Over de spellingvrijheid die niet genomen wordt

Door Henk Wolf

Marc van Oostendorp schreef zondag een stuk op neerlandistiek.nl waarin ie vertelde dat ie tegen een door de overheid voorgeschreven eenheidsspelling was. Hij zei dat ie zich wat eenzaam voelde op dat standpunt, omdat ie niet geloofde dat anderen het deelden.

Ik ben het wel met Marc eens. Om mij hoeft de overheid zich niet te bemoeien met de manier waarop andere mensen schrijven. Helemaal alleen staat Marc dus niet.

Misschien ben ik iets minder uitgesproken tegen dan Marc als het gaat om de eigen organisatie van de overheid. Het maakt me weinig uit of die in eigen huis spellingvoorschriften hanteert. Daar waar zulke duidelijkheid bijdraagt aan de eenduidigheid van juridische teksten kan ik me er zelfs wel iets bij voorstellen.

In Nederland en Vlaanderen zijn de spellingregels van de overheid verplicht voor de overheid en voor het onderwijs. Wat dat onderwijs betreft, ben ik het volmondig eens met Marc.

Alleen denk ik dat het niet zo verschrikkelijk veel uitmaakt of de overheid wel of niet spellingregels bedenkt. Er is een factie in elke taalgemeenschap die heel erg van spellingvoorschriften houdt. Als de overheid die niet aanlevert, gaat ze op zoek naar andere autoriteiten. En zelfs als die alleen maar adviseren, vertaalt die factie ze al snel naar voorschriften. Ik kom die prescriptieverslaving in het onderwijs dagelijks tegen.

Wat dat betreft heb ik een boel opgestoken van de discussie over de wijziging van de officiële spelling van het Fries. Die is in 1980 opgesteld door Provinciale Staten van Friesland en in 2015 werd ze gewijzigd. Ik was tegen die wijzigingen, niet om tegen wijzigingen te zijn, maar omdat ingeburgerde schrijfwijzen erdoor verboden zouden worden. Als je iets wilt veranderen, zei ik, prima, maar zet je nieuwe schrijfwijze dan naast de ingeburgerde en laat mensen kiezen, dan hoeven leraren minder rode strepen te zetten.

Nou zijn er twee gekke dingen met die officiële Friese spelling. Het eerste is dat de provinciale overheid niemand behalve zichzelf kan verplichten om die te gebruiken, maar dat allerlei instanties automatisch volgen: gemeenten, onderwijs, uitgevers, kranten. Het tweede gekke is dat niemand de officiële spellingregels van 1980 bleek te kennen. Ik ook niet, al dacht ik eerst van wel. Die regels zaten verborgen in diverse moeilijk vindbare overheidsstukken en de regels die daarin stonden weken hier en daar nogal af van de gangbare praktijk. Blijkbaar hadden woordenboekmakers, methodeschrijvers en anderen door van elkaar over te schrijven en zelf spellingkwesties op te lossen een eigen ingeburgerde spelling ontwikkeld waarvan iedereen in Friesland maar aannam dat de zegen van Provinciale Staten erop rustte, het provinciaal apparaat inbegrepen.

Blijkbaar maakt het voor de praktijk verdraaid weinig uit of de overheid nou wel of niet een spelling bedenkt. Blijkbaar zijn er overal facties die zo van spellingvoorschriften houden dat ze die ook overnemen als ze voor hen niet gelden, ja, zelfs als ze helemaal niet bestaan. En blijkbaar zijn die facties zo invloedrijk dat ze allerlei grote organisaties met voorschriften opzadelen. Daarom denk ik dat het echte probleem, namelijk dat mensen voortdurend geplaagd worden met kritiek of rode strepen omdat ze zich niet aan willekeurige spellingregels houden, niet op te lossen is, ook niet als de overheid besluit de spelling aan de maatschappij over te laten.

Dit bericht is geplaatst in column, taalbeheersing met de tags , , . Bookmark de permalink.

12 Responses to Over de spellingvrijheid die niet genomen wordt

  1. Lucas Seuren schreef:

    Op zich moet het geen verrassing zijn dat instituten standaarden invoeren. Grote organisaties die een breed bereik hebben, zullen onderling toch wel standardiseren, om te zorgen dat iedereen elkaar begrijpt. Waar mensen samenwerken onstaan conventies.

    Maar moeten leraren dan maar helemaal geen rode strepen meer zetten?

    • Henk Wolf schreef:

      Begrijpelijkheid wordt in allerlei normdiscussies over taal en over spelling steeds als argument voor uniformisering aangedragen, maar ik vind het eerlijk gezegd niet zo’n sterk argument. We zien dat de spellingvariatie die er in de praktijk bestaat (‘hij heeft betaalt/betaald’, ‘een commissaris/kommissaris’, ‘de telefoonverkoper / telefoon verkoper’) ook geen onoverkomelijke hindernissen voor onderling begrip oplevert. Ik maak me ook sterk dat de ingeburgerde schrijfwijzen uit de officiële regelingen van 1954 en 1995 nu ook geen groot misverstand gaan oproepen. Het door elkaar bestaan van de witte en groene spelling geeft toch ook geen grote misverstanden? En de eigen spelling die de krant De Standaard zo lang heeft gebruikt toch ook niet?

      De officiële spelling is geen historisch erfgoed dat je wilt bewaren, maar een set afspraken waaraan sowieso om de paar decennia wordt gesleuteld, waarna de maatschappij wat morrend met de overheid meehuppelt. Als nieuwe regels zo makkelijk ingevoerd kunnen worden, dan kun je ze wat mij betreft ook wel een flink stuk oprekken. Wat je niet als ‘fout’ definieert, is dan goed en dan hoeft een leraar ook niet steeds rode strepen te zetten.

      • Lucas Seuren schreef:

        Ik pleit niet voor (of tegen overigens) een uniforme spelling; ik zeg slechts dat waar mensen communiceren ze zich op elkaar afstemmen.

        Maar daarmee blijft mijn vraag, wat betekent een niet-standaard spelling voor leraren? Waar moeten die op letten als ze het schrijfwerk van leerlingen of studenten beoordelen?

        • Henk Wolf schreef:

          Nou ja, leraren moeten rode strepen zetten zolang de overheid en de maatschappij strenge spellingnormen opleggen. Misschien houdt de overheid daar weleens mee op, maar de maatschappij vermoedelijk niet, dus de vraag wat leraren moeten doen is nogal theoretisch. Maar ik zou er niet rouwig om zijn als de officiële norm voor het onderwijs een flink stuk werd opgerekt, in elk geval zover dat analytische struikelblokken als de spelling van de tussen-sjwa in samenstellingen, de eind-[t] van werkwoorden en het gebruik van spaties in reeksen met een onduidelijke woord-of-woordgroepstatus verdwijnen. Dan hoeft de leraar in elk geval veel minder vaak rode strepen te zetten.

        • Precies het gegeven dat waar mensen communiceren conventies ontstaan is een argument tegen een overheidsspelling. Wanneer je zegt dat je ertegen bent, komen mensen altijd met ‘au in mauche alle minse dann mar skryve hoe se wille?’ Wat (i) laat zien dat ook als iedereen schrijft hoe hij wil, je het nog steeds min of meer kan begrijpen, zij het met wat meer moeite, (ii) een volkomen overdreven voorstelling van zaken is. Als je de spelling los laat, verandert er in de praktijk bijna niets.

          Ik denk trouwens ook dat je leerlingen op school wel wat van die conventies moet leren, omdat dit handig is bij het lezen van de meeste teksten, en bij het produceren van teksten die zo goed mogelijk begrijpelijk zijn.

          Het Engels is een goed voorbeeld van een taal zonder spellingwetten, waar iedereen toch min of meer hetzelfde spelt. Er zijn een aantal ‘vrije kwesties’ (schrijf je een trema of niet op coëditor), waar verschillende publicaties verschillende oplossingen kiezen, er zijn de roemruchte verschillen tussen Brits (colour) en Amerikaans (color), maar niets van dit alles leidt tot veel doden. Bovendien leren kinderen op school gewoon schrijven.

          (Door het ontbreken van vaste regels is de spelling van het Engels juist, zou je kunnen zeggen, conservatiever dan het Nederlands. Maar het Frans is, met zijn Académie, natuurlijk ook conservatief, dus die zaken zitten ingewikkelder in elkaar.)

          Maar de spellingregels gaan altijd over dingen die ‘fout’ gaan zonder dat ze problemen opleveren (de voorbeelden van Henk) of over volkomen absurde rariteiten waar niemand weet wat de conventies zijn omdat de woorden zo infrequent zijn dat er geen natuurlijke conventies over bestaan. Die ‘conventies’ dienen alleen om mensen op oneigenlijke gronden uit te sluiten – weg ermee.

