Gedroomde stemmen

Herinneringen van een taalgebruiker (2)

Mijn allereerste herinneringen zijn herinneringen aan stemmen. Ik geloof dat herinneringen nauwelijks zonder taal bestaan, dat er een reden is waarom de meeste mensen zich pas dingen beginnen te herinneren vanaf het moment dat ze taal hebben. (Al schijnen er ook wel mensen te zijn die zich hun geboorte kunnen herinneren, dus helemaal aan de taal gebonden zal de herinnering ook niet zijn.)

Ik herinner me een ding dat me echt gebeurd lijkt, een ding dat ik gedroomd heb, en een ding die ik verkeerd moet hebben geïnterpreteerd. In alle gevallen herinner ik me vooral de stem. Ik denk dat ze allemaal komen uit mijn derde of vierde levensjaar, gegeven de omstandigheden (ze waren allemaal in Rotterdam en ik weet vrij zeker dat ze uit de periode waren voor ik naar school ging). 

De waargebeurde stem was de stem van mijn vader. We liepen op straat, ik zie het trottoir nog voor me, en mijn vader zegt: “Daar is de Ami.” Ik vond dat raar, misschien hoorde ik de naam van de auto (een Citroën Ami) voor het eerst. Ik kan me de auto zelf niet herinneren, alleen mijn verbazing toen ik mijn vaders stem dat woord ami hoorde uitspreken.

De tweede stem was een stem in een droom. In een droom sprak een volwassen vrouw heel boos. Ik kon haar niet verstaan, maar ik wist zeker dat ze het tegen mij had.

De derde stem was de stem van een kasteel dat gemaakt was van lego of van duplo. We zaten op de peuterschool te wachten op Sinterklaas (denk ik), en ineens begon dat kasteel te praten. Ik weet niet meer wat hij zei, of dat ik kon begrijpen wat hij zei, alleen mijn verbijstering dat het kasteel begon te praten. Ik denk achteraf dat iemand (Sinterklaas) was binnengekomen terwijl ik naar dat kasteel keek.

Het is opvallend dat alle drie de herinneringen gaan over een onbegrijpelijke stem: een vertrouwde stem die iets raars zegt, een vreemde stem die iets boos zegt, een stem die iets zegt vanuit een onverwachte bron. Het is de wereld van een kind dat zijn weg moet vinden in de taal: mensen zeggen voortdurend vreemde dingen, je moet voortdurend opletten. Als je zo oud bent heb je je moedertaal al wel eigen gemaakt, maar er is natuurlijk ook nog veel dat niet begrijpelijk is. Je moet de aansluiting nog vinden. Ik geloof niet dat er over mijn jeugd een sfeer hing die onheilspellender was dan over andere jeugden. Die periode van proberen bij de taalgemeenschap te horen, heeft voor iedereen iets ongewis.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter