literaire kennis niet zo eenvoudig in klinkende munt is om te zetten.

Dat betekent overigens niet dat afgestudeerde neerlandici – en andere geesteswetenschappers – nergens goed voor zouden zijn. Maar wat gaat er dan verloren, nu de Vrije Universiteit ophoudt met het aanbieden van neerlandistiek op bachelorniveau?

De ontwikkeling staat niet op zichzelf, en beperkt zich niet tot Nederland. In 1970 studeerden in Amerika bijna 8 procent van de studenten af in Engelse taal- en letterkunde. In 2012 was dat drie procent. De Amerikaanse journalist en historicus Fareed Zakaria schreef er een boek over, Lof van de geesteswetenschappen, waarin hij in discussie gaat met de Amerikaanse versies van Van Engelshoven en de VU. ‘Zit de wereld te wachten op nog meer filosofen?’ opperde de Amerikaanse William Bennett retorisch – zelf afgestudeerd als filosoof en inmiddels succesvol in het bedrijfsleven.

Toen de in India geboren Zakaria in Amerika ging studeren, stimuleerde zijn familie hem aanvankelijk om naar een tech universiteit als MIT te gaan, of naar Princeton, waar Einstein ook had gezeten: dat is de weg naar succes. Alleen ontdekte hij al snel dat hij vakken als ‘niet-Westerse filosofie’ en ‘Inleiding tot de antieke literatuur’ veel interessanter vond, en hij besloot een ‘liberal arts’-studie te gaan volgen. Hij ging de journalistiek in, werkt nu voor Newsweek en CNN, schreef enkele mooie en invloedrijke boeken over de rol van Amerika in de wereld. En dus ook een pleidooi voor de geesteswetenschappen, die belangrijk zijn om de wereld van de techniek met die van de gebruikers te verbinden, die je leren interpreteren en ook uitleggen. En waar je leert schrijven: ‘iemands vermogen zijn of haar gedachten duidelijk op papier te zetten is een van de voorwaarden voor een carrière in de hoogste echelons,’ tekent Zakaria op uit de mond van de CEO van Lockheed.

De opsomming van beroepen die neerlandici zijn gaan doen, is dan ook schier eindeloos – raadpleeg hiervoor het nuchter getitelde rapport Over de economische betekenis van taal dat geschreven is in opdracht van de Nederlandse Taalunie. Van journalist tot schrijver van handleidingen, van IT-medewerker tot docent, van columnist in de Volkskrant tot en met conservator in het Literatuurmuseum: overal is behoefte aan mensen die zich in de Nederlandse taal en cultuur hebben bekwaamd. Tolk of vertaler kun je dus óók worden.

Maar dat is niet het antwoord dat Van Engelshoven had moeten geven. Ze had moeten antwoorden dat haar de verkeerde vraag werd gesteld, want dat die uitging van een veronderstelling die niet klopt. Ze had boven de situatie moeten staan, door de vraag te interpreteren en ontmaskeren, de juiste context aan te geven en uitleggen dat er geen beroepsopleiding op het spel stond, maar een studie waarin kennis, cultuur, analytisch vermogen centraal staan. Ze had de situatie moeten lezen.

Er is wel een studie waar je zoiets leert, waar je het gereedschap aangereikt krijgt om achter de eenvoudige vragen een gecompliceerde achtergrond te herkennen en zo dichter bij de échte vragen te komen: de studie Nederlandse Taal en Cultuur.