          • DirkJan schreef:

            De officiële spelling geldt alleen voor de overheid en het onderwijs, daarbuiten staat het iedereen vrij te spellen hoe hij/zij dat wil. Maar dat gebeurt niet, u doet dat ook niet, kennelijk willen we toch om allerlei redenen ons vasthouden aan vastgestelde conventies. En als de overheid de spelling toch loslaat, dan krijgen we een officiële spelling van Van Dale, Onze Taal of de NRC. Lood om oud ijzer.

            • Lucas schreef:

              Niet geheel verrassend; een overheid met monopolie op onderwijs die kinderen dik tien jaar indoctrineert dat er een correcte spelling is en wat die correcte spelling is. Natuurlijk is er dan weinig variatie en mensen weten niet beter dan dat er een manier is waarop het moet.

              We houden ons aan conventies omdat mensen zijn geïndoctrineerd dat het geen conventies zijn.

          • Vrijwel iedereen schrijft het woord ‘onderweis’ (om een willekeurig voorbeeld te noemen) met ‘ij’. Ik ook. Dat is niet omdat ik wil ‘vasthouden’ aan conventies, maar omdat dit eenvoudiger is, zo zie ik het meestal staan. Ik ben er ook voor dat we kinderen leren dat dit de manier is waarop je het woord normaliter tegenkomt. Er zijn ook grenzen aan het overschrijden van de conventie: ‘uisgpifbgf’ wordt niet meer als een poging om ‘onderwijs’ te schrijven herkend.

            Dit alles betekent echter niet dat ‘onderweis’ FOUT is, maar dat het niet conventioneel is. Dát is ook wat je op school kunt leren. Als er geen Groen Boekje is, komt Van Dale mogelijk met een eigen uitgave. Mooi, moeten zij weten. Toch is dat verschillend. Bijvoorbeeld: Van Dale zal nooit de mogelijkheid hebben nu te gaan bepalen dat ‘onderweis’ toch beter is, want dan stapt men naar de concurrent. Ook zo’n commerciële partner kan namelijk alleen codificeren wat al de conventie is.

            Tot slot: ik houd me in grote lijnen dus aan die conventies, en die komen overeen met wat er in het Groene Boekje staat. Maar ik zoek nooit iets op, en precies over kwesties waar de spellingcommissie heeft gemeend ‘een knoop te moeten doorhakken’ omdat er verschillende spelvormen zijn, zal ik dus regelmatig afwijken.

          • DirkJan schreef:

            @marcvanoostendorp. U houdt zich niet principieel aan de conventies en zoekt nooit wat op, Dat betekent in de praktijk dat u als taalgeleerde weinig fouten maakt. Dat vind ik een elitair standpunt ten op zichten van spellers die ook niet opzoeken en onderweis schrijven. Die worden er op aangekeken. Dat is de realiteit. Heeft niets te maken met een overheid, maar met de mensen zelf. Daarom vind ik een standaardspelling het meest democratisch, want die geldt voor iedereen hetzelfde.

          • DirkJan schreef:

            @lucas Zit de blijvende schade die het spellingsonderwijs u met zijn indoctrinatie heeft berokkend, u erg in de weg?

  2. De begrijpelijkheid komt niet zo snel in het geding. Wel haak ik snel af in teksten met een afwijkende spelling of teksten in het Bildts, Stellingwerfs, Leeuwarders etc. Afwijkingen kosten mij meer moeite en die moeite is het me vaak niet waard. Bloggers die zich niet aan de regels houden: ik hoef ze niet te lezen. Gelukkig gebruiken redacteuren van goede boeken het Groene Boekje. Wat het onderwijs betreft: laat leerlingen leren met de spellingcorrector om te gaan en oefen even die paar kleine regeltjes voor persoonsvormen. Nog enkele details daargelaten.

  3. Gerard van der Leeuw schreef:

    Wat mij een beetje verbaast, is dat niemand het heeft over mensen die het Nederlands om welke reden dan ook minder machtig zijn dan een goed opgeleide Nederlander. Inderdaad wij herkennen een woord wal dat wat anders dan de ‘norm’ gespeld is, maar een Amerikaan of een Marokkaan die zich moeizaam het Nederlands probeert eigen te maken? Die zal het spoor alleen maar meer bijster raken. Het is inderdaad geen kwestie van goed of fout. Het is gewoon handig en verstandig. Ik moet altijd nog denken aan een Fransman die wist wat een ‘winkel’ was en naar en cadeautje zocht, maar voorbijliep aan de kadoshop….. Hij had geen idee.

Laat een reactie achter