Waar een taaldiploma goed voor is

Door Miet Ooms en Reglindis de Ridder

Auteurs en hoogleraren in de neerlandistiek luidden de alarmbel over het sterk teruglopende aantal studenten Nederlandse taal- en letterkunde (DS 14 februari). Het idee heerst dat je op de arbeidsmarkt niets bent met een opleiding Nederlands. Maar dat klopt niet.

Het Nederlands speelt in het bedrijfs­leven wel degelijk een centrale rol en is nog lang niet weggedrukt door het Engels. Ook in bedrijven die internationaal actief zijn, wordt het Engels vooral gebruikt bij die ­internationale contacten. Bijna 80 procent van alle werknemers in Vlaanderen praat en mailt uitsluitend in het Nederlands met collega’s. Ook de externe contacten, onder meer met klanten, gebeurt bij de meerderheid van de bedrijven alleen in het Nederlands. Het Engels wordt maar in 10 tot 23 procent van de bedrijven gebruikt.

Wat kun je doen met je opleiding ­Nederlandse taal- en letterkunde? Uit het rapport De economische betekenis van taal van de Nederlandse Taalunie blijkt dat taalprofessionals actief zijn in zowat alle ­economische sectoren. Dat hoeft niet te verwonderen: in elke sector is er nood aan ­kennis- en informatieoverdracht, en om dat goed en doelgericht te laten verlopen, heb je taalprofessionals nodig. Een vijfde van die professionals hanteert alleen het ­Nederlands. Bij wie meer dan één taal aanbiedt, zoals vertalers, zit het Nederlands vrijwel altijd in het pakket.

Uit dit rapport blijkt dat er tientallen taalberoepen bestaan en minstens evenveel waar taal een cruciale rol speelt. Er zijn grosso modo vier grote groepen:

Communicatie: redacteurs, copy­writers, schrijvers van handleidingen, ­administratieve medewerkers, journalisten, woordvoerders, vertalers, tolken, ­ondertitelaars, softwarelokalisatie-experts en audiobeschrijvers of schrijf- en gebarentolken. Zij maken dat alle medewerkers van het bedrijf weten wat ze moeten weten, dat de buitenwereld te weten komt dat het bedrijf bestaat en wat het te bieden heeft, dat zo veel mogelijk potentiële klanten overtuigd worden om klant te worden, dat alle gebruikers toegang hebben tot diensten of producten en leren hoe die te gebruiken.

De creatieve sector: schrijvers, dichters, toneelschrijvers, acteurs, scenarioschrijvers, regisseurs, comedians, song­writers … Zij gebruiken taal als instrument om te genieten, te ontspannen, ons te laten nadenken, ons kennis te laten maken met verhalen, met cultuur, met waarden en met identiteit. Ook zij leren hoe ze taal kunnen inzetten om ons te raken met hun verhaal en hun boodschap.

Onderwijs: onderwijzers, leerkrachten in het secundair onderwijs, hogeschool­docenten in opleidingen waar taal centraal staat, docenten Nederlands aan anderstaligen of voor nieuwkomers en docenten laaggeletterdheid. Ook zij moeten weten hoe de structuur van het Nederlands in elkaar zit, hoe taal werkt, welke taal het meest geschikt is voor welke situatie en welke culturele waarden en normen met die taal en dat taalgebruik samenhangen. Want dat is de kennis die zij zelf moeten overbrengen.

Taal- en spraaktechnologie: een sector in de lift, waarbij veel mensen denken dat technologie de talenkennis en dus taal­professionals overbodig zal maken. Niets is minder waar. Om de technologie te ontwikkelen, zijn inderdaad IT’ers nodig. Maar er is ook nood aan computerlinguïsten die taal- en wereldkennis in die software programmeren. Het gaat om complexe materie, zoals automatische taalkundige analyses of semantische informatie. In verschillende talen zien zinnen er anders uit en maak je op verschillende manieren een verschil tussen morgen en gisteren, tussen ­enkelvoud en meervoud.

Een opleiding taal- en letterkunde is ook de basis voor heel wat andere studies ­(bedrijfscommunicatie, toegepaste taalkunde, lerarenopleiding, tv- en documentaire­maker, scenarioschrijver). Net zoals je fysici nodig hebt die materialen onderzoeken waarmee ingenieurs betere en duurzamere bruggen kunnen bouwen, heb je taal- en letterkundigen nodig die anderen de kennis en hulpmiddelen aanreiken om hun werk zo degelijk en efficiënt mogelijk te doen. Taal- en letterkundigen bieden nieuwe inzichten in de taal zelf, in de manier waarop mensen met taal omgaan, in de heersende cultuur van een maatschappij.

Het probleem is niet dat je met een taalopleiding niets zou zijn en geen job zou vinden. Het probleem is dat deze beroepen lager gewaardeerd worden dan bijvoorbeeld ingenieur of softwareontwikkelaar en dat ook de talenopleidingen als lichter worden ingeschat. Daardoor kiezen niet alleen minder studenten voor een taalopleiding, maar onderschatten zij die dat doen ook vaak het niveau. Dat is op lange termijn ­nefast voor zowel de kwaliteit van het taalonderzoek als voor de taaldocenten en taalprofessionals zelf.

Dit artikel verscheen gisteren in De Standaard.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

1 Response to Waar een taaldiploma goed voor is

  1. Margriet Rutgers schreef:

    Uw artikel slaat de spijker op de kop. Ik hoop dat velen het zullen lezen!

Reacties zijn gesloten.