“Ionck bestaen, oud ghedaen”

Door Roland de Bonth

Het is niet eenvoudig historische letterkunde aan de man te brengen, laat staan aan leerlingen in het voortgezet onderwijs. Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom middelbare scholieren liever een hedendaagse roman dan een toneelstuk uit de Gouden Eeuw lezen. Een eerste belemmering vormt de taal. Oudere teksten zijn geschreven in een afwijkende spelling, er komen onbegrijpelijke woorden in voor, de naamvallen zijn nog in groten getale aanwezig en ook de zinsvolgorde wijkt af van de hedendaagse. Bleef het daar maar bij. Helaas is het voor een moderne puber niet eenvoudig zich te identificeren met historische personages en worden er situaties, gewoontes en gebruiken beschreven die wij tegenwoordig niet zonder meer begrijpen.

Juist daarom zijn veel docenten terughoudend – misschien zelfs wel huiverig – om historische letterkunde te behandelen in hun lessen. Het zou niet bij de belevingswereld van kinderen passen, het zou te moeilijk zijn, het is met het oog op vervolgopleidingen nuttiger om ze te leren schrijven, spreken en luisteren. Dus waarom dan Het Wederzyds Huwelijksbedrog van Pieter Langendijk lezen?

Het lezen van oude literaire teksten is wel degelijk zinvol, omdat het kan bijdragen aan het verruimen van het blikveld van jongeren en het een inspiratiebron kan zijn voor de toekomst. Daarnaast kan kennismaking met oudere culturen ook leiden tot herkenning – sommige problemen blijken veel ouder te zijn dan gedacht. Voor een nadere uitwerking van deze punten verwijs ik graag naar het zeer lezenswaardige ‘Het waarom en hoe van historisch literatuuronderwijs’ van Hubert Slings.

Facebookpagina Leraar Nederlands

Ook op de Facebookpagina Leraar Nederlands – met meer dan 12.000 leden (je vraagt je bij dit aantal toch onwillekeurig af hoe het mogelijk is dat er een tekort aan docenten Nederlands bestaat) – tref je maar mondjesmaat postings aan over historische letterkunde. Datzelfde geldt voor de reacties van andere leden op die postings; meestal zijn ze op de vinger van één hand te tellen. Hoe anders is dat bij een vraag naar de redekundige ontleding van een zin. Meer dan honderd reacties zijn daarbij beslist niet uitzonderlijk. Maar dat is weer een andere kwestie.

Gelukkig zijn er ook docenten bij wie het hart sneller gaat kloppen door het lezen van Hadewijch, Vondel, Staring en Hildebrand. Omdat zij ervan overtuigd zijn dat het loont om leerlingen kennis te laten maken met de rijkdom en de schoonheid van onze historische literatuur, beijveren zij zich ervoor de bovengenoemde bezwaren weg te nemen. En dat is volkomen terecht, want – zoals Marita Mathijsen het in dit korte interview zo mooi verwoordde – “goede literatuur gaat altijd over de hoofdzaken van het leven’’.

Ook het College voor Toetsen en Examens hecht belang aan historische letterkunde want in de syllabus centraal examen 2019 staat dat een vwo-leerling beargumenteerd verslag moet kunnen uitbrengen van zijn leeservaringen met minstens 12 door hem geselecteerde literaire werken waarvan er minimaal 3 voor 1880 zijn geschreven. Vandaag de dag staan de docent vele mooie middelen ter beschikking om historische letterkunde op een aantrekkelijke, moderne wijze aan te bieden.

Gratis lesmateriaal

Ik ga in deze bijdrage voorbij aan de gedrukte literatuurmethodes, die bijna altijd een interessant overzicht van de Nederlandse literatuurgeschiedenis opnemen met aansprekende tekstfragmenten en toepasselijke opdrachten. Helaas halen deze methodes in een tijd met afnemende aandacht voor (historische) literatuur en beperkte financiële middelen lang niet altijd de boekenlijst meer, tenzij de sectie Nederlands bestaat uit toegewijde literatuurliefhebbers.

Om docenten te stimuleren meer aandacht te schenken aan historische letterkunde geef ik hieronder een puur persoonlijke selectie van websites, filmpjes en ook gedrukte werken die daarbij behulpzaam kunnen zijn. Wie interessante aanvulllingen weet, zou ik willen vragen deze hieronder via reacties aan de lezers van Neerlandistiek en de Facebookgroep Leraar Nederlands kenbaar te maken. Crowdsourcing voor de historische letterkunde!

