De schatkamer van… Joep Leerssen

Joep Leerssen

‘De schatkamer van…’ is een rubriek in de DBNL-nieuwsbrief, ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van DBNL. In deze rubriek komt maandelijks een bekende DBNL-fan aan het woord, die vertelt over een schat die hij of zij uit de digitale bibliotheek heeft opgediept. Deze maand is dat Joep Leerssen, hoogleraar Europese studies, in het bijzonder moderne Europese Letteren aan de UvA.

‘Eigenlijk heb ik drie schatten in de DBNL. Om te beginnen Historische en letterkundige avondstonden van Hendrik van Wijn uit 1800, een cruciaal boek dat het veranderende cultuurhistorische besef in Nederland weergeeft. Van Wijn was een van de eersten die afstand nam van de ouderwetse oudheidkunde; hij bracht de Middelnederlandse literatuurgeschiedenis over het voetlicht in de vorm van boeiende dialogen die je bij een kopje thee kon lezen. Pas de laatste tien jaar is er meer aandacht voor hem, maar hij is echt een verborgen vroege invloed geweest op de literatuurgeschiedschrijving.

Ten tweede de roman Kleine Inez uit 1925 van Reinier van Genderen Stort. Dat is een merkwaardig boek: een beetje drakerig en Couperiaans geschreven, maar door die stijl en de tijdgeest die je erin terugziet toch ook boeiend.

En tot slot Wim Kuipers, de grootste Limburgse dichter van de afgelopen eeuw. Kuipers is een complexe, doordachte dichter. Hij is niet makkelijk, niet van ‘alle vogeltjes fluiten in mei, o wat ben ik blij’. Hij doet geen concessies aan het grote publiek en aan onze Nederlandse landstaal, maar kent een enorme lyrische kracht, je kunt hem zo op gelijke hoogte stellen met Leo Vroman.

Deze drie schatten zijn niet bekend bij het grote publiek. Van Wijn en Kleine Inez zijn niet grijpbaar op de boekenplanken. Kijk, over toppers als Max Havelaar hoef je je geen zorgen te maken, die vind je overal. Maar een goede bibliotheek heeft een perifeer blikveld, maakt klein maar boeiend en belangrijk werk zichtbaar: niet de hoofdingrediënten, maar de smaakmakers. En daarom is het zo fijn dat je in de DBNL alleen maar even op een knop hoeft te drukken om die werken te vinden.

Kuipers toont echter ook aan dat de DBNL een werk in uitvoering is. Er staat een geluidsfragment van hem online, maar de tekst daarvan niet, omdat de rechten moeilijk te regelen zijn. En dat geluid is dan weer niet op alle browsers te beluisteren. Een digitale bibliotheek brengt dus uitdagingen met zich mee. Ik zou dan ook graag zien dat de DBNL juridisch en technisch in staat wordt gesteld om op basis van specifiek letterkundig beleid keuzes te maken in wat er online komt, in plaats van op pragmatische basis, als in ‘we gaan dit boek doen, want dat staat in een kast die aan de beurt is om gedigitaliseerd te worden’.

Ik ben trouwens enorm blij met het Limburgportaal, het deel op de DBNL-site dat linkt naar werk van Limburgse auteurs. Nederland is van oudsher een multicultureel land: in de Middeleeuwen schreven we in het Latijn, veel grote Nederlandse werken zijn in het Frans geschreven en er zijn heel veel niet-Nederlandstalige werken van belangrijke Nederlanders die zich nu eenmaal authentieker kunnen uiten in een andere taal. Onder wie dus Kuipers. Daarom ben ik blij met de Limburgse, maar ook bijvoorbeeld de Surinaamse en Friese werken op de DBNL, die ik graag wil feliciteren met haar jubileum. Ik hoop dat het idealisme en de betrokkenheid waarmee twintig jaar geleden van start is gegaan nog maar lang behouden mogen blijven.’

Joep Leerssen is hoogleraar Europese studies, in het bijzonder moderne Europese Letteren aan de UvA. Hij was in 2017-18 KB-fellow aan het NIAS, Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences.

Foto: Jos Uljee