Call for papers: Congres Werkgroep De zeventiende eeuw, Antwerpen, 30 augustus 2019

Deugd & Ondeugd. Morele scherpslijperij in de zeventiende-eeuwse Nederlanden

Jan Steen, In Weelde Siet Toe (of: ‘De omgekeerde wereld’)

Deugd en ondeugd waren alomtegenwoordig in de zeventiende eeuw. Morele lessen zaten verpakt in de literatuur van Jacob Cats, in Bredero’s toneel, in Arnout van Overbeke’s moppen, in de beelden van Artus Quellinus en in de schilderijen van Jan Steen. Normen over zedelijk gedrag werden ook vrolijk rondgebazuind in schuine liedjes en stuiverromans, in vertrouwelijke brieven, roddel en achterklap. Katholieke priesters uit het zuiden ontketenden een nieuw zedelijkheidsoffensief doormiddel van donderpreken, biecht en catechese, terwijl predikanten in het noorden hun schaapjes vanuit de kerkenraad op koers probeerden te houden. Daarbij werd het doel lang niet altijd bereikt. Deugd en ondeugd waren eveneens belangrijk thema’s in de ordonnanties van stad en staat, in de reglementen van ambachten, gilden en schutterijen, en in humanistisch geïnspireerde etiquetteboekjes. Doormiddel van exemplae uit de Klassieke Oudheid of de meer recente vaderlandse geschiedenis probeerden biografen hun lezers een spiegel met voorbeelden van deugdzaam gedrag voor te houden. Datzelfde gold voor de vele reisbeschrijvingen over allerlei uithoeken des werelds, waarin het gedrag van Indianen, Oosterlingen, Arabieren en andere vreemde volkeren soms als navolgenswaardig, maar vaker als het tegenbeeld van beschaafd en keurig gedrag geportretteerd werd.

Met het jaarcongres willen we niet alleen een staat opmaken van deugd en ondeugd in de zeventiende-eeuwse Nederlanden, maar ook inzicht verkrijgen in de complexe werking tussen norm en praktijk. Moraal was zelden of nooit statisch, maar werd op een bijzonder persoonlijke wijze toegeëigend, geaccommodeerd of gecontesteerd. Daarnaast wil het congres nieuw licht werpen op de verschillende moral communities. Naargelang van iemands sociale positie, gender, leeftijd, herkomst, religie en andere eigenschappen konden waardenpatronen immers fel van elkaar verschillen.  Op het congres willen we dus zoveel mogelijk opvattingen over deugd en ondeugd in de Lage Landen aan bod laten komen en bediscussiëren.

We nodigen iedereen die een bijdrage wil leveren aan het congres, graag uit om een kort abstract (maximaal 300 woorden) en CV (max. 100 woorden) in te dienen voor 1 april 2019. Eveneens welkom zijn voorstellen voor een complete sessie. Op het congres bedraagt de maximale spreektijd 20 minuten. Abstracts inleveren bij gerrit.verhoeven@uantwerpen.be

Congrescommissie

Hubert Meeus (UAntwerpen)
Judith Noorman (UvAmsterdam)
Herman Roodenburg (VUAmsterdam – Meertens Instituut)
Anne-Laure Van Bruaene (UGent)
Gerrit Verhoeven (UAntwerpen)

Dit bericht is geplaatst in call, evenementenagenda met de tags , . Bookmark de permalink.

6 Responses to Call for papers: Congres Werkgroep De zeventiende eeuw, Antwerpen, 30 augustus 2019

  1. Het hele frame van deugd en ondeugd heeft zoveel verpest. Jacob Cats is hier dansmeester geweest.

    Tot op de dag van vandaag kan Elmer Kolfin uit diens deugboeken ongehinderd moraliseren in nota bene een studie over Hollandse Liis en Brabantse Bely dat is ontstaan uit woede over vijf gepleegde kindermoorden.

    Een aantal genreschilderijen laat zien dat hier niet zelden concrete eisen van minnaars achter zaten. Maar “de hoofdzonde was dansen en zingen”, parafraseer ik Kolfin.

    Alles moet over!

  2. Het peil van de kunstkritiek kan niet beter worden geschetst dan uit de studies over Jan Steens Burger van Delft.

    Expert Erik-Jan Sluijter wijdde er als laatst een volmaakt zinloze perspectiefstudie aan

    We weten overigens dat Steen er een schandaal invlocht. Dat was betrekkelijk eenvoudig te ontdekken voor een tijdgenoot.

    De zwangere dochter links op de trap valt weinig te verwijten. De centrale vaderfiguur des te meer. De zogenaamde bedelares is een vroemoer voor de lagere klassen (een vrouw Stotter) die haar diensten aanbiedt.

    Lette men op de plaatsing van de bomen, verbonden met teelzucht. Steen wist dit nog, maar ’t is volmaakt vergeten. Hetzelfde geldt voor de interpretatie van kleuren in kledij. En wanneer gewoon groene bladeren opeens bruin of zwart geschilderd zijn dan heeft dit onmiddellijk gevolgen voor het zedelijkheidspeil van de situatie.

    Tot zover.

    • Men vergisse zich niet in het realiteitsgehalte van b.v. personen in de naturalistische schilderkunst.

      Zo is de jongen met zijn bijzondere kneep slechts een symbolische hulp voor de beschouwer. Het besef dat hij eigenlijk juist *niet* naast de aborteurster kan hebben gestaan moet de tijdgenoot een dubbel hikmomentje hebben aangedaan.

  3. Dus, congrescommissie, ik wens je nul bijdragen, nul bezoekers en duizend nieuwe studies.
    En doe wat aan de probleemstelling, die voortborduurt op de vuile lappen van een van de meest blinde leidsmannen aller tijden, die alom aanbeden Walter Liedtke. Door hem werd de dappere Simon Schama het bos in gestuurd.

    Alles moet over.

  4. Men vergisse zich niet in het realiteitsgehalte van b.v. personen in de naturalistische schilderkunst.

    Zo is de jongen met zijn bijzondere kneep slechts een symbolische hulp voor de beschouwer. Het besef dat hij eigenlijk juist *niet* naast de aborteurster kan hebben gestaan moet de tijdgenoot een dubbel hikmomentje hebben bezorgd.

  5. Willem van Bentum schreef:

    Interessant: exempla meervoud: exemplae.

Reacties zijn gesloten.