Gedicht: b. zwaal • drie gedichten

Uit zeesnede, de verzamelde gedichten 1984-2019 van b. zwaal.

murmelen, niet zoals de zee mummelt, maar murmelen.
scherpe steentjes die over de kiezelen rollen en
door de tong worden gedempt, waarachter zich bevinden
de gedachten.
hoe vol is hun net en ook het weefsel zelf van het net
is vol tegendraadse lijnen die naar continenten hun
verbindingen zoeken en alles herleiden binnen dit ene,
dit centrum van overleg, waaruit de tong de resultaten
spuwt.
maar ’s nachts ligt de tong stil en sluipen de gedachten
stil door hun bouwsels die zij onderwijl slopen terwijl
de tong zich liever afbijt dan te spreken werpen
achter hem de gedachten hun ankers in de vreemdste zeeën,
boren naar olie of doen otploffingen dreunen over de grote
antarcticavlakte en wordt de geest rijp voor een volgende dag.


*

waar de mensen over stonden na te denken
was op zichzelf geen zaak van gewicht.
dat werd het door het staande nadenken
van de mensen die aarzelden een voet te
verzetten, bang het denken te storen.

mocht de grond eens wegzakken dan zouden zij
in grote blijdschap het denken dwars door
de aarde wegslaan, het weg laten lopen uit
hun donderende benen, stampend, vloekend
naar de goedertierenheid.

*

het zoutwoud bost onder zee
kapt kachels dorst les

carboon reikt omhoog valt verprest
op golft de toorn loost de fles

op zee stampt dansend de kurk
sterfbrand zat in de wijn

b. zwaal (1944)
uit: zeesnede (2019)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.