‘Daje da nu moeste gebruiken, de mensen vallen dood achter strate’

Door Marc van Oostendorp

Relatieve frequentie van zinnen zonder V2 in het onderzochte gebied.

Goedemorgen! Ik ben benieuwd hoeveel persoonsvormen jullie vandaag weer op de tweede plaats in de hoofdzin gaan zetten. Heel veel, vermoed ik, in ieder geval als jullie vandaag genoeg Nederlands spreken, en de kans daarop is hoog bij lezers van Neerlandistiek.

In West-Vlaanderen is de kans dan weer net iets kleiner, zo blijkt uit een nieuw artikel in het Journal of Germanic Linguistics. Althans, zo preciseren de auteurs, als je kijkt naar het ‘continentaal West-Vlaams’, dat wil zeggen zoals dat niet aan de kust wordt gesproken. Het West-Vlaams is wat vrijer met de plaatsing van de persoonsvorm. En zoals altijd in taal: het gebruikt die vrijheid voor aardige eigenschappen. 

Als een taal de persoonsvorm in stellende zinnen op de tweede plaats staat, noem je die taal V2 (want verbum is het Latijnse woord voor werkwoord). Het Nederlands is, net als bijvoorbeeld het Duits, maar ook bijvoorbeeld het Kasjmiri, het Ingoesj en het O’odham, V2. Het Engels was dat tot in de middeleeuwen ook, maar tegenwoordig niet meer: je kunt nu bijvoorbeeld zeggen “Fortunately, we sleep on the floor” en dan staat sleep op de derde plaats.

Het West-Vlaams lijkt in dezen een beetje op het Engels, of eigenlijk op het Engels uit de periode toen het de V2-eigenschap begon te verliezen. De meeste zinnen zijn wel V2, maar je kunt er toch ook mee spelen. Er is bijvoorbeeld voor veel sprekers een subtiel verschil in betekenis tussen de volgende twee zinnen:

  • Daje da nu moeste gebruiken, vallen de mensen dood achter strate. [V2]
  • Daje da nu moeste gebruiken, de mensen vallen dood achter strate. [geen V2]

De eerste zin interpreteer je letterlijk: de mensen laten het leven  op straat als je dat gebruikt. De tweede zin interpreteren mensen hyperbolischer. In het algemeen kan het niet inzetten van V2 uitdrukken dat de spreker zich betrokkener voelt bij het gezegde.

Het is een voorbeeld van een algemener wet in taal: variatie is nooit ‘zo maar’. Je kunt eigenlijk nooit precies hetzelfde op twee manieren zeggen. De kleinste variaties worden door een taalgemeenschap onmiddellijk betekenisvol gemaakt.

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter