De tropennachten moeten in die tijd langer geduurd hebben dan heden

De Multatulileescursus (23)

Door Marc van Oostendorp

– Dat was een goed idee, om De raadselachtige Multatuli te lezen. Heel verfrissend! Ik denk dat de uitgever er goed aan doet dit boek van Willem Frederik Hermans volgend jaar te herdrukken, want het blijft misschien wel de beste, compacte inleiding op Multatuli.

– Maar Hermans slaagt er wel in om van Multatuli een echt Hermansiaans personage te maken, hè.

– Hoe bedoel je dat?

– Douwes Dekker was iemand die altijd naar het hoogste streefde, maar Hermans heeft vooral oog voor de mislukkeling.

– Hij doet dat hoe dan ook op een voortreffelijke manier. Stilistisch is Hermans scherper dan ooit, zonder dat hij nu ineens Multatuli wordt:

Geld verspelen, klappen uitdelen: niet om het een of ander, maar Caroline’s papa is scherp van blik geweest. Het waren neigingen die hem lang zouden bijblijven en zijn lot diepgaand zouden beïnvloeden. Later in zijn leven hadden sommige meisjes geen papa die zijn veto uitsprak en deden andere niet wat hun papa wilde. Of Caroline gelukkiger is geworden dan die anderen, weten we niet.

Multatuli was agressief en argeloos tegelijk, en zijn maatschappelijke nederlaag moet toegeschreven worden aan deze combinatie van eigenschappen, een waarmee grootse literatuur is voortgebracht, maar nog nooit een overwinning in de jungle behaald.

– Ja, dat is allemaal Hermansiaans. Een man die enorm streeft naar het goede en juist daardoor grote mislukkingen over zichzelf afroept.

– Je weet zeker dat als je Hermans en Douwes Dekker een half uur in een kamer had opgesloten, ze binnen de kortste keren de grootste ruzie hadden gehad.

– Ik geloof dat Hermans dat zelf eigenlijk ook wist. Dat maakt dit boek zo goed: zijn fascinatie voor iemand die zo anders was dan hij, en die hem duidelijk vooral aansprak omdat hij zo’n briljante schrijver was.

– Mij doet dat toch vooral verlangen naar het moment dat we een keer een echte biografie van Douwes Dekker gaan lezen.

– Nee, echt, ik vind dat je heel veel plezier kunt beleven aan Hermans, en zijn lucide kijk op de dingen. Wat mij betreft is wat hij over Lebak zegt wel zo’n beetje het laatste woord. Hij wijst erop dat Multatuli ongetwijfeld in de grond gelijk had met zijn aanklachten, maar dat het er ook wel een beetje op lijkt alsof het hem erom te doen was zo snel mogelijk stampij te maken. Hij had nauwelijks de tijd genomen om zelf een en ander echt tot de bodem te gaan uitzoeken. Alsof hij al ter plekke aankwam om Max Havelaar te worden:

In Max Havelaar (wordt) verteld dat Havelaar in z’n eentje nachtelijke tochten maakte van twintig uur lang, waar niemand iets van wist en zonder dat iemand hem zag. Menigmaal had hij ergens al een misstand ontdekt in een afgelegen gehucht, vóór de inwoners zelf zich daarover bij hem kwamen beklagen. De tropennachten moeten in die tijd langer geduurd hebben dan heden. De wegen moeten ook veel beter (en beter verlicht) zijn geweest dan in onze tijd, waarin de dorpen van dit gebied, zeker in het natte seizoen, haast alleen met Landrovers en dergelijk materieel zijn te bereiken.

– Wat mij trof, was hoe goed Hemans het werk, of in ieder geval Max Havelaar, gelezen had. Hij wijst erop dat Brest van Kempen, de resident die model had gestaan voor de slome ambtenaar die Multatuli Slymering noemde, een aantal jaar na de Havelaarszaak werd opgenomen in een gesticht. En hoe dit eigenlijk in Max Havelaar al werd aangekondigd:

Merkwaardig is dat Multatuli hem laat spreken (‘Omdat. Hij. Het. Zo. Druk. Had.’, met achter ieder woord een punt) zoals lijders aan sommige vormen van krankzinnigheid een brief schrijven. Brest van Kempen zou negen jaar later krankzinnig sterven. Hij kan in 1856 al in een pre-psychotisch stadium hebben verkeerd. Zijn manier van spreken wijst daar niet alleen op, maar ook zijn door Multatuli naar voren gehaalde saaiheid, zijn gezicht waarop ‘zijn neus zich verveelde omdat er zo weinig op voorviel’, zijn koude blik, waarin iets lag dat ‘denken deed aan een logarithmentafel’, – zijn contactarmoede zegt de moderne psychiater.

– Ik vind het wel raar dat Hermans eigenlijk alleen op Max Havelaar ingaat.

– In zijn inleiding zegt hij dat zijn boek anders veel te dik zou zijn geworden en veel te duur.

– Misschien. Mij valt naar mate we vorderen met onze ‘leescursus’ toch steeds meer op hoeveel van alle geredekavel over Multatuli eigenlijk gaat over die 84 dagen dat hij Lebak was: wat deed hij toen precies, wat deden anderen. Mij interesseert dat geen klap.

– Max Havelaar was natuurlijk wel zijn meesterwerk. Of op zijn minst het boek waarmee hij beroemd werd, en waar hij later ook naar zou blijven terugverwijzen.

– Zijn debuut.

– Maar zijn overige werk is misschien nog een stuk grilliger dan Max Havelaar, maar toch minstens even interessant.

– Hij gaat er wel een beetje op in. Vooral, vreemd genoeg, op Vorstenschool…

– … dat hij mislukt vindt.

– Daar zijn ze weer, de mislukkingen. Welkom in het universum van Willem Frederik Hermans.

– Toch heeft hij ook heel interessante psychologische dingen op te merken. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat Multatuli lang voor Lebak al af en toe dreigde ontslag te nemen als hem iets niet beviel. En dat hij dan zijn superieuren al probeerde te chanteren met het gebrek dat vrouw en kinderen dan moesten lijden.

– Ja, honger:

Diep innerlijk was hij ervan overtuigd dat ze niet deugden en dit toonde hij aan door honger te lijden.

– Saskia Pieterse wees er ook al op dat Multatuli een obsessie had met eten: goed eten (vlees – Hermans vertelt dan weer dat hij van gehakt hield) en slecht eten (zoetigheid – Hermans vertelt dan weer dat hij zich in Duitsland boven een banketbakker vestigde en omdat hij te arm was om brood te kopen soms oude taartjes moest eten).

– Volgende week gingen we de dat boek over de rechtszaak tegen Van Lennep lezen, toch?

– Ja, hoezo?

– Omdat Hermans over Van Lennep ook wel grappige dingen over te zeggen heeft:

Van Lennep, rijksadvocaat van Noord-Holland en geroutineerd amateur-schrijver van de derde rang, vindt het bliksems mooi (‘bl… mooi’). Maar het vergaat hem zoals alle zoveelsterangsschrijvers die iets nieuws lezen van een eersterangsschrijver: ‘Indien deze schrijver meent dat hij ons heel veel nieuws leert, geloof ik dat hij zich vergist.’

– Hermans vindt alle Nederlandse schrijvers, behalve Multatuli en zichzelf, maar niks. Ook over Busken Huet heeft hij alleen maar onaardige dingen te zeggen.

– Jongens, ik ga ervandoor!

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter