Gedicht: Anton van Duinkerken • De stillen

De stillen

Eenzaamheids achterdocht, gevoed door waan,
Kweekt groter kwaad dan roekeloos vergeten
Van wetten, waardoor veiligen zich weten
Behoed tegen een snel en stout vergaan.

Wie zonder schaamte geile lust belijden,
Maken zich schuldig, maar zij weten toch
De grootste zondigheid van ’t kwaad te mijden.

Alleen wie, braafheid huichelend, bedrog
Plegen met liefde’s wet en wier gedachten
De vreugde van het arme volk verachten:

Zij zijn de farizeeërs aller tijden.

Anton van Duinkerken (1903-1968)
uit: Hart van Brabant (1936)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags . Bookmark de permalink.