Gedicht: Anneke Brassinga • twee gedichten

Uit Verborgen tuinen, de nieuwe bundel van Anneke Brassinga.

Bij onvoorziene omstandigheden

Haast u! er is nog een lange terugweg te gaan. Naar rust
van weleer die ongekend moet bloeien op
de komende humus onzer ontslapingen. Betaamt u hoon?

Al hadde ik de liefde niet en ware het mijzijnde
zo’n achterkousige clarisse van voorheen, biddend werkschuw
aan de rand van bronsgroen eikenbos, waar ’t angelus

maar kleppen bleef ter zomeravondstonde, dan nog
zal al dat verspeelde, beweende leven van u en mij, van ons
en hullie, er nooit meer niet geweest kunnen zijn.


*

Het vuur aan de schenen
aan empedokles

Wij bekleden het Zijn met onze verscheidenheid van
todden en opschik. Er is geen leegte en er is geen teveel.
Vuur, aarde, water en de zachte toppen van de lucht:
het Ene, in viervoud zich mengend en dan weer uiteen.

Planten, bomen zijn vol geest en gevoel, mijn moeder
is als regenwolk herboren, zal later goudreinet zijn.
Wat is er dan mis? Waarom die onrust, dat geschrei?
Haat versus liefde – hoe kom je erbij? Het hemelrond

een dek van korrelijs? Heelal in de vorm van een ei?
En onder de grond immervlammende, ziedende brij?
Jou vond ik terug na vijfentwintig eeuwen, vederlicht

zwart lavahart op de kratermond in bevroren sneeuw.
En wat was ik? Luis op jouw zere hoofd? Die sandaal?
O oude Griek – Sapfo was ik, die ook dichtte en sprong.

Anneke Brassinga (1948)
uit: Verborgen tuinen (2019)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags . Bookmark de permalink.