Over en sluiten : “VU stopt na honderd jaar met de bachelorstudie Nederlands”

Door Willem Kuiper

Met vijf medewerkers op vijf eerstejaars is de studie onbetaalbaar geworden, zegt de Amsterdamse universiteit.

Aldus de NRC van zaterdag 23 februari 2019.

Tot mijn verbazing blijft het merkwaardig rustig op Neerlandistiek na deze zeer deprimerende mededeling. Laat ik dan maar mijn stem verheffen.

Literatuur is het dagboek van onze cultuur. Als wij onszelf willen begrijpen dan zullen wij de boeken moeten lezen die onze voorouders geschreven hebben gedurende de 20e eeuw, de 19e eeuw, de 18e eeuw, de 17e eeuw, de 16e eeuw, de 15e eeuw, de 14e eeuw, de 13e eeuw en wat erover is van vóór die tijd. Dat is een hoop eeuwen en dat zijn heel veel boeken, en daarom heeft men al in de 19e eeuw periodisering ingevoerd en de Middelnederlandse letterkunde afgescheiden van de letterkunde van de Renaissance en de Nieuwe Tijd. Later heeft men daar de letterkunde van de 18e en de 19e eeuw aan toegevoegd. Ook zag je aan Nederlandse en Belgische universiteiten specialismen ontstaan. Je kunt niet overal goed in zijn. Het Instituut voor Neerlandistiek UvA, waaraan ik studeerde en doceerde, had als één van de zwaartepunten de gedrukte letterkunde van de Middeleeuwen (Herman Pleij en Rob Resoort) en ook werd er relatief veel aandacht aan de 18e eeuw besteed (André Hanou en Bert Paasman). Zo’n specialisme opheffen of wegbezuinigen kost relatief weinig vergadertijd, zo’n specialisme opbouwen een decennium, gesteld dat je de mensen kunt aantrekken die over voldoende kennis, ervaring en affiniteit beschikken.

Neerlandistiek aan de VU had het inhaerente specialisme van de letterkunde van de Reformatie. Dat is een gebeurtenis en periode in onze beschavingsgeschiedenis, waarvan het belang en de doorwerking moeilijk overschat kan worden. Niet dat ik als middeleeuwer zo blij ben met de manier waarop men zich tijdens en na de Reformatie afzette tegen het middeleeuwse verleden (ongeveer zoals Trump terugkijkt op regeringsjaren van Obama), welke intens negatieve houding nog altijd doorleeft in tal van vooroordelen, maar de Reformatie is een zeer sterke vormende factor geweest voor het Nederland waarin wij nu leven. En daarom moeten wij mensen blijven opleiden en vervolgens aan het wetenschappelijke werk zetten om nieuwe antwoorden op nieuwe vragen te kunnen vinden en geven.

Het is niet de schuld van de VU of van andere Nederlandse universiteiten dat er momenteel zo weinig animo is voor een academische studie Nederlandse Taal- en Letterkunde. Achtereenvolgende kabinetten hebben het belang van het onderwijs op alle niveaus met de mond beleden, maar ondertussen de docentencorpsen uitgehold, scholen gefuseerd tot legbatterijen, de docenten van hun didactische vrijheid beroofd en tot slaaf gemaakt van het rendement management, de collegegelden verveelvoudigd en de valse hoop gekoesterd dat digitaal onderwijs én kostenbesparend én efficiënter zou zijn, net als de melkmachine die in de intensieve veehouderij gebruikt wordt.

Goed onderwijs staat en valt met aandacht voor de leerling / student als individu. Inspiratie breng je niet over met een apje dat alleen maar goed of fout op een beeldscherm kan projecteren. Een menselijke docent zal proberen te begrijpen waarom de leerling / student dacht dat het goed of fout was. Dáár leer je wat van.

De Studie Nederlands aan de VU zit op een grote berg boeken en handschriften. Zodra de Master opleiding zijn laatste studenten heeft laten gaan zal er iemand gaan zeuren over al die oude boeken die in de weg staan, en wat je allemaal met die ruimte zou kunnen doen. En dan moet er een andere plaats gevonden worden voor al dat oud papier en perkament. Misschien wordt het gedigitaliseerd om daarna weggegeven of vernietigd te worden. En anders is daar nog de stijgende zeespiegel om van Buitenveldert een nieuw Atlantis te maken.