Websites

Natuurlijk mag www.literatuurgeschiedenis.nl in dit overzicht niet ontbreken. Deze fraai vormgegeven website is bedoeld als een online leerboek voor het literatuuronderwijs en behandelt de Nederlandse literatuur van ‘Hebban olla vogala’ tot Tirza. De vijf gekozen periodes (De Middeleeuwen, De Gouden Eeuw, De Achttiende Eeuw, De Negentiende Eeuw, De Twintigste/Eenentwintigste Eeuw) bestaan elk uit 15 of 20 gedegen hoofdstukken die een goed beeld geven van die tijd en de daarin ontstane literatuur. Verwijzingen naar wetenschappelijke vakliteratuur schuwen de makers daarbij niet. Daarnaast is bij elk tijdvak informatie te vinden over teksten, schrijvers en thema’s die destijds een rol van betekenis speelden. Docenten kunnen toegang krijgen tot de bij de site horende didactische module door contact op te nemen met de redactie (zie hiervoor verder docenteninfo, links onder aan de startpagina).

Specifiek toegespitst op de Middeleeuwen is de MOOC Middelnederlands, als afscheidscadeau aangeboden aan prof.dr. Frank Willaert. Het doel van deze Massive Open Onlline Course is om de Middelnederlandse literatuur voor een breed publiek te ontsluiten. De colleges zijn ontwikkeld door experts en geven daarmee een betrouwbaar beeld van de huidige wetenschappelijke stand van zaken. Omdat er geen specifieke voorkennis wordt verwacht kan deze MOOC ook worden ingezet in het voortgezet/secundair onderwijs. Net als bij de hoofdstukken van literatuurgeschiedenis.nl staat in elk college één aspect centraal. Soms is dat een auteur (Jan van Ruusbroec), soms een genre (abele spelen) en soms een icoon (Van den vos Reynaerde).

Wie na het zien van al die colleges nog steeds geen genoeg kan krijgen van de middeleeuwen kan hier terecht voor vijf kant-en-klare lessenreeksen en twaalf dito lessen over middeleeuwse literatuur, ontwikkeld aan de Universiteit Utrecht door onderzoekers en studenten.

Sinds kort wordt aan diezelfde universiteit veel tijd en moeite gestoken in het uitbreiden van LitLab. Op deze website geen colleges maar – zoals uit de naam al enigszins duidelijk wordt – ‘een digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek op de middelbare school’. Er zijn op dit moment twee werkvormen beschikbaar waarmee leerlingen naar hartenlust kunnen experimenteren: de zogeheten Proeven en de Leesclubs. Onder het tabblad Docenten op de homepagina van LitLab is zowel een didactische verantwoording als een handleiding voor beide werkvormen te vinden. Het mooie van LitLab is dat bovenbouwleerlingen in de Proeven met behulp van vrij toegankelijke digitale methoden en collecties zelfstandig onderzoek doen naar onderwerpen die aansluiten bij huidig academisch onderzoek. Op dit moment zijn er al zestien proeven beschikbaar over onderwerpen als personages, woordgebruik, speeches, nationalisme, volksliederen, gender, gekleurde taal; er is voor elk wat wils. In principe zijn de proeven bedoeld voor havo- én vwo-leerlingen, maar voor de eerste groep ligt de lat wellicht iets te hoog. De Leesclubs zijn erop gericht leerlingen in groepjes van 4 tot 6 te stimuleren om ‘een vraaggestuurde en onderzoekende houding’ te ontwikkelen ten aanzien van literaire teksten. Zij worden uitgedaagd op een andere manier naar de tekst zelf en naar de wereld die er in wordt opgeroepen te kijken. Daarvoor zijn nu al achttien Leesclubs beschikbaar. De meeste gaan over (recente) romans, maar ook dichtbundels en zelfs een beeldroman (Bordewijks Blokken) komen aan bod.

Video’s

In een tijd waarin beeld bij jongeren een voorname plaats inneemt, vormen visuele producten een goede en aantrekkelijke manier om leerlingen met historische letterkunde in aanraking te brengen. Een van de moderne helden die al enige jaren bezig is de literatuur van de ondergang te redden is De Alphaman. Hun missie? “Wij vatten de mooiste verhalen uit vervlogen tijden samen in twee minuten. Zowel in als achter (oude) boeken schuilen de mooiste verhalen. Check dus snel onze filmpjes, posters en blogs. Laat je verbazen en geniet!’’ De eenvoudig getekende tekenfilmpjes met de op een bijzondere wijze ingesproken tekst zijn zeker in staat de aandacht van leerlingen vast te houden.

