‘Hoofdzaak’ als bijwoord

Door Henk Wolf

Vroeger hoorde ik in Friesland vaak het woord hoofdzaak gebruikt worden waar je ook ‘hoofdzakelijk’ of ‘in hoofdzaak’ kunt zeggen, als bijwoord dus. Dat gebeurde in elk geval in het Fries en ik vermoed ook in het Nederlands, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Nu lijkt dat gebruik grotendeels verdwenen.

Het gaat om het gebruik zoals in de volgende zinnen:

Se ferkeapje dêr hoofdsaak boeken. (Fries)
Ze verkopen daar hoofdzaak boeken. (Nederlands)

In de Nederlandse woordenboeken vind ik geen vermelding van dit gebruik van hoofdzaak, maar in het Woordenboek der Friese Taal staat hoofdsaak wel genoemd in de bedoelde betekenis. Het lemma is hier te vinden: link.

Voor ‘hoofd’ als lichaamsdeel wordt in het moderne Fries uitsluitend het woord holle gebruikt. Het oude synoniem haad komt in die betekenis alleen nog in een paar kleine, perifere dialecten voor. In overdrachtelijke zin bestaat dat haad echter nog wel, bijvoorbeeld in haad fan ‘e skoalle (‘hoofd der school’) en haadsaak (‘hoofdzaak’). In die betekenissen concurreert het met het Nederlandse leenwoord hoofd (hoofd fan ‘e skoalle, hoofdsaak).

Ik vraag me af of hoofdzaak alleen in Friesland de overstap van zelfstandig naamwoord naar bijwoord heeft gemaakt. Mochten er elders mensen zijn die het kennen, in het Nederlands of in een streektaal, dan hoor ik dat graag.