Van geheel andere aard zijn de video’s die Jörgen Apperloo op YouTube plaatst. In razendsnel gesproken en flitsend gemonteerde filmpjes bespreekt hij gepassioneerd over recent verschenen maar ook over oudere literatuur. Zie bijvoorbeeld het enkele maanden oude vlogboek over Imaginaire reisverhalen in de achttiende eeuw (Verlichting). Naar andere literair-historische onderwerpen kun je eenvoudig zoeken door op www.vlogboek.nl als zoekterm literatuurgeschiedenis in te voeren.

Tekst(uitgav)en

Wie geïnteresseerd is in historische letterkunde, hoeft niet altijd meer naar een (universiteits)bibliotheek om een tekstuitgave te raadplegen. Dank zij het internet hebben we toegang gekregen tot een gigantisch aantal titels. Google Boeken herbergt naar eigen zeggen de meest uitgebreide index ter wereld van boeken met volledige tekst. Specifiek gericht op in het Nederlands geschreven boeken is de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, met duizenden literaire teksten, secundaire literatuur en aanvullende informatie. Toneelliefhebbers zullen hun weg al gevonden hebben naar de Census Nederlands Toneel (Ceneton), waar edities te vinden zijn van 840 toneelstukken, sommige in facsimile, andere in facsimile én in een moderne editie).

Voor de meeste leerlingen zullen primaire teksten in de oorspronkelijke uitgave zonder nadere uitleg (inleiding, woordverklaringen, annotaties) te hoog gegrepen zijn. Om aan dat bezwaar tegemoet te komen zijn er in de loop der tijden edities bezorgd die speciaal bedoeld zijn voor het onderwijs en/of voor een breed publiek. Met de verschoten deeltjes uit de reeks Klassiek Letterkundig Pantheon, waarvan op sommige scholen vast nog klassenstapels opgetast liggen in oude boekenkasten, maak je de jongeren van nu niet warm voor de historische letterkunde. Maar er bestaan ook klassiekenreeksen die dit wel in zich hebben. Een begrip is de serie Taal en teken, waarin klassieke literatuur toegankelijk wordt gemaakt door de oorspronkelijke tekst te voorzien van een vertaling of door de originele tekst geheel te vertalen. Alom gewaardeerd zijn eveneens de delen die verschijnen in de reeks Tekst in Context. Deze rijkelijk geïllustreerde uitgaven lichten de tekst toe, korten deze waar nodig in en plaatsen deze in een historische, sociologische en literaire context.

Ouder maar nog altijd goed bruikbaar zijn de deeltjes uit de Griffioenreeks. Spelling en interpunctie zijn gemoderniseerd, verouderde woorden en constructies zijn vervangen door eigentijdse varianten. Daarmee wordt de tekst toegankelijk gemaakt voor een breed publiek. Niet iedereen is het met een dergelijke handelwijze eens; de preciezen eisen op hoge poten dat er niet gesleuteld wordt aan het origineel. Zo deed de recente hertaling die Michelle van Dijk vervaardigde van Couperus’ Van oude menschen het nodige stof opwaaien (zie ook hier). Overigens is niet elke bewerking dit lot beschoren. Op Gera de Bruijns uitgave van Van Lenneps De lotgevallen van Klaasje Zevenster, sterk ingekort en gemoderniseerd, bleef een vergelijkbare felle reactie voor zover ik weet achterwege.

Toekomst voor de historische letterkunde

Op 18 oktober 2018 plaatste Marijke Meijer-Drees op de Facebookpagina Leraar Nederlands een oproep aan docenten om deel te nemen aan het Docent OntwikkelTeam (DOT) Literatuurgeschiedenis, die in januari 2019 zou beginnen. Ik hoop van ganser harte dat zich hiervoor genoeg enthousiaste deelnemers hebben aangemeld, want ik ben zeer benieuwd naar de resultaten van dit team.

Met de juiste materialen en de juiste didactiek zullen huidige én toekomstige leerlingen ontdekken dat er zich meer dan voldoende werken in onze literatuurgeschiedenis bevinden die – in originele vorm of bewerking – het waard zijn gelezen te worden. En daar kun je maar beter zo vroeg mogelijk mee beginnen: ‘’Ionck bestaen, oud ghedaen’’.